wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 KL H5 Warmte

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Tamara gebruikt na het douchen een föhn om haar haren te drogen.

Welke omzetting van energie vindt plaats in de föhn?

a)

Chemische energie wordt omgezet in elektrische energie.

b)

Chemische energie wordt omgezet in warmte.

c)

Elektrische energie wordt omgezet in chemische energie.

d)

Elektrische energie wordt omgezet in warmte.

2.

Welke warmtebron zet chemische energie om?

a)

een cv-ketel

b)

een lamp

c)

een strijkijzer

3.

Welke brandstof wordt in een open haard gebruikt?

a)

aardgas

b)

hout

c)

houtskool

d)

spiritus

4.

Jesper en Ireen verwarmen water op een gasstel tot het kookt. Ireen heeft 100 mL water in haar ketel en Jesper 150 mL. Wie heeft de minste warmte nodig?

a)

Jesper

b)

Ireen

5.

Jesper en Ireen verwarmen water op een gasstel tot het kookt. Ireen heeft 100 mL water in haar ketel en Jesper 150 mL. Wie gebruikt het meeste gas?

a)

Jesper

b)

Ireen

6.

De meeste huizen in Nederland worden verwarmd met:

a)

een cv-installatie.

b)

een houtkachel.

c)

een kolenkachel.

d)

een oliekachel.

7.

In een cv-installatie zitten gasbranders.

Welke bewering over deze gasbranders is waar?

a)

De gasbranders produceren hete verbrandingsgassen.

b)

De gasbranders zetten warmte om in chemische energie.

c)

De gasbranders verwarmen het water met elektrische energie.

d)

De gasbranders verwarmen lucht in de warmtewisselaar.

8.

Bij verbranding komt soms kolendamp vrij.

Welke bewering over kolendamp is waar?

a)

Kolendamp geeft een zwarte aanslag.

b)

Kolendamp is kooldioxide.

c)

Kolendamp is zeer giftig.

d)

Kolendamp kun je ruiken.

9.

Om een bosbrand te blussen wordt soms een deel van het bos omgehakt. Wat is de functie van het omhakken van het bos?

a)

de brandstof afkoelen

b)

de brandstof wegnemen

c)

de brandstof van de zuurstof afsluiten

d)

de ontbrandingstemperatuur verlagen

10.

Tijdens een klassengesprek over warmte-isolatie schrijft de leraar een aantal opmerkingen van leerlingen op het bord. Welke van onderstaande opmerkingen is juist?

a)

Met isolatiemateriaal kun je een woning verwarmen.

b)

In een dikke winterjas kun je bevroren vlees koud houden.

c)

Glas is een goed isolatiemateriaal.

11.

Jos zegt: “Lucht is een goede warmtegeleider.”

Maaike zegt: “Lucht is een slechte warmtetransporteur.”

Wie heeft gelijk?

a)

Alleen Jos heeft gelijk.

b)

Alleen Maaike heeft gelijk.

c)

Jos en Maaike hebben allebei gelijk.

d)

Geen van beiden heeft gelijk

12.

In een koelkast zit een koelelement dat warmte uit de lucht wegneemt.

Wat gebeurt daardoor met de lucht rond het koelelement?

a)

De lucht rond het koelelement krimpt in, wordt lichter en stijgt op.

b)

De lucht rond het koelelement krimpt in, wordt zwaarder en daalt.

c)

De lucht rond het koelelement zet uit, wordt lichter en stijgt op.

d)

De lucht rond het koelelement zet uit, wordt zwaarder en daalt.

13.

In een radiator zit warm water.

Welke vorm van warmtetransport zorgt ervoor dat de buitenkant van de radiator warm wordt?

a)

geleiding

b)

straling

c)

stroming

14.

De binnenkant van een thermosfles is glanzend.

Daardoor:

a)

absorbeert de binnenkant veel warmte.

b)

geleidt de binnenkant de warmte goed.

c)

kaatst de binnenkant de warmte terug.

d)

stroomt de warmte terug in de fles.