wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

WERK

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Alle bezigheden die nuttig zijn voor de persoon zelf, maar ook voor de omgeving, noemen we..

a)

Hobby

b)

Werk

2.

Kees staat iedere dag om 07:00 op om te gaan werken. Welke basisbehoefte hoort hierbij?

a)

Inkomen

b)

Zekerheid

c)

Regelmaat

d)

Waardering

3.

Lotte is graag met collega's aan het kletsen op het werk. Welke basisbehoefte hoort hierbij?

a)

Inkomen

b)

Waardering

c)

Ontplooien

d)

Sociale contacten

4.

Piet is door de jaren heen een steeds betere automonteur geworden. Welke basisbehoefte hoort hierbij?

a)

Regelmaat

b)

Ontplooien

c)

Sociale contacten

d)

Waardering

5.

"Wat voor werk doe je?" hoort bij..

a)

Arbeidsinhoud

b)

Arbeidsvoorwaarden

c)

Arbeidsomstandigheden

d)

Arbeidsverhoudingen

6.

"Wat zijn de afspraken en regels?" hoort bij..

a)

Arbeidsinhoud

b)

Arbeidsvoorwaarden

c)

Arbeidsomstandigheden

d)

Arbeidsverhoudingen

7.

"Met wie ga je samenwerken?" hoort bij..

a)

Arbeidsinhoud

b)

Arbeidsvoorwaarden

c)

Arbeidsomstandigheden

d)

Arbeidsverhoudingen

8.

"Hoe ziet je werkplek eruit?" hoort bij..

a)

Arbeidsinhoud

b)

Arbeidsvoorwaarden

c)

Arbeidsomstandigheden

d)

Arbeidsverhoudingen

9.

Wat is een ander woord voor "de baas"?

a)

Werknemer

b)

Werkgever

10.

Hoe noem je iemand die in dienst is?

a)

Werknemer

b)

Werkgever

11.

Wanneer de werkgever en de werknemer geen belastingen en sociale premies hoeven te betalen, werk je..

a)

Wit

b)

Zwart

12.

Waar of niet waar: mensen met een eigen bedrijf werken in loondienst

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Het bedrag dat je overhoudt nadat er allerlei zaken zijn afgehaald zoals loonbelasting, noem je je..

a)

Brutoloon

b)

Nettoloon

14.

De Arbowet is in drie onderdelen verdeeld. Welk onderdeel hoort hier NIET bij?

a)

Veiligheid

b)

Gezondheid

c)

Welzijn

d)

Inkomen

15.

Hoe noem je een baas die opdrachten geeft en wilt dat iedereen naar hem of haar luistert?

a)

Een autoritaire baas

b)

Een democratische baas

c)

Een eindbaas

16.

Als machines het werk van mensen overnemen, noem je dat..

a)

Flexibel werken

b)

Beroepsbevolking

c)

Mechanisering

d)

Automatisering

17.

Bij welke beroepssector hoort een verkoper?

a)

Eerste of primaire sector

b)

Tweede of secundaire sector

c)

Derde of tertiaire sector

d)

Vierde of quartaire sector

18.

Bij welke beroepssector hoort een boer?

a)

Eerste of primaire sector

b)

Tweede of secundaire sector

c)

Derde of tertiaire sector

d)

Vierde of quartaire sector

19.

Een baan waar iemand voor wordt gezocht, noem je een..

a)

Sollicitatie

b)

Vacature

c)

UWV

d)

Netwerk

20.

Je kan werk zoeken via een uitzendbureau of via het UWV. Wat is het grootste verschil?

a)

Uitzendbureaus zijn gericht op winst maken. Het UWV niet.

b)

Het UWV is gericht op winst maken. Uitzendbureaus niet.