wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BB - HBO-taaltoets (alle onderdelen)

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wie zijn kinderen verwen_, doet het eigenlijk niet goed.

a)

t

b)

d

2.

Al praten_ loopt Livia de deur uit.

a)

d

b)

dt

c)

t

3.

Weet jij precies, wat er is gebeur_?

a)

d

b)

dt

c)

t

4.

Hou_ je altijd alles zo goed in de gaten?

a)

d

b)

dt

c)

t

5.

Daarom weet jij meestal wel, wat er zoal gebeur_.

a)

d

b)

dt

c)

t

6.

Het is jammer dat zij geen schuld beken_.

a)

d

b)

dt

c)

t

7.

Bevon_ zij zich in een lastig parket?

a)

d

b)

dt

8.

Ik snap niet dat je zijn verhaal geloof_.

a)

d

b)

dt

c)

t

9.

Wor_ je weleens geadviseerd voor een andere opleiding te kiezen?

a)

d

b)

dt

10.

Die hond herken_ vrij veel stemmen.

a)

d

b)

dt

c)

t

11.

Maak de juiste keus.

a)

´s avonds

b)

´s-avonds

12.

Maak de juiste keus.

a)

het leidt geen twijfel

b)

het lijdt geen twijfel

13.

Maak de juiste keus.

a)

de burgelijke staat

b)

de burgerlijke staat

14.

Maak de juiste keus.

a)

nek-aan-nek-race

b)

nek-aan-nek race

c)

nek-aan-nekrace

15.

Maak de juiste keus.

a)

de redactie

b)

de redaktie

16.

Maak de juiste keus.

a)

de Zuidhollandse eilanden

b)

de Zuid-Hollandse eilanden

17.

Maak de juiste keus.

a)

enigzins

b)

enigszins

18.

Maak de juiste keus.

a)

het product

b)

het produkt

19.

Maak de juiste keus.

a)

althans

b)

altans

20.

Maak de juiste keus.

a)

Ik heb die twee schilderijen beide gekocht.

b)

Ik heb die twee schilderijen beiden gekocht.

21.

Is de volgende zin correct? Dat de presentatie zo goed ging, hebben we ook mede aan onze goede voorbereiding te danken.

a)

correct

b)

niet correct

22.

Is de volgende zin correct? De stoeptegels waren spekglad, doordat het had gesneeuwd.

a)

correct

b)

niet correct

23.

Spanje is onder meer populair door haar/zijn heerlijke klimaat.

a)

haar

b)

zijn

24.

Een kleine meerderheid van de studenten is/zijn voor meer sport op tv.

a)

is

b)

zijn

25.

Welke zin is de beste?

a)

Heeft u vragen bij het invullen van het formulier, kunt u ons altijd even bellen.

b)

Heeft u vragen bij het invullen van het formulier, dan kunt u ons altijd even bellen.

26.

Zij heeft dezelfde oplossing bedacht als/dan ik/mij.

a)

als mij

b)

dan mij

c)

als ik

d)

dan ik

27.

Het geleende bedrag dat/wat ik binnen een week terug zou krijgen, mag je houden.

a)

dat

b)

wat

28.

Welke zin is het beste?

a)

Die film lijkt mij heel goed en wil ik dan ook graag zien.

b)

Die film lijkt mij heel goed en die wil ik dan ook graag zien.

29.

Welke zin is de beste?

a)

Vandaag hebben al onze medewerkers vrij en kunnen uw aanvraag pas morgen in behandeling nemen.

b)

Vandaag hebben al onze medewerkers vrij en wij kunnen uw aanvraag pas morgen in behandeling nemen.

30.

Welke zin is de beste?

a)

Ik heb hen vandaag gebeld.

b)

Ik heb hun vandaag gebeld.

31.

Die rustige man ging op geen enkele provocatie in.

a)

aanbieding

b)

uitdaging

c)

voorstel

32.

Na dat ernstige ongeval had hij last van hallucinaties.

a)

hevige pijnen

b)

waanvoorstellingen

c)

tintelingen

33.

Die directeur gaat meestal wat opportunistisch te werk.

a)

strevend naar eigen voordeel

b)

vrolijk

c)

heel erg nauwkeurig

34.

"Dat is het cruciale punt", zei de voorzitter.

a)

veel besproken

b)

vergeten

c)

doorslaggevende

35.

Wij twijfelen aan de authenticiteit van dat schilderij.

a)

houdbaarheid

b)

oudheid

c)

echtheid

36.

Door dat incident zijn de controverses toegenomen.

a)

slachtoffers

b)

tegenstellingen

c)

vergissingen

37.

Dat te laat komen is symptomatisch voor zijn instelling.

a)

bepalend

b)

typerend

c)

slecht

38.

Die politicus is voor nivellering van de inkomens.

a)

gelijkmaking

b)

verbetering

c)

bestudering

39.

Je moet hem wel eerst autoriseren.

a)

machtigen

b)

beschrijven

c)

beoordelen

40.

Tijdens die demonstratie liepen er enkele bekende pacifisten voorop.

a)

mensen die een goede baan hebben

b)

mensen die vrede nastreven

c)

mensen die naar meer vrijheid streven

41.

Stevig in het zadel zitten

a)

Zich door niemand van de wijs laten brengen

b)

Heel zelfverzekerd zijn

c)

Verzekerd zijn van een goede positie

42.

Een Babylonische spraakverwarring

a)

Een slechte samenwerking hebben

b)

Iets groots ondernemen wat niet af te maken is

c)

Een rijke fantasie hebben

43.

De kleren van de keizer

a)

Iets wordt mooi voorgespiegeld, maar stelt niets voor

b)

Het betreft een luxeprobleem

c)

Het betreft een hachelijke zaak

44.

Laat de linkerhand niet weten wat de rechterhand doet

a)

Denk niet overal te veel over na

b)

Laat niet te duidelijk merken dat je een goede daad doet

c)

Toon altijd volledige inzet

45.

De wenkbrauwen optrekken

a)

Bang worden

b)

Verlegen worden en zich terugtrekken

c)

Verbazing of gevoel van kritiek tonen

46.

Iemand iets voor de voeten gooien

a)

Iemand iets verwijten

b)

Iemand helpen

c)

Iemand een belofte doen

47.

Anton en Sherida vissen in dezelfde vijver

a)

zijn elkaars concurrent

b)

doen altijd precies hetzelfde

c)

wonen samen

48.

Een schot voor de boeg geven

a)

als eerste over iets beginnen

b)

voor je beurt praten

c)

een waarschuwing laten horen

49.

Die man is een wolf in schaapskleren

a)

doet zich vriendelijk voor, maar is gevaarlijk

b)

is moeilijk te doorgronden

c)

kan goed leiding geven

50.

Zij kan de zon niet in het water zien schijnen

a)

Zij is straatarm

b)

Zij is jaloers

c)

Zij is pessimistisch