wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H7: Hoe groot is onze wereld?

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Bedrijven kopen goederen uit een ander land of verkopen er goederen aan

a)

Import

b)

Internationale handel

c)

Export

d)

Nationale handel

2.

Een ander woord voor uitvoer is ...

a)

import

b)

export

c)

transport

3.

Een ander woord voor export is ...

a)

invoer

b)

uitvoer

c)

import

d)

internationale handel

4.

Hoe noem je geld van een land dat niet de euro heeft?

a)

bijzonder geld

b)

vreemd geld

c)

nep geld

d)

monopoly geld

5.

Een land met naar verhouding veel in- en uitvoer heeft een ..... economie

a)

open

b)

gesloten

c)

internationale

d)

actieve

6.

Wat is het tegenovergestelde van een open economie?

a)

dichte economie

b)

gesloten economie

c)

starre economie

d)

beschermde economie

7.

Wat was het voornaamste doel van de eerste Europese samenwerking?

a)

op economisch gebied samenwerken

b)

op militair gebied samenwerken

c)

op humanitair gebied samenwerken

d)

op landbouwgebied samenwerken

8.

Hoe noem je die landen binnen de Eu die met de Euro betalen?

a)

Eurogebied

b)

Eurozone

c)

Euro-unie

d)

Eurodeel

9.

Wat is Protectie?

a)

Maatregelen om bedrijven in eigen land te beschermen tegen concurrentie vanuit het buitenland

b)

Maatregelen om bedrijven in het buitenland te beschermen tegen concurrentie vanuit het binnenland

10.

Als je producten vrij mag invoeren en uitvoeren zonder dat je invoerrechten hoeft te betalen, is er sprake van ......

a)

gesloten handel

b)

vrijhandel

c)

internationale handel

d)

commerciële handel

11.

Je ziet hier de wereld verdeeld in de eerste, tweede en derde wereld. Hoe noemen we de derde wereld ook wel?

a)

arme wereld

b)

ontwikkelingslanden

c)

ontwikkelwereld

d)

arme landen

12.

Hoe meten we het begrip welvaart?

a)

In de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien

b)

In de mate hoe hoog het inkomen per hoofd van de bevolking is

c)

In de mate hoe gelukkig de mensen van een land zijn

d)

In de mate hoe veel geld mensen op hun spaarrekening hebben staan

13.

Hoe reken je het inkomen per hoofd van de bevolking uit?

a)

Aantal inwoners delen door het gezamenlijke inkomen van een land

b)

Het gezamenlijke inkomen van een land delen door het aantal inwoners

14.

Wat stelt dit plaatje voor?

a)

een economische rondgang

b)

een gesloten cirkel

c)

een vicieuze cirkel

d)

een armoede cirkel

15.

Hoe noem je de hulpverlening om de welvaart in ontwikkelingslanden te vergroten?

a)

welvaartshulp

b)

internationale hulp

c)

ontwikkelingssamenwerking

d)

derde wereldhulp

16.

Het geven van voedsel of geld zijn voorbeelden van ....

a)

structurele hulp

b)

noodhulp

17.

Over welke hulp gaat de tweede zin van deze bekende spreuk van Confucius?

a)

Noodhulp

b)

Structurele hulp

18.

Tony's Chocolony is een voorbeeld van Fairtrade. Wat is dat?

a)

Dat de boeren in ontwikkelingslanden een lagere prijs voor hun procucten krijgen

b)

Dat de boeren in ontwikkelingslanden een hogere prijs voor hun producten krijgen