NEW
Font size
WorksheetsWerkwoordspelling en leestekens
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
“Het (worden) je vanzelf wel duidelijk”, zei de directeur tegen mij.
word
wort
wordt
De minister (melden) vorig kwartaal nog dat alles leek mee te vallen.
melde
meldde
Hoeveel dat allemaal moest (kosten), was gisteren nog niet bekend.
kosten
kostten
In de afgelopen maanden is de schuld helaas sterk (groeien).
gegroeid
gegroeit
gegroeidt
Sommige politici (weten) al enige tijd dat er het een en ander niet klopte.
wisten
wistten
Het stimuleren van de economie (vertalen) zich in een hoger financieringstekort.
vertaald
vertaalt
vertaaldt
De ministers wilden gisteren (wachten) op de bekendmaking van de nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau.
wachten
wachtten
Die krant zoekt een partner die zich zo min mogelijk met de redactie (bemoeien).
bemoeid
bemoeit
bemoeidt
Er worden meestal pas maatregelen genomen als er iets ergs (gebeuren).
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
Ik voelde me daar toen al snel thuis, omdat enkele collega’s mij de eerste twee dagen heel goed (begeleiden).
begeleiden
begeleidden
De vrouw riep boos uit : "Bah ik lust geen komkommersoep!"
Achter Bah moet een komma.
Het uitroepteken moet vervangen worden door een punt.
De dubbele punt achter boos moet vervangen worden door een komma.
Achter lust moet een komma.
Verbaasd vroeg zij zich af, waar ze haar pen had neergelegd?
Er moet geen komma in deze zin.
Het vraagteken moet weggelaten worden.
Hier moet een punt staan.
Achter verbaasd moet een komma.
Als ik naar buiten ga doe ik mijn jas wel even aan.
Waar moet in deze zin de komma?
achter als
achter ga
achter jas
achter doe
"Wie heeft die prop in de hoek gegooid," vroeg de juf.
Achter juf moeten aanhalingstekens.
Achter vroeg moet een komma.
Achter gegooid moet een vraagteken.
Achter juf moet een vraagteken.
Piet zei "Je krijgt geen cadeautjes dit jaar."
Achter cadeautjes moet een komma.
Achter zei moet een komma.
Achter zei moet een dubbele punt.
Er moeten geen aanhalingsteken in de zin.
Ik liep naar buiten, en riep, dat iedereen naar binnen moest komen.
Alle komma's staan goed.
De komma voor het woordje en moet worden weggelaten.
De komma achter riep moet weggelaten worden.
"Maak je veter vast!" zei Jan. Je valt straks op je neus.
De punt achter Jan moet veranderd worden in een dubbele punt.
Het uitroepteken achter vast moet weg.
- Je valt straks op je neus- moet tussen aanhalingstekens.
"Goedemorgen," zei de bakker, wilt u mijn lekkere taart proeven?
In deze zin moet geen vraagteken.
De aanhalingstekens bij goedemorgen moeten weg.
De komma achter goedemorgen moet weg.
-wilt u mijn lekkere taart proeven?- moet tussen aanhalingstekens.
In de dierentuin zagen wij de volgende dieren paarden, olifanten, leeuwen en tijgers.
De komma's moeten weg.
Achter dierentuin moet een dubbele punt
Achter dieren moet een dubbele punt.
Paarden, olifanten, leeuwen en tijgers moet tussen aanhalingstekens.
Karin zegt: " ik vind, dat je een mooie trui aan hebt."
De punt bij hebt moet achter het aanhalingsteken.
De komma achter vind kan weggelaten worden.
Er moet een uitroepteken achter hebt.
Ik moet met een hoofdletter.
