wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3M+ - TW4 van alles een beetje

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke woorden zijn goed geschreven

a)

apartement

b)

appartement

c)

applaus

d)

aplaus

2.

Welke woorden zijn goed geschreven

a)

cappaciteit

b)

capaciteit

c)

suporter

d)

supporter

3.

Welke woorden zijn goed geschreven

a)

verrukkelijk

b)

verukkelijk

c)

herrinnering

d)

herinnering

4.

Welke woorden zijn goed geschreven

a)

parragraaf

b)

paragraaf

c)

sieraden

d)

sierraden

5.

Welke woorden zijn goed geschreven

a)

babys

b)

baby's

c)

bikinies

d)

bikini's

6.

Welke woorden zijn goed geschreven

a)

bureau's

b)

parapluus

c)

ideën

d)

fantasieën

e)

cowboys

7.

Welk citaat is helemaal goed geschreven?

a)

Hij vroeg, 'ga je mee of blijf je thuis?'

b)

Hij vroeg: 'ga je mee of blijf je thuis?'

c)

Hij vroeg: 'Ga je mee of blijf je thuis?'

8.

Welk citaat is helemaal goed geschreven?

a)

Help riep de man, 'er zit iemand vast in de lift!'

b)

'Help', riep de man, 'er zit iemand vast in de lift!'

c)

Help, riep de man, 'Er zit iemand vast in de lift!'

9.

Welke samenstellingen zijn goed geschreven?

a)

zonnenbank

b)

aspergesoep

c)

apentrots

d)

beresterk

e)

hondenhok

10.

Welke samenstellingen zijn goed geschreven?

a)

opgavenformulier

b)

stationchef

c)

schuurssleutel

d)

dorpsstraat

e)

spinnenweb

11.

Welke werkwoorden zijn goed geschreven?

a)

Hij weet niet meer wat er is gebeurt.

b)

Iedereen word hier goed behandeld.

c)

Gelukkig wordt dit verslag goedgekeurd.

d)

Als de trein vroeg vertrekt, vindt hij hopelijk een slaapplek in de buurt.

e)

Wat vind je ervan als dit wordt overgeschilderd?

12.

Welke werkwoorden zijn goed geschreven?

a)

Op dit circuit wordt vaak geracet met oude auto's.

b)

De weekdoelen zijn inmiddels geüpdatet.

c)

Hij had de hele dag geskateboart, waardoor hij de toets niet had geleerd.

d)

Wie veel gamet, wordt goed in Engels.

13.

grammatica: Benoem het onderstreepte zinsdeel.


De inwoners ontvangen allemaal een bericht van de gemeente.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

dit is geen zinsdeel

14.

grammatica: Benoem het onderstreepte zinsdeel.


Voor de vakantie krijgen alle medewerkers een extra salaris uitbetaald.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

bijwoordelijke bepaling

15.

grammatica: benoem de onderstreepte woorden. (in volgorde)


Welke oefeningen moeten wij voor morgen af hebben?

a)

aanw. vnw + bez. vnw + voorz.

b)

vr. vnw + bez. vnw + bijv. naamw.

c)

vr. vnw + pers. vnw + voorz.

d)

vr. vnw + pers. vnw + bijv. naamw

16.

grammatica: benoem de onderstreepte woorden. (in volgorde)


De meest fitte ouderen hebben nog geen elektrische fiets nodig.

a)

bijv.nw + zelfst. nw + bijv. nw

b)

bijv. nw + zelfst. nw + zelfst. nw.

c)

zelfst. nw + zelfst. nw + bijv. nw

17.

spelling: meeste(n) / alle(n) / beide(n) etc.


Welke zin of zinnen is / zijn correct?

a)

De meesten kenden de stof goed.

b)

De kinderen hadden die les alle iets nieuws geleerd.

c)

Enkele waren kapot en moesten worden gerepareerd

d)

Er waren maar twee mensen op de markt, beide deden gewoon inkopen.

18.

stijlfiguren: benoem de stijlfiguur in deze zin.


Nieuwe leden krijgen een gratis geschenk.

a)

tautologie

b)

pleonasme

c)

contaminatie

d)

herhaling

e)

dubbele ontkenning

19.

stijlfiguren: benoem de stijlfiguren in deze zin.


We krijgen vast en zeker tropenrooster bij deze warme tropendagen.

a)

pleonasme en contaminatie

b)

dubbele ontkenning en contaminatie

c)

tautologie en herhaling

d)

tautologie en pleonasme

20.

stijlfiguren: benoem de stijlfiguren in deze zin.


Je moet vast en zeker afdingen als een product zo duur kost.

a)

tautologie en contaminatie

b)

herhaling en contaminatie

c)

tautologie en pleonasme

d)

dubbele ontkenning en contaminatie

21.

stijlfiguren: benoem de stijlfiguur in deze zin.


Bijna niemand weet geen antwoord te geven op de gestelde vraag.

a)

herhaling en contaminatie

b)

tautologie en pleonasme

c)

contaminatie en tautologie

d)

dubbele ontkenning en pleonasme

22.

De auto vloog uit de bocht, dat was .... veel te hard rijden.

(kies het juiste antwoord)

a)

de aanleiding voor

b)

het gevolg van

c)

de oorzaak van

23.

Het was al een paar dagen heel warm, dat was voor de school .... de lessen te laten vervallen.

a)

de oorzaak om

b)

het gevolg van

c)

de aanleiding om

24.

Dat de peuter veel te hoog in het klimrek klom was .... het feit dat hij niet meer naar beneden durfde.

a)

de oorzaak van

b)

het gevolg van

c)

de aanleiding om

25.

Dat veel leerlingen voor de zoveelste keer hun werk prima in orde hadden, was voor de docent ... om hen een compliment te geven.

a)

de oorzaak

b)

het gevolg

c)

de aanleiding