wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2HA H1: Geld moet rollen

Total questions: 59

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Bij welke staan alleen maar basis behoeften

a)

Huur, water, jas, scooter, brood

b)

Jas, medicijnen, woonhuis, brood

c)

Schooltas, water, huur, speaker voor telefoon

d)

Medicijnen, schooltas, water, pumps

2.
Wat zijn middelen
a)
Geld, kapitaal en tijd
b)
Geld, bezittingen en tijd
c)
Kapitaal, bezittingen en tijd
d)
Geld, kapitaal en bezittingen
3.
A: Schaarste is een beperkte beschikbaarheid 
B: Welvaart heb je wanneer je veel geld hebt
a)
Alleen A is waar
b)
Alleen B is waar
c)
A en B zijn waar
d)
Geen van beiden zijn waar
4.
Waarom moet je een prioriteitenlijst maken ?
a)
Omdat je middelen schaars zijn en je behoeften niet
b)
Omdat je behoefte schaars zijn en je middelen niet
c)
Omdat je welvaart schaars is en je middelen niet
d)
Omdat je middelen schaars zijn en je welvaart niet
5.

"Beste koop" betekent..

a)

Dat je de beste prijs-kwaliteitsverhouding hebt

b)

Dat je de beste prijs hebt

c)

Dat je de beste kwaliteitsverhouding hebt

6.

Wat is een voorbeeld van gebruiksgoederen?

a)

Auto

b)

Wc-papier

c)

Eten

d)

Drinken

7.

Wat is een voorbeeld van verbruiksgoederen?

a)

Auto

b)

Wasmachine

c)

Tv

d)

Pizza

8.

Wat is GEEN voorbeeld van gebruiksgoederen?

a)

Auto

b)

Snoep

c)

Scooter

d)

Wasmachine

9.

Wat is GEEN oplossing om geldtekort op te lossen?

a)

Heel hard huilen

b)

Lenen

c)

Meer geld verdienen

d)

Bezuinigen

10.

Je bent een ____ als je goederen en diensten koopt om in je behoeften te voorzien.

a)

producten

b)

consument

c)

producent

d)

fabrikant

11.

Welke formule hoort er bij een procentuele verandering?

a)

(nieuw-oud)/oud x 100

b)

(nieuw/oud) x 100

c)

(oud-nieuw)/oud x 100

d)

(oud/nieuw) x 100

12.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

13.

Een verkeersboete is een voorbeeld van ..?...

a)

huishoudelijke uitgaven

b)

secundaire uitgaven

c)

incidentele uitgaven

d)

vaste lasten

14.

Meneer Nicolai en Michel gaan samen naar de wedstrijd FC Twente - Heracles Almelo. Dit is een ..?.. behoefte.

a)

primaire

b)

secundaire

15.

Wat is een andere bewoording voor overige behoeften?

a)

Schaarste

b)

Luxegoederen

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

e)

Directe ruil

16.

Je krijgt EUR 15,-- zakgeld per maand. Hoeveel is dat per week?

a)

EUR 3.46

b)

EUR 180,--

c)

EUR 65,--

d)

EUR 3.45

17.
De formule om een percentage te berekenen is: 
a)
deel : geheel x 100%
b)
nieuw-oud x 100%
c)
deel + geheel x 1000
d)
geheel:100 x 1/2 
18.

Je krijgt EUR 15,-- zakgeld per week. Hoeveel is dat per maand?

a)

EUR 60

b)

EUR 33.91

c)

EUR 65

d)

EUR 75

19.
Dit rokje kost nu...
a)
€59,40
b)
€50,-
c)
€54,00
d)
€56,00
20.
Een leidster in de kinderopvang verdient €1800,- netto. Ze krijgt een loonverhoging van 1,5% wat is haar nieuwe salaris? 
a)
€2000,-
b)
€2070,-
c)
€1827,-
d)
€27,-
21.

De boodschappen zijn:

a)

Incidentele uitgaven

b)

Huishoudelijke uitgaven

c)

Vaste lasten

22.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

23.

Voorbeelden van vaste lasten zijn:

a)

Kleding, eten, drinken

b)

Huur, gas, water, vakantie

c)

Huur, gas, water, zorgverzekering

24.

Als je zonnepanelen gebruikt, doe je aan zelfvoorziening

a)

Waar, want je wekt je eigen energie op. Ondanks de investering, kun je daarna zelfvoorzienend zijn

b)

Niet waar, je koopt de energie van de energiemaatschappij

25.

Je ziet hier ...

a)

Commerciële reclame

b)

Merkreclame

c)

Ideële reclame

d)

Sluikreclame

26.

De afbeelding is een voorbeeld van?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

27.
Wat is het verschil tussen primaire en basis behoeften
a)
Basisbehoeften heb je echt nodig, primaire niet.
b)
Primaire behoeften heb je echt nodig, basisbehoeften niet
c)
Er is geen verschil
d)
Primaire behoeften zijn duurder
28.
Wat is consumeren ?
a)
Het kopen van goederen en diensten
b)
Het verkopen van goederen
c)
Het kopen van goederen
d)
Het aanbieden van diensten
29.
Je broer heeft een schitterende smartphone reclame gezien en vindt dat jij dat mobieltje moet kopen. Wat is dit ?
a)
Sociale beïnvloeding
b)
Commerciële beïnvloeding
c)
Geen van beiden
d)
Zowel sociaal als commercieel
30.
Wat is de juiste omschrijving van budget ?
a)
Dat is de hoeveelheid geld in je portemonnee
b)
Dat is het geld dat je kunt besteden in een periode
c)
Dat is het geld dat je maandelijks besteedt aan het huishouden
d)
Dat zijn de verwachte inkomstern en uitgaven in een periode
31.

De formule om een procentueel aandeel uit te rekenen is

a)

(deel/geheel) x 100

b)

(geheel/deel) x 100

c)

(nieuw-oud)/ oud x 100

d)

jaar/basisjaar x 100

32.

Bereken de procentuele verandering tussen de jaren 2013 en 2014.

a)

3.7%

b)

-3.8%

c)

3.8%

d)

-3.7%

33.

Finn heeft weer een baan gevonden. In de ww had hij een inkomen van € 1.210,- Nu gaat hij 1.581,- per maand verdienen. Met hoeveel procent is zijn loon gestegen?

a)

3,3%

b)

23,5%

c)

30,7%

d)

31,8%

34.

Wat zijn goederen

a)

Iets dat je kan kopen

b)

Tastbare producten

c)

Gebruiksvoorwerpen

d)

Verbruiksvoorwerpen

35.

Wanneer je vader je aanraad een dikke winterjas te kopen is dat:

a)

Commerciële beïnvloeding

b)

Sociale beïnvloeding

c)

Commerciële en sociale beïnvloeding

d)

geen van beide

36.

Wie is de doelgroep van deze ideële reclame?

a)

Alcoholisten

b)

Voetballers

c)

Kinderen

d)

Ouders

37.

In welke regel staan alleen maar consumentenorganisaties?

a)

Rover, ANWB, Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond

b)

Rover en de Hema

c)

Vereniging Eigen Huis, Fairtrade, Kieskeurig

d)

Gezonde vinkje, Consumentenbond, ANWB

38.

Welke van de 4 behoort niet tot de consumentenorganisatie?

a)

Consumentenbond

b)

Anwb

c)

Autoriteit Consument & Markt

d)

Vereniging eigen huis

39.

Om producten te vergelijken bekijk je....

a)

Het vergelijkend onderzoek

b)

Het onderzoek planbureau

c)

Het onderzoek van statistieken

d)

Een vergelijkend Warenonderzoek

40.

Als je nieuwe oortjes kapot gaan na 2 weken, waar heb jij dan recht op?

a)

Nieuwe oortjes

b)

Teruggave van het hele bedrag

c)

Een deel van het bedrag krijg je terug

d)

Je hebt nergens recht op

41.

Wie stelt eisen aan de veiligheid van producten?

a)

Wet koop op afstand

b)

Wet productaansprakelijkheid

c)

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

d)

De Warenwet

42.

Een nieuwe IPhone voor 300 euro behoort tot...

a)

Een slechte prijs-kwaliteitsverhouding

b)

Een normale prijs-kwaliteitsverhouding

c)

Een goede prijs-kwaliteitsverhouding

d)

Geen van allen

43.

Een auto is een....

a)

Gebruiksgoed

b)

Verbuiksgoed

44.

Pizza is een....

a)

Verbruiksgoed

b)

Gebruiksgoed

45.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

46.
Voor welke uitgaven reserveer je geld?
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
47.

Wat is geld reserveren?

a)

Berekenen hoeveel geld je nodig hebt.

b)

Opzoeken hoeveel iets kost.

c)

Geld opzijzetten om grote of onverwachte uitgaven te betalen.

48.

Hoe bereken je de reservering per maand?

a)

benodigd bedrag ÷ aantal maanden

b)

benodigd bedrag x aantal maanden

c)

aantal maanden x weekloon

d)

aantal maanden ÷ benodigd bedrag

49.

Je hebt 3 soorten uitgaven, namelijk

a)

geld als rekenmiddel, spaarmiddel en ruilmiddel

b)

vaste lasten, dagelijkse uitgaven en incidentele uitgaven

c)

huishoudelijke uitgaven, vaste uitgaven en zware uitgaven

d)

geld als rekenmiddel, betaalmiddel en ruilmiddel

50.

Je gaat naar de bioscoop. Dit is een voorbeeld van

a)

vaste lasten

b)

dagelijkse uitgaven

c)

incidentele uitgaven

d)

betaalmiddel

51.
Voor welke uitgaven reserveer je geld?
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
52.
Als ik van een weeksalaris naar een maandsalaris wil rekenen moet ik eerst...
a)
van week naar jaar  en daarna naar maand gaan
b)
van week naar maand gaan
c)
van week naar kwartaal gaan en daarna naar jaar
d)
van maand naar week gaan en dan naar een week
53.
Het betalen van huur zijn...
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
54.
Hoeveel euro moet je per maand reserveren als je over één jaar 1200 euro nodig hebt voor een auto?
a)
1200 euro
b)
120 euro
c)
100 euro
d)
200 euro
55.
de formule om de reservering per maand te berekenen is:
a)
aankoopprijs - verkoopprijs
b)
aankoopprijs : verkoopprijs
c)
verkoopprijs : aantal maanden
d)
aankoopprijs : aantal maanden
56.
Als ik meer geld ontvang dan dat ik uitgeef heb ik een overschot.
a)
Waar
b)
Niet waar
57.

Welke stelling(en) is/zijn juist?

I vaste lasten zijn altijd basisbehoeften

II incidentele uitgaven zijn vaak grote uitgaven

a)

Alleen I is juist

b)

Alleen II is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

58.

Je verbruikt niet iedere maand evenveel energie. Toch hoort de energierekening bij je vaste lasten. Waarom?

a)

Iedereen moet verplicht voor energie betalen.

b)

Je betaalt iedere maand een vast voorschot voor je energie.

c)

Iedereen verbruikt energie.

d)

Iedereen in Nederland betaald een gelijke bijdrage voor de opwekking van energie.

59.

Je krijgt dagelijks €0,40 aan zakgeld. Op welke manier(en) kun je dit omrekenen naar jouw zakgeld per maand?

a)

€0,40 x 31

b)

€0,40 x 365 : 12

c)

€0,40 x 365 : 52

d)

€0,40 x 7 x 52 : 12

e)

€0,40 x 7 x 12 : 52