Font size
WorksheetsHerhaling leerstof 3e trim 1e jaar
Total questions: 108
Worksheet time: 1hrs 1mins
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Dit schilderij moet tweeduizend euro opbrengen
moet
Dit schilderij
moet opbrengen
tweeduizend euro
Wat is het onderwerp in de volgende zin?
Hij kan een goede prijs hiervoor maken.
Hij
een goede prijs
hiervoor
kan maken
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Zij doen de verkeerde dingen.
de verkeerde dingen
Zij
doen
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Jens kreeg veel cadeautjes voor zijn verjaardag.
Jens
voor zijn verjaardag
cadeautjes
veel cadeautjes
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Mijn oma vindt het schilderij van Jeroen Bosch heel mooi.
het schilderij
mijn oma
het schilderij van Jeroen Bosch
heel mooi
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
De mentor mocht de geslaagden hun vwo-diploma overhandigen.
de mentor
de geslaagden
hun vwo-diploma
Er is geen meewerkend voorwerp.
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Op tv maakte de generaal de staatsgreep bekend aan het volk?
op tv
de generaal
de staatsgreep
aan het volk
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Vertelde de hopman zijn scouts vannacht een spookverhaal?
de hopman
zijn scouts
een spookverhaal
Er is geen meewerkend voorwerp.
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De gevraagde brochure zullen wij u vandaag nog toesturen.
de gevraagde brochure
wij
u
vandaag
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Om drie uur geeft de bondscoach de pers zijn opstelling door.
om drie uur
de bondscoach
de pers
zijn opstelling
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Zou u mij een bord spaghetti willen opscheppen?
u
mij
een bord spaghetti
willen opscheppen
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De mentor mocht de geslaagden hun vwo-diploma overhandigen.
de mentor
de geslaagden
hun vwo-diploma
Er is geen lijdend voorwerp.
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Op tv maakte de generaal de staatsgreep bekend aan het volk.
op tv
de generaal
de staatsgreep
aan het volk
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Op tv maakte de generaal de staatsgreep bekend aan het volk.
op tv
de generaal
de staatsgreep
aan het volk
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Vertelde de hopman zijn scouts vannacht een spookverhaal?
de hopman
zijn scouts
vannacht
een spookverhaal
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
De gevraagde brochure zullen wij u vandaag nog toesturen.
de gevraagde brochure
wij
u
vandaag nog
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Om drie uur geeft de bondscoach de pers zijn opstelling door.
om drie uur
de bondscoach
de pers
zijn opstelling
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Zou u mij een bord spaghetti willen opscheppen?
u
mij
een bord spaghetti
willen opscheppen
De bekend band heeft de fans handtekeningen uitgedeeld.
lijdend voorwerp
Welke samenstelling is juist geschreven?
Ziektekiem
Ziekteskiem
Ziektenkiem
Welke samenstelling is juist geschreven?
Station chef
Stationchef
Stationschef
Stations chef
Welke samenstelling is juist geschreven?
Bananesplit
Bananensplit
Bananen split
Welke samenstelling is juist geschreven?
Koninginne dag
Koninginnendag
Koninginnedag
Welke samenstelling is juist geschreven?
Liefdescène
Liefdesscène
Liefdenscène
Welke samenstelling is juist geschreven?
Secretaressedag
Secretaressendag
Secretaressesdag
Welke samenstelling is juist geschreven?
Pannenkoekenpan
Pannekoekenpan
Pannekoeken pan
Pannenkoeken pan
Welke samenstelling is juist geschreven
Hordesloper
Hordenloper
Hordeloper
Welk woord is goed gespeld?
secondenwijzer
groentensoep
etalagepop
pannekoek
Welk woord is goed gespeld?
samewerking
hondehok
kippenei
paardestaart
Welk woord is goed gespeld?
Koninginnendag
berengoed
hartelijk
garagendeur
Welk woord is goed gespeld?
vissekop
rijstenbrij
apentrots
zonnebril
staat + secretaris
staatssecretaris
staatsecretaris
liefde + spel
liefdesspel
liefdespel
liefdenspel
station + chef
stationschef
stationchef
punt + slijper
puntenslijper
punteslijper
toets + bord
toetsenbord
toetsebord
courgette + snijder
courgettensnijder
courgettesnijder
boek + winkel
boekewinkel
boekenwinkel
seconde + wijzer
secondenwijzer
secondewijzer
(Een essay is een soort opstel)
Wat is het verkleinwoord van: kano
kano'tje
kanootje
kanoo'tje
kleine kano
Wat is het verkleinwoord van: lading
ladinkje
ladingkje
ladingetje
kleine lading
Wat is het verkleinwoord van: pudding
puddinkje
puddingje
puddingetje
kleine pudding
Wat is het meervoud en het verkleinwoord van: cadeau
cadeaus en cadeautje
cadeaus en cadeautjes
veel cadeau en cadeautje
veel cadeau en klein cadeau
Wat is het meervoud en het verkleinwoord van: ring
rings en ringetje
ringengen en ringetjes
ringen en ringetje
ringen en kleine ring
Wat is het meervoud en het verkleinwoord van: beloning
beloningen en beloninkje
beloningen en beloningje
beloningen en beloningkje
beloningen en kleine beloning
Wat is het meervoud en het verkleinwoord van: agenda
agenda's en agendaatje
agendaas en agendatje
agendaas en agenda'tje
agenda's en agenda'tje
Wat is het meervoud en het verkleinwoord van: logé
logés en logeetje
logees en loge'tje
logees en logeetje
logés en loge'tje
Dit waren de saaiste uren uit mijn leven!
Feit
Mening
Wat is geen uitspraak die past bij een feit?
Het is te controleren.
Het zegt wat één persoon ervan vindt
Je kunt het bewijzen
Gamen is tijdverlies.
Feit
Mening
Brussel is de hoofdstad van België.
Feit
Mening
Het is een mooie zonsondergang.
Feit
Mening
Feit of mening? : Dat is een gemakkelijke opgave.
Feit.
Mening.
Een instructie. Fictie of non-fictie
fictie
non-fictie
Nieuwsbericht. Fictie of non-fictie?
Fictie
Non-fictie
Realistische fictie
Sprookje. Fictie of non-fictie?
Fictie
Non-fictie
Realistische fictie
Het Achterhuis van Anne Frank. Fictie of non-fictie?
Fictie
Non-fictie
Realistische fictie
Een chronologisch verband beschrijft gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
Wat wordt bedoeld met de hoofdgedachte van een tekst?
De titel van de tekst.
De belangrijkste zin van een tekst.
De tekst samengevat in één tot twee zinnen.
Wat zijn signaalwoorden?
Woorden die je een seintje geven dat de schrijver een tekstverband gebruikt.
Woorden die belangrijk zijn.
Woorden die een seintje geven dat een woord naar iets anders verwijst.
Woorden die cursief of dikgedrukt zijn in de tekst.
