Font size
Worksheets3 kader hoofdstuk 7 materie
Total questions: 43
Worksheet time: 23mins
Stanley beweert: “Als alcohol van vloeibaar gasvormig wordt, veranderen de moleculen.”
Ivo beweert: “Als alcohol van fase verandert, veranderen de moleculen niet.”
Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?
Stanley en Ivo hebben beiden ongelijk
Stanley en Ivo hebben beiden gelijk
Alleen Stanley heeft gelijk
Alleen Ivo heeft gelijk
Het water in een cv-installatie zet uit als het wordt verwarmd. Hoe komt dat?
de watermoleculen gaan sneller bewegen
de watermoleculen worden groter
er komen steeds meer watermoleculen bij
Als je een stof verwarmt, worden de moleculen groter.
waar
onwaar
Alleen bij een hoge temperatuur kunnen moleculen bewegen.
waar
onwaar
Hoe dichter de moleculen bij elkaar zitten, hoe groter de aantrekkingskracht
waar
onwaar
Een vloeistofthermometer is gevuld met alcohol. Als de temperatuur stijgt, zet de vloeistof uit en stijgt het niveau in de stijgbuis. Hoe komt dat?
de alcoholmoleculen worden groter
er komt meer ruimte tussen de alcoholmoleculen
er komen steeds meer alcoholmoleculen
De moleculen hebben eerst nog wel een vaste plaats, maar gaan steeds heviger trillen. Op een gegeven moment is hun aantrekkingskracht te klein om ze nog langer bij elkaar te houden. Steeds meer moleculen verlaten hun vaste plaats en gaan langs en door elkaar heen bewegen.
Welke fase-overgang wordt hier beschreven?
condenseren
smelten
stollen
sublimeren
verdampen
In een ruimte bewegen moleculen langs elkaar heen en hebben geen vaste plaats. Op een gegeven moment wordt de aantrekkingskracht groter en de ruimte tussen de moleculen kleiner. Na verloop van tijd hebben alle moleculen een vaste plaats en de ruimte tussen de moleculen is zeer klein.
Welke fase-overgang wordt hier beschreven?
van gasvormig naar vast
van gasvormig naar vloeibaar
van vast naar gasvormig
van vast naar vloeibaar
van vloeibaar naar vast
Bij het verbranden van campinggas (butaan) worden koolstofdioxide en water gevormd.
Welk reactieschema is juist?
aardgas + zuurstof --> water + koolstofdioxide
butaan --> water + koolstofdioxide
butaan + zuurstof --> water + koolstofdioxide
water + koolstofdioxide --> butaan
Als je een eitje kookt, wordt dit hard. Wat is dit?
een chemische reactie
een fase-overgang
lekker
Als je water kookt, ontstaat er waterdamp. wat is dit?
een chemische reactie
een fase-overgang
Als je een lucifer aansteekt, ontstaat een zwarte stof. Wat is dit?
een chemische reactie
een fase-overgang
een insect
Als je kaarsvet verwarmt, wordt het vloeibaar. Wat is dit?
een chemische reactie
een fase-overgang
onzin
In welke situaties is er sprake van een chemische reactie?
het gaar worden van aardappelen
het hard worden van beton
het smelten van een ijsje
het verdampen van alcohol
George en Mike verwarmen gas in een kolf en meten de gasdruk met een manometer. Zij zien dat de gasdruk in de kolf toeneemt.
George beweert dat de druk in de kolf stijgt doordat de moleculen harder tegen de wand van de kolf botsen.
Mike beweert dat de druk stijgt doordat de moleculen in de kolf groter worden.
Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?
George en Mike hebben allebei ongelijk
George en Mike hebben allebei gelijk
alleen Mike heeft gelijk
alleen George heeft gelijk
welke situatie is waar?
Als gassen worden samengeperst, neemt het aantal botsingen per oppervlakte toe.
Als je een gas samenperst, neemt de snelheid waarmee de moleculen bewegen toe.
Als een gas in een ruimte wordt samengeperst, neemt de gasdruk af.
Een hogedrukpan, ook wel snelkookpan genoemd, is een pan waarin levensmiddelen onder druk worden gekookt, waarbij de kooktemperatuur hoger is dan 100 °C en de gerechten sneller gaar zijn.
Als je water in een snelkookpan verwarmt, zit er bovenin de pan veel waterdamp.
Watermoleculen in een snelkookpan botsen harder tegen de wand aan als de temperatuur in de pan stijgt.
waar
onwaar
Welke situaties zijn waar?
Als de temperatuur in de pan stijgt, gaan de watermoleculen sneller bewegen.
Als de watermoleculen minder hard tegen de wand aanbotsen, neemt de gasdruk toe.
Als de temperatuur in de snelkookpan stijgt, botsen watermoleculen minder hard tegen de wand aan.
De druk in de snelkookpan neemt toe als er meer watermoleculen overgaan van de vloeibare naar de gasvormige fase.
Moleculen zijn constant in beweging en zijn daardoor moeilijk te bestuderen. Daarvoor moeten ze worden afgeremd en stilgezet. Op de Radboud Universiteit in Nijmegen is dat eind vorige eeuw voor het eerst gelukt.
Wat gebeurt er met de temperatuur van een stof als de moleculen worden afgeremd?
de temperatuur daalt
de temperatuur blijft gelijk
de temperatuur stijgt
it's getting hot hot hot
Bij welke temperatuur bewegen moleculen niet meer?
0 graden celsius
273 graden celsius
0 kelvin
273 kelvin
Meer dan honderd jaar geleden lukte het Heike Kamerlingh Onnes als eerste om helium vloeibaar te maken. Dit gebeurde bij een temperatuur van -269 °C.
Wat zou er gebeuren als helium nog verder was afgekoeld naar het absolute nulpunt?
de moleculen bewegen dan niet meer, de druk is dan meer dan 0 kPa
de moleculen bewegen dan nog wel, de druk is dan 0 kPa
de moleculen bewegen dan niet meer, de druk is dan 0 kPa
de moleculen bewegen dan nog wel, de druk is dan meer dan 0 kPa
Bij welke temperatuur is de gasdruk 0 kPa? Kies de twee goede antwoorden.
0 graden celsius
0 kelvin
- 273 graden celsius
- 273 kelvin
Mehmet ziet in zijn Binas dat heptaan een kookpunt heeft van 371 K. Reken deze temperatuur om naar °C.
89 graden celsius
98 graden celsius
100 graden celsius
644 graden celsius
In Nederland wordt zout uit de grond gehaald. Het zout wordt opgelost in water dat de grond in wordt gepompt. Als het zout is opgelost, wordt het water weer omhoog gepompt. Hoe kun je het zout en het water scheiden?
indampen
filtreren
extraheren
door het te pletten
Leonie wil een paarse vloeistof indampen. Op de foto zie je een aantal practicumspullen die ze kan gebruiken. Welke drie hulpmiddelen heeft ze in elk geval nodig?
1
2
3
6
7
Een mengsel van vaste stoffen kun je scheiden door
extraheren
filtreren
indampen
te zingen
In Nederland wordt zout uit de grond gehaald. Het zout wordt opgelost in water dat de grond in wordt gepompt. Als het zout is opgelost, wordt het water weer omhoog gepompt. In het opgepompte water zit ook zand. Hoe kun je dit zand uit het water verwijderen?
extraheren
filtreren
indampen
je neus snuiten
Karel wil vaste deeltjes uit een vloeistof halen. Op de foto zie je een aantal practicumspullen die hij kan gebruiken. Welke drie hulpmiddelen heeft hij in elk geval nodig?
4, 5 en 8
2, 7 en 8
1, 4 en 5
3, 4 en 6
Als je koffie zet met een koffiezetapparaat, ben je eigenlijk stoffen aan het scheiden. Met welke scheidingsmethode worden de smaak- en geurstoffen uit de gemalen koffie gehaald?
extraheren
filtreren
indampen
tuinieren
Wat gebeurt er met de moleculen bij het scheiden van stoffen?
de moleculen worden gezuiverd
de moleculen worden ontleed
de moleculen worden gesorteerd
de moleculen worden kapotgemaakt
Welk van de volgende stoffen is een zuivere stof?
suiker
koffie
kraanwater
thee
In welke situaties ontstaan er nieuwe moleculen?
het zetten van koffie
het bakken van brood
zout uit zeewater halen
alcohol uit rode wijn halen
het verbranden van een lucifer
Welke uitspraak is juist?
een atoom is opgebouwd uit 1 of meerdere moleculen
een molecuul is bij alle stoffen ongeveer even groot
een molecuul is een bouwsteen van een atoom
een molecuul is opgebouwd uit 1 of meer atomen
In welke reactievergelijking is het ontleden van water weergegeven?
waterstof + zuurstof --> water
water --> waterstof + zuurstof
water + zuurstof --> waterstof
zuurstof --> water + waterstof
welke uitspraak is waar?
Er zijn miljoenen soorten atomen.
In één molecuul kunnen verschillende soorten atomen voorkomen
Waterstofatomen kom je alleen tegen in het gas waterstof.
welke uitspraak is onwaar?
Tijdens een reactie verandert het aantal atomen niet.
Als je een stof ontleedt, gaan de atomen van de stof kapot.
Als je een stof ontleedt, gaan de moleculen van de stof kapot.
Een geladen deeltje in een atoomkern noem je een
proton
neutron
elektron
ezel
Neutrale deeltjes in een atoomkern noem je
proton
neutron
elektron
paard
Het atoomnummer van de stof I-127 is 53.
Hoeveel protonen zitten er in de kern van de stof?
127
53
74
Het atoomnummer van de stof I-127 is 53.
Hoeveel neutronen zitten er in de kern van de stof?
127
53
74
Het atoomnummer van de stof I-127 is 53.
Hoeveel elektronen zijn er aanwezig?
127
53
74
Welke twee uitspraken zijn juist?
een kern is opgebouwd uit protonen en neutronen
een kern is opgebouwd uit protonen en elektronen
de massa van een proton en elektron is bijna even groot
de massa van een proton en een neutron is bijna even groot
de massa van een neutron en elektron is bijna even groot
Atoom 1 heeft 28 protonen en 32 neutronen.
Atoom 2 heeft 28 protonen en 30 neutronen.
Tania zegt: 'De atomen 1 en 2 zijn isotopen van hetzelfde element.'
Stephanie zegt: 'De atomen 1 en 2 hebben een even grote atoommassa.'
Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?
Tania en Stephanie hebben beide ongelijk
Tania en Stephanie hebben beide gelijk
alleen Tania heeft gelijk
alleen Stephanie heeft gelijk
