wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H6 Overheid

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wie vormen samen de Overheid?

a)

gemeente

b)

gemeente en provincie

c)

provincie en het Rijk

d)

gemeente en het Rijk

e)

gemeente, provincie en het Rijk

2.

Hoe heten de mensen die voor de Overheid werken?

a)

leraren

b)

ambtenaren

c)

gemeentewerkers

d)

overheiders

3.

Welk overheid regelt alles in je woonplaats?

a)

provincie

b)

het Rijk

c)

gemeente

4.

In welke plaats zit onze Rijksoverheid?

a)

Amsterdam

b)

Den Haag

c)

Assen

d)

Brussel

5.

Hoe noem je alle voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie?

a)

intrastructuur

b)

infrastructuur

6.

Door wie wordt de gemeenteraad gekozen?

a)

door de burgemeester

b)

door de burgers van de gemeente

c)

door de ministers

d)

door de rechtbank

7.

Wat past er bij de collectieve sector?

a)

burgers en bedrijven

b)

overheid en instellingen

8.

Wat wordt er betaald met de sociale premies?

a)

de salarissen van de ambtenaren

b)

de uitkeringen

c)

de wegenaanleg in Nederland

d)

het bouwen van goedkope huurhuizen

9.

Op welk loon worden de sociale premies ingehouden?

a)

op het brutoloon

b)

op het nettoloon

10.

Wat is het doel van de particuliere sector?

a)

mensen zoveel mogelijk helpen

b)

winst maken

c)

geen winst maken

d)

mensen juist niet helpen

11.

Wat betekent het dat in Nederland sociale zekerheid hebben?

a)

dat we zeker weten dat we belasting moeten betalen

b)

dat we er zeker van zijn dat we ons goed moeten gedragen

c)

dat we er zeker van zijn dat niemand zonder geld hoeft te zitten

12.

Wat betekent BTW?

a)

bruto toegevoegde waarde

b)

bruto taxatie waarde

c)

belasting toegevoegde waarde

d)

belasting taxatie waarde

13.

Hoe heet de extra verbruiksbelasting op bv alcohol of tabak?

a)

subsidie

b)

BTW

c)

accijns

d)

toeslag

14.

Inkomsten uit aardgas of boetes noemen we ook wel .....

a)

belastingen

b)

sociale premies

c)

niet belasting ontvangsten

d)

accijns

15.

Wat is het doel van het geven van subsidies?

a)

het gebruik van iets stimuleren

b)

het gebruik van iets afremmen

16.

Hoe heet het overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven van het Rijk?

a)

De Miljoenennota

b)

De Rijksbegroting

17.

Hoe heet de toelichting op de Rijksbegroting met toelichting van de gemaakte keuzes?

a)

Rijksbegroting

b)

Miljoenennota

18.

De overheid heeft jarenlang meer geld uitgegeven dan dat ze binnenkregen. We spreken hier van een ....

a)

begrotingsoverschot

b)

begrotingstekort

c)

begrotingsevenwicht

19.

In 2019 verwacht onze Overheid een ......... te hebben.

a)

begrotingstekort

b)

begrotingsoverschot

20.

Hoe kun je als Overheid een begrotingstekort oplossen? (er zijn 3 goede antwoorden)

a)

geld lenen

b)

minder inkomsten krijgen, bv belastingen verlagen

c)

meer uitgeven

d)

meer inkomsten krijgen, bv BTW verhogen

e)

minder uitgeven, bv uitkeringen verlagen