wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bijwoordelijke bepaling en verwijswoorden

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?

In het huis aan de overkant woont een journalist van De Telegraaf.

a)

In het huis aan de overkant

b)

woont

c)

een journalist

d)

van De Telegraaf

2.

Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?

De Franse nationale feestdag valt op 14 juli.

a)

De Franse nationale feestdag

b)

14 juli

c)

op 14 juli

d)

valt

3.

Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?

Het hardrockcafé werd vanwege geluidsoverlast gesloten.

a)

Het hardrockcafé

b)

vanwege

c)

vanwege geluidsoverlast

d)

gesloten

4.

Is de volgende zin correct geschreven?

Geef hun de boodschappen!

a)

Ja

b)

Nee

5.

Is de volgende zin correct geschreven?

Ik heb hun mijn oude cd-speler gegeven.

a)

Ja

b)

Nee

6.

Is de volgende zin correct geschreven?

Je geeft aan hen de boeken.

a)

Ja

b)

Nee

7.

Is de volgende zin correct geschreven?

Het meisje, waarmee hij praatte, had hij al jaren niet meer gezien.

a)

Ja

b)

Nee

8.

Wat moet er op de puntjes komen te staan?

Het regent nu al vier dagen, … erg slecht is voor de oogst.

a)

dat

b)

wat

9.

Wat moet er op de puntjes komen te staan?

Ik heb ... gisteren bij de supermarkt gezien.

a)

hun

b)

hen

10.

Wat moet er op de puntjes komen te staan?

Alles …. de spion gezien had, moest hij weer vergeten.

a)

wat

b)

dat