wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

WOORDSOORTEN 2 GYMNASIUM

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.
De jarige heeft alle cadeaus uitgepakt
a)
jarige is een bijvoeglijk naamwoord
b)
jarige is een zelfstandig naamwoord
c)
jarige is een werkwoord
2.
Vanwege het slechte weer kon de veerpont niet varen.
a)
het is een bijvoeglijk naamwoord
b)
het is een lidwoord
c)
het is een bijwoord
3.
Mijn agenda ligt op mijn bureau.
a)
mijn is een lidwoord
b)
mijn is een bijvoeglijk naamwoord
c)
mijn is een bezittelijk voornaamwoord
4.
Naast de bank staat een tafel.
a)
naast is een bijvoeglijk naamwoord
b)
naast is een voorzetsel
c)
naast is een lidwoord
5.
Dit pakketje heeft weken op het postkantoor gelegen.
a)
gelegen is een werkwoord
b)
gelegen is een zelfstandig naamwoord
c)
gelegen is een bijvoeglijk naamwoord
6.

Mijn zus vindt het nieuwste nummer van Madonna erg mooi.

Nieuwste is

a)

een bijvoeglijk naamwoord

b)

een zelfstandig naamwoord

c)

een bijwoord

7.

Niemand vermoedde het, maar mijn broer is toch arts geworden.

geworden is een

a)

hulpwerkwoord

b)

koppelwerkwoord

c)

zelfstandig werkwoord

8.

Ik geloof niets van wat zij daar vertelt.

niets is een

a)

bijwoord

b)

onbepaald voornaamwoord

c)

onbepaald hoofdtelwoord

9.

Zulke vervelende leerlingen geven we een onvoldoende.

zulke is een

a)

aanwijzend voornaamwoord

b)

betrekkelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

10.

Bekijk onderstaande rijtjes. Welke bevatten alleen aanwijzende voornaamwoorden?

a)

dat, dit, ginds, datgene, elkaars

b)

soortgelijke, degene, zelf, zo'n, dezelfde

c)

diens, degene, datgene, ginds, wier

11.

Wie gaan er morgen in de les in groepjes samenwerken?

wie is een

a)

betrekkelijk voornaamwoord

b)

betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent

c)

vragend voornaamwoord

d)

vragend voornaamwoord met ingesloten antededent

12.

Het is me niet duidelijk wat hij morgen gaat doen in de les.

Het is een

a)

onbepaald voornaamwoord

b)

bepaald lidwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

13.

Heb je je vergist met het maken van die som?

je is een

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

14.

Heb je je vergist bij het maken van die som?

het is een

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

onbepaald voornaamwoord

c)

bepaald lidwoord

15.

Menigeen verwacht dat de rector een feest zal organiseren.

dat is een

a)

onderschikkend voegwoord

b)

aanwijzend voornaamwoord

c)

betrekkelijk voornaamwoord

16.

De laatste die aankomt over de finish, moet afwassen.

laatste is een

a)

zelfstandig naamwoord

b)

bepaald rangtelwoord

c)

onbepaald rangtelwoord

17.

Zij schreeuwt altijd zo vreselijk hard.

vreselijk is een

a)

bijwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

onbepaald voornaamwoord

18.

Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.

wie is een

a)

vragend voornaamwoord

b)

betrekkelijk voornaamwoord

c)

betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent

d)

persoonlijk voornaamwoord

19.

In verband met de festiviteiten rond het lustrum, zullen de lessen vervallen.

in verband met is een

a)

bijwoord

b)

voorzetsel

c)

bijvoeglijk naamwoord

20.

Wat kun je me daarover vertellen?

daarover is een

a)

voorzetsel

b)

bijwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

21.

Maar dat kun je toch niet maken!

maar is een

a)

nevenschikkend voegwoord

b)

tussenwerpsel

c)

bijwoord

22.

Zij die spieken, krijgen een één.

die is een

a)

betrekkelijk voornaamwoord

b)

aanwijzend voornaamwoord

c)

betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent

23.

Of mijn broer zal slagen, is nog maar de vraag.

of is een

a)

nevenschikkend voegwoord

b)

onderschikkend voegwoord

c)

bijwoord

24.

Mijn moeder heeft het helaas altijd druk.

het is een

a)

bepaald lidwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

c)

onbepaald voornaamwoord

25.

Mijn nichtje wordt volgend jaar model.

model is een

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

26.

Mijn buurmeisje zou tevreden geweest zijn met een klein zesje.

tevreden is een

a)

zelfstandig werkwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

bijwoord

27.

Ik zie weinig verandering in je werkhouding.

weinig is een

a)

onbepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald voornaamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

28.

Ik zie weinig leerlingen die een positieve werkhouding hebben.

weinig is een

a)

onbepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald voornaamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

29.

Wat ik gisteren heb gehoord, kan ik maar moeilijk geloven.

wat is een

a)

betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent

b)

vragend voornaamwoord

c)

betrekkelijk voornaamwoord

d)

onbepaald voornaamwoord

30.

Ik wil graag weten wat hij heeft gezegd!

wat is een

a)

betrekkelijk voornaamwoord

b)

onbepaald voornaamwoord

c)

onbepaald hoofdtelwoord

d)

vragend voornaamwoord

31.

Je kunt ons bellen als je interesse hebt in een puppy.

ons is een

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

32.

Jullie ergeren je toch ook zo aan die keiharde muziek?

je is een

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

wederkerend voornaamwoord

33.

Pfff, ik ben bekaf!

bekaf is een

a)

bijwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

34.

Pfff, ik ben bekaf!

pfff is een

a)

bijwoord

b)

tussenwerpsel

c)

voorzetsel

35.

Die auto is toch de uwe?

uwe is een

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bezittelijk voornaamwoord

36.

BONUSVRAAG: De kat van mevrouw Kuipers heet

a)

Hendrik

b)

Herman

c)

Henk