wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3M+ - spelling blok 3-4-5

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

aap + trots =

a)

aaptrots

b)

apentrots

c)

apetrots

2.

aap + rots =

a)

aaprots

b)

apenrots

c)

aperots

3.

zon + schijn =

a)

zonneschijn

b)

zonnenschijn

c)

zonschijn

4.

groente + soep =

a)

groentessoep

b)

groentensoep

c)

groentesoep

5.

tomaat + soep =

a)

tomaatsoep

b)

tomatensoep

c)

tomatesoep

6.

spin + wiel =

a)

spinwiel

b)

spinnenwiel

c)

spinnewiel

7.

spin + web =

a)

spinnenweb

b)

spinneweb

c)

spinweb

8.

Wat is het meervoud van: pasta

a)

pastaas

b)

pastas

c)

pasta's

9.

Wat is het meervoud van: druif

a)

druifen

b)

druiven

c)

druifjes

10.

Wat is het meervoud van: panty

a)

panty's

b)

pantys

c)

panties

11.

Wat is het meervoud van: idee

a)

idees

b)

ideeën

c)

ideën

12.

Wat is het meervoud van: bacterie

a)

bacterieën

b)

bacteriën

c)

bacteries

13.

Welke twee zinnen zijn correct?

a)

De meesten leerlingen hadden vrij

b)

De meeste leerlingen hadden vrij

c)

De meesten hadden vrij

d)

De meeste hadden vrij

14.

Welke twee zinnen zijn correct?

a)

Dit zijn de enige opties die je hebt.

b)

Zij waren de enige die dit snapten.

c)

Zij waren de enigen die die snapten.

d)

Hier heb je enigen voorbeelden.

15.

Welke twee zinnen zijn correct?

a)

Allen waren geslaagd.

b)

Alle waren geslaagd.

c)

Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

d)

Er waren meerderen mensen op de markt.

16.

citaat of een eigen zin?

Robert zei dat hij morgen naar de kermis gaat.

a)

dit is een citaat

b)

Dit is een eigen zin

c)

geen van beide

17.

Is dit een citaat of een eigen zin?

'Nee', zei de docent, 'jullie hebben geen huiswerk'.

a)

Dit is een citaat

b)

Dit is een eigen zin

c)

geen van beide

18.

In welke zinnen staat de komma op de juiste plek?

a)

We gaan niet naar het strand want, het is veel te koud.

b)

Morgen is er een voorstelling, en daar gaan wij naar toe.

c)

Omdat het regende, gingen we met de auto.

d)

De zon scheen, maar toch was het heel koud.

19.

In welke zinnen staat de komma op de juiste plek?

a)

Zullen we gaan voetballen, tennissen, of gamen?

b)

Zullen we gaan winkelen, muziek luisteren of chillen?

c)

Er was een ongeluk gebeurd, maar er waren gelukkig geen gewonden.

d)

Susan, wil jij dit even voor me wegbrengen?

20.

Welke Engelse werkwoorden zijn goed vervoegd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

ik race - jij racet - hij racete - wij hebben geracet.

b)

ik game - jij gamed - hij gamede - wij hebben gegamet.

c)

Ik skateboard - jij skateboardt - hij skateboardde - wij hebben geskateboard

d)

Ik blogg - jij bloggt - hij blogde - we hebben geblogd