wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 - planten (BIO klas 1) - THV

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen (voedingsstoffen) op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

2.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

3.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat heet fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

4.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

5.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

6.

In welk deel van de wortel wordt reservevoedsel vooral opgeslagen?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelhaar

d)

Stengel

7.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

8.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

9.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

10.

Welke plant staat op een droge plek? (Kijk naar de wortels!)

a)

Plant 1

b)

Plant 2

c)

Plant 1 en 2

d)

Geen enkele plant

11.

Dit is spinazie. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet je hier op?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

12.

Wat zie je bij nummer 1 tot 5?

a)

volwassen planten

b)

kieming

c)

fotosynthese

13.
Zet de volgende gebeurtenissen bij het kiemen van een zaad in volgorde.
1. De zaadlobben komen boven de grond.
2. Het worteltje komt naar buiten.
3. De zaadhuid scheurt open
a)
1-2-3
b)
3-2-1
c)
2-1-3
d)
3-1-2
14.
Een plant noem je volwassen op het moment dat er bloemen groeien. Uit deze bloemen ontstaan vruchten met zaden
a)
Juist
b)
Onjuist