wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling SO Module 11

Total questions: 19

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we de zoogdieren, vissen, vogels, amfibieën en reptielen samen?

a)

dieren

b)

gewervelde

c)

zoogdieren

d)

weekdieren

2.

Wat hebben alle gewervelde dieren hetzelfde in hun skelet(bouwplan)

a)

Ribben, schedel, wervelkolom, benen

b)

ledenmaten, armen, benen, wervelkolom

c)

ribben, ledenmaten, wervelkolom, ledenmaten

d)

armen, benen, hoofd

3.

Als skeletten op elkaar lijken hebben ze hetzelfde:

a)

model

b)

aantal botten

c)

ontwerp

d)

bouwplan

4.

lopen op de teenkootjes hoort bij de:

a)

zoolganger

b)

teenganger

c)

topganger

5.

De mens is een:

a)

topganger

b)

teenganger

c)

zoolganger

6.

Bij welke groep van de gewervelde dieren hoort de walvis?

a)

zoogdieren

b)

vogels

c)

vissen

d)

reptielen

e)

amfibieën

7.

Welke kracht helpt de fiets vooruit te komen?

a)

voortstuwende kracht

b)

normaalkracht

c)

zwaartekracht

d)

tegenwerkende kracht

8.

Hoeveel cm is de pijl in de afbeelding met een kracht van 400N?

a)

1cm

b)

2cm

c)

3cm

d)

4cm

e)

5cm

9.

Een wrijvingskracht kan iets in beweging zetten.

a)

goed

b)

fout

10.

Als je een veer uittrekt is je spierkracht groter dan de veerkracht.

a)

goed

b)

fout

11.

Wat is de symbooleenheid van tijd?

a)

u

b)

U

c)

h

d)

H

12.

Michaël fiets 150 minuten. Bereken hoeveel uur dat is.

a)

2 uur

b)

2,1 uur

c)

2, 3 uur

d)

2,5 uur

13.

Bekijk de ANWB paddenstoel.

Er staat dat het 4,4 km naar de Lutte is. Wat betekent 4,4 km?

a)

4 kilometer en 0,4 meter

b)

4 kilometer en 4 meter

c)

4 kilometer en 40 meter

d)

4 kilometer en 400 meter

14.

Een coureur rijdt met een gemiddelde snelheid van 200km/h. Reken de gemiddelde snelheid om in m/s.

a)

55,5m/s

b)

55,6m/s

c)

20m/s

d)

40m/s

15.

Marleen fiets in uur naar school. De afstand is 15 km. Wat is de gemiddelde snelheid van Marleen.

a)

5 km/h

b)

10 km/h

c)

15 km/h

d)

20 km/h

16.

Simon schaatst 500m in 34 seconden. Wat is zijn gemiddelde snelheid?

a)

17 km/h

b)

17 m/s

c)

14,7 km/h

d)

14,7 m/s

17.

Een ronddraaiende beweging heet ook wel ..

a)

translatie

b)

rotatie

c)

rondo

d)

rotonde

18.

Een benzinemotor heeft benzine nodig voor de kleine ontploffingen die de zuiger in de motor naar beneden drukken. In welke onderdeel wordt het vonkje gemaakt dat voor de ontploffing zorgt?

a)

zuiger

b)

krukas

c)

bougie

d)

cilinder

19.

Welke beweging kun je overbrengen met een nokkenas?

a)

van recht naar recht

b)

van recht naar rond

c)

van rond naar rond

d)

van rond naar recht