wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 basis waarneming regeling en gedrag

Total questions: 67

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.
nummer 2 is?
a)
haarvat
b)
bloedvat
2.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
3.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw
4.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
5.
Regelt de luchtdruk in de trommelvlies
a)
hamer en aambeeld
b)
buis van eustachius
c)
slakkenhuis
6.
Houden het trommelvlies soepel?
a)
oorgang
b)
oorschelp
c)
trommelvlies
d)
oorsmeerkliertjes
7.
vervoert impulsen naar de hersenen
a)
slakkenhuis
b)
buis van eustachius
c)
oorzenuw
d)
trommelvlies
8.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

9.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

10.

Welk deel van een zintuig maakt impulsen wanneer het prikkels opvangt?

a)

De tastknopjes

b)

De zintuigcellen

c)

De zenuwcellen

d)

De impulscellen

11.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

12.

Uit welke delen bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

Alle zenuwcellen van het lichaam

b)

De hersenen en het ruggenmerg

c)

Alle zintuigen van het lichaam

d)

Alle zenuwcellen en spieren van het lichaam

13.

Wat is de functie van talgklieren?

a)

Zweet produceren om het lichaam af te koelen

b)

Talg produceren om haren en hoornlaag soepel te houden

c)

Talg produceren om bacteriën op de huid te doden

d)

Prikkels opvangen

14.

Welke lagen heeft de huid, van buiten naar binnen

a)

Opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel

b)

Opperhuid - onderhuids bindweefsel - lederhuid

c)

Lederhuid - onderhuids bindweefsel - opperhuid

d)

Onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

15.

Waar liggen de zintuigcellen van het reukzintuig?

a)

Voor in de neus, bij de neusvleugels

b)

Bovenin de neusholte

c)

Tegen het gehemelte in je mond

d)

Achterin de keelholte

16.

Hoeveel smaken kan een mens proeven met de tong?

a)

5

b)

4

c)

6

d)

3

17.

Waarom proef je je eten minder goed als je verkouden bent?

a)

Het reukzintuig wordt geblokkeerd door snot

b)

Er liggen te veel bacteriën op je tong

c)

Je krijgt traanogen

d)

Je tong maakt minder impulsen

18.

Waar liggen de zintuigcellen van het gehoorzintuig?

a)

In de oorschelp

b)

Tegen het trommelvlies

c)

In de gehoorzenuw

d)

In het slakkenhuis

19.

Wat is de functie van de Buis van Eustachius?

a)

Zorgen dat de druk rondom het trommelvlies gelijk blijft zodat het goed kan trillen

b)

Zorgen dat er geen bacteriën vanuit de keelholte naar de trommelholte kunnen

c)

Trillingen doorgeven van de oorschelp naar het trommelvlies

d)

Impulsen vanuit het oor doorgeven aan de hersenen

20.

Welk zintuig hoort bij het werkwoord "zien"?

a)

Het gezichtszintuig

b)

Het zienzintuig

c)

Het kijkzintuig

d)

Het oogzintuig

21.

Wat is de functie van de ooglens?

a)

Zorgen dat licht goed (scherp) op het netvlies valt

b)

Licht opvangen en impulsen maken

c)

Zorgen dat de pupil groter en kleiner kan worden

d)

Inzoomen en uitzoomen

22.

Waar in het oog liggen de zintuigcellen?

a)

Op het harde oogvlies

b)

Op het vaatvlies

c)

Op het netvlies

d)

Op de iris

23.
Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?
a)

hersenzenuwen
b)

hersenen en ruggenmerg
c)

wervels en ruggenmerg
d)

grote en kleine hersenen
24.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
25.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
26.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
27.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)
inpuls
28.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
29.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
30.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
31.
Zenuwen, ruggenmerg en hersenen vormen samen
a)
het skelet
b)
het orgaanstelsel
c)
het spierstelsel
d)
het zenuwstelsel
32.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
33.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
34.
Wat wordt er bedoeld met impuls?
a)
een prikkel
b)
een seintje naar de hersenen
c)
een reflex
d)
een handeling
35.
Wat is een juist voorbeeld van een prikkel?
a)
licht
b)

zien

c)

horen

d)
stoten
36.
Waar staat de juiste volgorde van gebeurtenis?
a)
impuls-prikkel-hersenen
b)
hersenen-prikkel-impuls
c)
impuls-hersenen-prikkel
d)
prikkel-impuls-hersenen
37.
Hoe noem je de bovenste laag van de huid?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
38.
Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?
a)
opperhuid en kiemlaag
b)
hoornlaag en opperhuid
c)
hoornlaag en kiemlaag
d)
kiemlaag en lederhuid
39.
Welke klieren zitten er in je huid?
a)
Zweetklieren, talgklieren en enzymklieren.
b)
Zweetklieren en talgklieren.
c)
Zweetklieren en haarklieren.
d)
Haarklieren en talgklieren.
40.
Dankzij zweetklieren kan je lichaam afkoelen.
a)
Juist
b)
Onjuist
41.

nummer 2 is?

a)

haarvat

b)

bloedvat

c)

zenuw

d)

zintuig

42.
Alle zintuigen samen noemen we het zintuigenstelsel.
a)
Juist
b)
Onjuist
43.
Het bovenste laagje van je huid bestaat uit dode cellen.
a)
Juist
b)
Onjuist
44.
Beschermen tegen uitdroging is een van de functies van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
45.
In welke laag van de huid vind je de zweetkliertjes?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
46.

Welk zintuig ligt dieper in de huid?

a)

tastzintuig

b)

drukzintuig

47.

In welke laag van de huid worden nieuwe cellen gemaakt?

a)

hoornlaag

b)

lederhuid

c)

kiemlaag

48.

Bij welke decibel kun je gehoorschade oplopen?

a)

80 dB

b)

60 dB

c)

70 dB

d)

90 dB

49.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw
50.

Welke nummer is de gehoorgang

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

51.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
52.
Houden het trommelvlies soepel?
a)
oorgang
b)
oorschelp
c)
trommelvlies
d)
oorsmeerkliertjes
53.

Waarvoor dient de buis van Eustachius?

a)

vocht verdeling

b)

het is een extra route waarop geluid de gehoor zintuigcellen kan bereiken

c)

zo blijft de druk aan weerszijde van het trommelvlies gelijk

d)

het heeft geen speciale functie

54.

Waar zitten de zintuigcellen van de oren?

a)

gehoorgang

b)

gehoorzenuw

c)

slakkenhuis

d)

gehoorschelp

55.
Hoeveel verschillende soorten zintuigen kennen we?
a)
3 namelijk in je oog, oor en neus
b)
4 namelijk in je oog, oor, neus en huid
c)
5 namelijk in je oog, neus, oor, huid en mond
d)
6 namelijk in je oor, huid, oog, neus, mond en tong
56.
Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:
a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
57.
Vanaf hoeveel decibel kan er gehoorschade optreden?
a)
60
b)
70
c)
80
d)
90
58.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
59.
Wimpers zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt.
a)
Juist
b)
Onjuist
60.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
61.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
62.
Met deze vlek kan je niets zien.
a)
Gele vlek
b)
Blinde vlek
c)
Lege vlek
d)
Zenuw vlek
63.
Een ander woord voor impuls is ...
a)
Zenuw
b)
Prikkel
c)
Seintje
d)
Reactie
64.

Beschermen de oogkassen de ogen?

a)

Ja

b)

Nee

65.

Maak je in de puberteit extra talg aan?

a)

Ja

b)

Nee

66.

Eelt is een verdikking van de

a)

kiemlaag

b)

hoornlaag

c)

lederhuid

67.

Hoe geef je de hoeveelheid alcohol in het bloed aan?

a)

procent

b)

profiel

c)

promille