wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

dongemondcollege KGT1

Total questions: 27

Worksheet time: 2hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent " procent" letterlijk?

a)

" van de honderd "

b)

" van de tien "

c)

" van de duizend "

2.
Van de 10 jongens, dragen 4 jongens 'Nike' schoenen. Hoeveel procent is dit?
a)
25%
b)
30%
c)
35%
d)
40%
3.
20 % van 500 =
a)
100
b)
10
c)
20
d)
200
4.

Er is 10% korting, hoeveel kost het rokje nu?

a)

Dit rokje kost nu € 50, --

b)

Dit rokje kost nu € 6, --

c)

Dit rokje kost nu € 54, --

d)

Dit rokje kost nu € 66, --

5.

hoeveel % is 1/20

a)

20%

b)

3%

c)

5%

d)

7.5%

6.

Hoeveel is 6% van 400 passagiers?

a)

24

b)

4

c)

2,4

d)

30

7.

Welk bedrag is 9% van 200 euro?

a)

€ 2

b)

€ 18

c)

€ 20

d)

€ 190

8.

Ik heb op een toets 7 op 10. Hoeveel % is dat ?

a)

7 %

b)

14 %

c)

70 %

d)

7,70 %

9.
Van een groep van 24 leerlingen hebben 13 leerlingen blauwe ogen. Hoeveel procent is dat?
a)
54,2%
b)
55%
c)
184,6%
d)
50%
10.
Welk decimaal getal hoort bij 74 procent?
a)
0,26
b)
1,74
c)
0,33
d)
0,74
11.

Op een school zit 700 leerlingen. Daarvan zitten 220 leerlingen in de tweede klas. Hoeveel procent is dat?

a)

35,45%

b)

31,43 %

c)

32,87%

d)

25 %

12.

In klas A1X zitten 30 leerlingen en daarvan dragen zeven en bril.

In klas A1Z zitten 25 leerlingen en dragen 6 een bril.

In welke klas dragen naar verhouding meer kinderen een bril?

a)

A1X

b)

A1Z

c)

Evenveel naar verhouding

13.
1
̅5̅ deel is .........%
a)
25
b)
15
c)
20
d)
30
14.
In een fotoboek kunnen 50 foto's. 1/5 deel van het boek is al gevuld. Hoeveel foto's zijn dat?
a)
10
b)
20
c)
30
d)
50
15.
In een fotoboek kunnen 80 foto's. 3/4 deel van het boek is al gevuld. Hoeveel foto's kunnen er nog bij in?
a)
20
b)
40
c)
60
d)
80
16.
2/5 + 1/5 =
a)
3/10
b)
3/5
c)
1/5
d)

2/10

17.
4/7 van 28 =
a)
11
b)
16
c)
4
d)
7
18.
7/14 =
a)
1/7
b)
1/14
c)
1/2
d)
2
19.

20/30 - 15/30

(Vereenvoudigen)

a)

35/60

b)

1/6

c)

1/5

d)

5/30

20.

26/24 - 10/24 =

(Vereenvoudigen)

a)

8/12

b)

4/6

c)

16/24

d)

2/3

21.

16/18 - 12/18 =

(Vereenvoudigen)

a)

4/18

b)

28/18

c)

3/9

d)

2/9

22.

3/10 + 2/10 = (Let op: vereenvoudig je antwoord)

a)

1/2

b)

5/10

c)

5/20

d)

1/5

23.

Haal de helen uit 30/5

a)

6

b)

5

c)

5 3/5

d)

6 1/5

24.

3 / 10 schrijf je als kommagetal......

a)

3,0

b)

0,3

c)

0,03

d)

0,33

25.
a)
b)
c)
d)
26.

Hoe noem je het getal dat onder de deelstreep in een breuk staat?

a)

Noemer

b)

Teller

27.

Waar begint de conclusie van mevrouw Waas altijd mee?

a)

Dus

b)

Daarom

c)

Conclusie

d)

Antwoord