wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 Stevigheid en beweging

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

3.

Wat is een ontwrichting?

a)

Een botbreuk

b)

Een gewrichtskogel is uit de gewrichtskom

c)

Een kapselband is opgerekt

d)

Een verzwikking

4.

Als je een spier aanspant wordt de spier:

a)

Langer en dikker

b)

Langer en dunner

c)

Korter en dikker

d)

Korter en dunner

5.

Welk bot hoort niet bij het been?

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Kuitbeen

6.

Wat is een ander woord voor ruggengraat?

a)

Wervelkolom

b)

Lendenwervel

c)

Halswervel

d)

Borstwervel

7.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

8.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

9.

Welk orgaan wordt beschermt door het skelet?

a)

Darmen

b)

Maag

c)

Longen

d)

Luchtpijp

10.

Welke stof verdwijnt als je een bot in zoutzuur legt?

a)

Kalk

b)

Lijmstof

11.

Welke beenverbinding zit er tussen de ribben en de borstkas?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

12.

Welke beenverbinding zit er tussen de schedelbeenderen

a)

Kraakbeen

b)

Vergroeiiing

c)

Naadverbinding

d)

Gewricht

13.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel

14.

Welke spier werkt samen met de buikspier?

a)

De armstrekspier

b)

De armstrekspier

c)

De rugspier

d)

De voorste scheenbeenspier

15.

Waarmee zit een spier vast aan het bot?

a)

Kapselband

b)

Aanhechtingsplaats

c)

Spier

d)

Pees

16.

Welke vorm heeft de ruggengraat?

a)

Dubbele S vorm

b)

Enkele S vorm

c)

Dubbele C vorm

d)

Enkele C vorm