wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H6 Nederland in de wereld par 1-3

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Steenkool is een voorbeeld van ...

a)

stukgoed

b)

natte massagoed

c)

droge massagoed

2.

Een auto is een voorbeeld van ...

a)

stukgoederen

b)

droog massagoed

c)

nat massagoed

3.

Het gebied waarop een haven gericht is voor de aan- en afvoer van goederen heet ...

a)

voorland

b)

achterland

c)

mainport

d)

transitogebied

4.

Een ander woord voor industriehaven is transitohaven

a)

juist

b)

onjuist

5.

Wat is een voorbeeld van een stukgoed?

a)

Olie

b)

Pakjes sinaasappelsap

c)

Kolen

d)

Ertsen

6.

Rotterdam is zowel een ... als een ...

a)

... doorvoerhaven ...industriehaven

b)

...overslaghaven ...industriehaven

c)

...industriehaven ...goederenoverslaghaven

7.

Welk type goederen wordt hier opgeslagen?

a)

Droge massagoederen

b)

Natte massagoederen

c)

Stukgoederen

d)

Containers

8.

Stukgoederen zijn lichter dan massagoederen

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

De aanvoer van ertsen gebeurt met de trein en duwboot.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Olie wordt vooral doorgevoerd

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

De Tweede Maasvlakte is vooral bedoeld voor containeroverslag

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

olieraffinaderijen en chemische industrie is arbeidsintensief

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Welk voertuig is het snelst?

a)

Schip

b)

Trein

c)

Vliegtuig

14.

Dit voertuig is het goedkoopst

a)

Trein

b)

Schip

c)

Vliegtuig

15.

Deze havengebieden zijn aangelegd na de tweede wereldoorlog

a)

gebied 2 tot en met 6

b)

gebied 3 tot en met 6

c)

gebied 4 tot en met 6

d)

gebied 5 tot en met 6

16.

Wat zijn de belangrijkste redenen voor de grote groei die de Rotterdamse haven heeft meegemaakt na de Tweede Wereldoorlog?

a)

De doorvoer naar het Ruhrgebied

b)

Er kwamen meer distributiecentra

c)

De schepen werden steeds groter

d)

Toename van globalisering

17.

Alleen de gebieden die via de Rijn bereikbaar zijn vanaf Rotterdam vormen het achterland

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Rotterdam was voor de Tweede Wereldoorlog voornamelijk een ...

a)

doorvoerhaven

b)

industriehaven

19.

Welke antwoordmogelijkheid over olie laat het juiste proces zien?

a)

Grondstof (olie) > olieraffinaderij > halffabricaat > eindproduct

b)

Eindproduct (olie) > halffabricaat > grondstof > olieraffinaderij

c)

Grondstof (olie) > halffabricaat > olieraffinaderij > eindproduct

d)

Halffabricaat (olie) > olieraffinaderij > eindproduct > grondstof

20.

De meeste goederen die Europa binnenkomen zijn afkomstig uit de Verenigde Staten.

a)

juist

b)

onjuist

21.

Antwerpen ligt dichtbij de Rotterdamse haven. Dat is gunstig voor de haven van Antwerpen.

a)

juist

b)

onjuist

22.

Rotterdam is de grootste haven van de wereld.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Wat zijn voorbeelden waardoor de Rotterdamse haven mee gaat met zijn tijd en daardoor een sterkte positie heeft weten te krijgen.

a)

Tweede Maasvlakte

b)

Aanleg van de Rijn

c)

Betuweroute

d)

Distributiecentra

24.

Welk vervoersmiddel is geschikt: 'Bloemen moeten van Aalsmeer (NL) binnen een dag naar New York (VS) worden gebracht'

a)

Auto

b)

Trein

c)

Vliegtuig

d)

Zeeschip

25.

Welk vervoersmiddel is geschikt: '100 BMW's moeten van de fabriek in Duitsland naar Rotterdam (om verscheept te worden naar de Verenigde Staten'

a)

Vrachtwagen

b)

Vliegtuig

c)

Trein

d)

Pijpleiding

26.

De overslag van containers vind vooral plaats in de oude havens

a)

Juist

b)

Onjuist

27.

Welk vervoersmiddel is geschikt: Etui's moeten van China naar Rotterdam'

a)

Vliegtuig

b)

Zeeschip

c)

Trein

d)

Pijpleiding

28.

Voor de Tweede Wereldoorlog groeide de Rotterdamse haven vooral doordat de industrie in Nederland sterk groeide waar veel steenkool en ijzererts nodig was.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

In een distributiecentrum wordt waarde toegevoegd aan producten. Dit levert veel geld op.

a)

juist

b)

onjuist