wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Marketing 1

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Een staalfabrikant, een groothandel, een producent van kopieer apparaten zijn voorbeelden van:

a)

B2b marketing

b)

C2B marketing

c)

C2C - marketing

d)

B2C marketing

2.

De markt is: groot, hoge aankoopfrequentie, relatief kort koopproces , klant is op zoek naar beste prijs, wil diensten producten vergelijken.

Deze kenmerken horen bij:

a)

B2B marketing

b)

B2C marketing

c)

C2B marketing

d)

C2C marketing

3.

Een voorbeeld van C2C marketing is:

a)

De Albert Heijn

b)

De Primark

c)

De Mac Donalds.

d)

Marktplaats

4.

Juist of onjuist ?

Crowd sourcing is een voorbeeld van C2b marketing

a)

juist

b)

onjuist

5.

Relatiemarketing is gericht op de korte termijn

Juist of onjuist

a)

juist

b)

onjuist

6.

Welke omschrijving past het best bij het begrip Marketing:

a)

het geheel aan activiteiten van een organisatie met als doel maximale winst te behalen

b)

het geheel aan activiteiten van een organisatie met als doel in te spelen op de wensen en behoeften van de organisatie

c)

het geheel aan activiteiten van een organisatie met als doel maximaal marktaandeel te behalen

d)

het geheel aan activiteiten van een organisatie met als doel in te spelen op de wensen en behoeften van de potentiele klanten

7.

Van crowdfunding is sprake indien personen of organisaties gebruik maken van een grote groep niet vooraf geselecteerde individuen voor onderzoek, raadgeving, etc.

a)

bewering is juist

b)

bewering is onjuist

8.

Naarmate de kosten hoger zijn bij het overstappen naar een andere leverancier, is de macht van de leverancier ook groter.

a)

bewering is juist

b)

bewering is onjuist

9.

De vijf elementen waarmee je een bedrijfstak het best kunt onderzoeken, zijn de macht van de leveranciers, de macht van de afnemers, de mate waarin substituten verkrijgbaar zijn, de dreiging van nieuwe concurrenten en de interne bedrijfstakconcurrentie.

a)

bewering is juist

b)

bewering is onjuist

10.

Welke factor maakt geen deel uit van de maco-omgeving van de onderneming?

a)

demografische

b)

bedrijfsconcurrentie

c)

culturele

d)

religieuze

11.

Een...…. is gebaseerd op intern en extern onderzoek en beschrijft de strategische, tactische en operationele keuzes

a)

Ondernemingsplan

b)

SWOT-analyse

c)

Marketingplan

d)

Marktonderzoek

12.

Bij deskresearch maken ondernemers gebruik van reeds bestaande gegevens

a)

de bewering is juist

b)

de bewering is onjuist

13.

Waar staat SWOT voor?

a)

Stabiel,Waardepropositie, Oefenen, Testen

b)

Sterkte, Waarborgen, Open, Terughoudend

c)

Strenghst, Weaknesses, Oppertunities, Threats

d)

Strenghst, Weaknesses, Openess, Timidity

14.

Binnen de SWOT analyse zijn de kansen en bedreigingen extern

a)

de bewering is juist

b)

de bewering is onjuist

15.

Binnen de SWOT analyse zijn de sterktes en zwaktes intern

a)

de bewering is juist

b)

de bewering is onjuist

16.

Kees en Henk zijn partners. In hun SWOT analyse staat o.a. dat Kees erg goed is in de boekhouding en Henk in de verkoop aan klanten.

a)

Dit zijn voorbeelden van Kansen en Bedreigingen

b)

Dit zijn voorbeelden van sterktes en zwaktes

c)

Dit zijn voorbeelden van Kansen en sterktes

d)

Dit zijn voorbeelden van Bedreigingen en zwaktes

17.

Sterkte en zwakte analyse heeft betrekking op de interne omgeving

a)

De bewering is juist

b)

De bewering is onjuist

18.

Wat is GEEN voorbeeld van field research

a)

het verzamelen van gegevens uit een dagblad

b)

het observeren van het winkelende publiek

c)

een test doen met een nieuw product

d)

het enqueteren van winkelend publiek

19.

Voor een onderneming is het een uitdaging om een aantrekkelijke ………… te realiseren waarbij duidelijk wordt aangegeven welke waarde wordt geëffectueerd bij aankoop van het product

a)

Doelmarkt

b)

Marktsegment

c)

Waarde propositie

d)

Substistuut

e)

Waarde strategie

20.

Positioneren is:

a)

de manier waarop een organisatie zijn producten in de markt zet in vergelijking met de producten van de concurrent

b)

het kiezen van de juiste waarde strategie

c)

het kiezen van de juiste locatie om producten te verkopen

d)

het distribueren van de producten in een markt