Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Proöimion en Kandaules en Gyges

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Deze vraag gaat over het Prooimion. Wat is het onderwerp van het eerste stukje zin?

a)

ἀπόδεξις

b)

Ἡροδότου

Ἁλικαρνησσέος

c)

ἱστορίης

2.

Wat zijn, volgens de inleiding, de doelen van de Historiën?

a)

Dat de daden van de mensen niet in de vergetelheid raken

b)

Dat de grootse daden niet roemloos worden

c)

De oorzaak aangeven waardoor Grieken en barbaren met elkaar in gevecht raakten

d)

Het verloop van de strijd tussen Grieken en barbaren nauwkeurig aangeven

3.

Wat voor dialect had Herodotos?

a)

Ionisch

b)

Dorisch

c)

Korintisch

d)

Attisch

4.

In welke woorden uit het proöimion zien we dit dialect bijvoorbeeld terug?

a)

Ἁλικαρνησσέος

b)

βαρβάροισι

c)

ἔργα

d)

ἀνθρώπων

5.

Welke woorden zijn kenmerkend voor Herodotos' onderzoeksmethode?

a)

ὄψις

b)

ἱστορίη

c)

γνώμη

d)

ἀκοή

6.

Waar leidden al die begrippen toe?

a)

Een kritische houding

b)

Een empirisch onderzoek

c)

Een eenzijdig gekleurd beeld van de werkelijkheid

d)

Een focus op de Griekse kant

7.

Kandaules en Gyges. Wat waren zij van elkaar?

a)

Meester en ondergeschikte

b)

Vrienden

c)

Vader en zoon

d)

Neef en nicht

e)

Legeraanvoerder en soldaat

8.

διελθόντος. Geef aan welk(e) begrip(pen) hierop van toepassing zijn.

a)

imperfectum

b)

participium

c)

aoristus

d)

passief

e)

samengesteld

9.

Wat was Kandaules' oplossing voor het feit dat Gyges niet mega-enthousiast was over zijn vrouw?

a)

ἐκείνην θεήσεαι γυμνήν

b)

δοκέω πείθεσθαί μοι λέγοντι

c)

κιθῶνι ἐκδυομένῳ συνεκδύεται

d)

πείθομαι ἐκείνην εἶναι πασέων γυναικῶν καλλίστην

10.

Wat vond Kandaules van zijn vrouw?

a)

πασέων γυναικῶν καλλίστην

b)

τὸ εἶδος τῆς γυναικὸς

c)

δέομαι μὴ δέεσθαι ἀνόμων

11.

In welke regel staat het argument dat Kandaules gebruikt om Gyges te overtuigen?

a)

4

b)

7

c)

9

d)

12

12.

Tekst 2: Gyges wordt overreed. φοβεῦ. Geef aan welk(e) term(en) daarop van toepassing zijn.

a)

conjunctivus

b)

imperativus

c)

genitivus

d)

participium

13.

Waarom moet Gyges, volgens Kandaules, niet bang zijn?

a)

Kandaules zou toestemming vragen van zijn vrouw

b)

Het bespieden zou stiekem gaan gebeuren

c)

Hij was er niet op uit om Gyges in de val te lokken

14.

In welke regel loopt het plan dan alsnog in de soep?

a)

10

b)

12

c)

13

d)

14

15.

Wat is de reactie van de vrouw?

a)

Ze slaakt een gil

b)

Ze doet helemaal niets

c)

Ze roept Kandaules

d)

Ze spreekt Gyges aan

16.

Wordt de vrouw ooit bij name genoemd?

a)

Nee

b)

Ja

17.

Wat gebeurde er NIET in tekst b?

a)

Kandaules deed of het tijd was om naar bed te gaan

b)

De vrouw legde haar kleren op een stoel

c)

De vrouw ging liggen op het bed

d)

Gyges glipte achter haar rug langs naar buiten

e)

De vrouw keek Gyges aan

18.

Tekst c: 'het dilemma'. Wat was het dilemma?

a)

Of Gyges Kandaules moest vermoorden of zichzelf

b)

Of de vrouw Kandaules moest confronteren of niet

c)

Of Kandaules koning van Lydië wilde blijven of niet

d)

Hoe Kandaules uit deze situatie kon komen

19.

Wat dacht Gyges toen de vrouw hem de volgende ochtend riep?

a)

Niets bijzonders

b)

Help, ze heeft het gezien

c)

Ik ga haar vermoorden

d)

Als er iets gebeurt stap ik naar Kandaules

20.

Uit welk woord blijkt dat Gyges geen keuze had?

a)

ἀναγκαίην (r.11)

b)

δυῶν ὁδῶν (5)

c)

ἀπόλλυσθαι (12)

d)

πειθόμενος (7)

21.

Welke woorden hebben iets met 'keuze' te maken?

a)

δυῶν ὁδῶν (5)

b)

ἢ (5-6)

c)

διακρῖναι (11)

d)

αἱρέεται (12)

22.

Tekst d: Gyges wordt koning. Wie is het onderwerp van ἔφη (in r.2)

a)

Gyges

b)

Kandaules

c)

De vrouw

d)

Geen van bovenstaande opties

23.

Hoe wordt Kandaules vermoord?

a)

Met een zwaard

b)

Met een dolk

c)

Verstikking

d)

Vergif

24.

Wie kwam op dat idee?

a)

Gyges

b)

Kandaules

c)

De vrouw

d)

Cluster DKO 4 Grieks

25.

Tekst E: sanctionering door het orakel. Waar wordt deze sanctionering uitgewerkt?

a)

regel 4

b)

regel 5

c)

regel 6

d)

regel 7

26.

Als het orakel het niet eens was met het feit dat Gyges koning was, wat zou er dan gebeuren?

a)

Gyges zou worden vermoord

b)

Hij zou de macht terug moeten geven aan de Herakliden

c)

De vrouw zou koningin worden

d)

De familie van Gyges zou worden gestraft

27.

ἐβασίλευσε. Welke opties zijn van toepassing?

a)

3e ev

b)

futurum

c)

aoristus

d)

participium

e)

actief

28.

In welk gebied is Herodotos geboren?

a)

Turkije

b)

Iran

c)

Italië

d)

Griekenland

29.

Over welke oorlogen schrijft Herodotos?

a)

De peloponnesische

b)

De perzische

c)

beide

30.

Waarom was Herodotos onder andere wel geschikt om de Historiën te schrijven?

a)

Hij heeft veel gereisd

b)

Hij heeft een Griekse opvoeding genoten

c)

Hij had bekende leermeesters

31.

Uit hoeveel boeken bestaan de Historiën?

a)

5

b)

7

c)

9

d)

12

32.

Hoe heten de uitweidingen die Herodotos in zijn werk heeft? Dus dat hij zomaar een verhaal gaat vertellen zonder direct aanknopingspunt?

a)

digressies

b)

excursen

c)

parabaieneia

d)

precedaties