wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1MAVO Waarneming, regeling en gedrag

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

2.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

3.

Welk deel van een zintuig maakt impulsen wanneer het prikkels opvangt?

a)

De tastknopjes

b)

De zintuigcellen

c)

De zenuwcellen

d)

De impulscellen

4.

Uit welke delen bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

Alle zenuwcellen van het lichaam

b)

De hersenen en het ruggenmerg

c)

Alle zintuigen van het lichaam

d)

Alle zenuwcellen en spieren van het lichaam

5.

Wat is de functie van talgklieren?

a)

Zweet produceren om het lichaam af te koelen

b)

Talg produceren om haren en hoornlaag soepel te houden

c)

Talg produceren om bacteriën op de huid te doden

d)

Prikkels opvangen

6.

Welke lagen heeft de huid, van buiten naar binnen

a)

Opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel

b)

Opperhuid - onderhuids bindweefsel - lederhuid

c)

Lederhuid - onderhuids bindweefsel - opperhuid

d)

Onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

7.

Op welke prikkel reageren tastknopjes in de huid?

a)

Zachte aanraking

b)

Harde aanraking

c)

Warmte en koude

d)

Pijn

8.

Waar liggen de zintuigcellen van het reukzintuig?

a)

Voor in de neus, bij de neusvleugels

b)

Bovenin de neusholte

c)

Tegen het gehemelte in je mond

d)

Achterin de keelholte

9.

Wat is de functie van het neusslijmvlies?

a)

Stof en ziekteverwekkers tegenhouden

b)

Geurstoffen opvangen

c)

Neusharen soepel maken

d)

Impulsen maken

10.

Hoeveel smaken kan een mens proeven met de tong?

a)

5

b)

4

c)

6

d)

3

11.

Waarom proef je je eten minder goed als je verkouden bent?

a)

Het reukzintuig wordt geblokkeerd door snot

b)

Er liggen te veel bacteriën op je tong

c)

Je krijgt traanogen

d)

Je tong maakt minder impulsen

12.

Waar liggen de zintuigcellen van het gehoorzintuig?

a)

In de oorschelp

b)

Tegen het trommelvlies

c)

In de gehoorzenuw

d)

In het slakkenhuis

13.

Wat is de functie van de Buis van Eustachius?

a)

Zorgen dat de druk rondom het trommelvlies gelijk blijft zodat het goed kan trillen

b)

Zorgen dat er geen bacteriën vanuit de keelholte naar de trommelholte kunnen

c)

Trillingen doorgeven van de oorschelp naar het trommelvlies

d)

Impulsen vanuit het oor doorgeven aan de hersenen

14.

Welk zintuig hoort bij het werkwoord "zien"?

a)

Het gezichtszintuig

b)

Het zienzintuig

c)

Het kijkzintuig

d)

Het oogzintuig

15.

Wat is de functie van de ooglens?

a)

Zorgen dat licht goed (scherp) op het netvlies valt

b)

Licht opvangen en impulsen maken

c)

Zorgen dat de pupil groter en kleiner kan worden

d)

Inzoomen en uitzoomen

16.

Waar in het oog liggen de zintuigcellen?

a)

Op het harde oogvlies

b)

Op het vaatvlies

c)

Op het netvlies

d)

Op de iris

17.

Als je vanuit een donkere ruimte naar een lichte ruimte loopt, welke spiertjes in de iris spannen zich dan aan?

a)

De kringspieren

b)

De lengtespieren

c)

Er zitten geen spieren in de iris

d)

Zowel de kringspieren als de lengtespieren