wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MF Basis cursus 1

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een ander woord voor multifocaal?

a)

Progressief

b)

Myopia

c)

Astigmatisme

d)

Bifocaal

2.

Wie was de uitvinder van het eerste gecombineerde glas? dat niet enkelvoudig was.

a)

James Watt

b)

Benjamin Franklin

c)

Thomas Eddison

d)

Abraham Lincoln

3.

Welk type glas is dit?

a)

Bifocaal

b)

Multifocaal

c)

Trifocaal

d)

Longline

4.

Wat is juist? Het voordeel aan MF glas is dat ...

a)

Er vertekening aan de zijkanten zitten waardoor je scherper gaat zien

b)

Dat er geen sterktes voor een tussen afstand in MF glas zit waardoor je ook nog dingen op een grote afstand kan zien bijv. je computerscherm.

c)

Je ziet de overgang van sterkte nauwelijks waardoor het glas er mooier uitziet dan andere glazen met meerde sterktes in 1 glas.

5.

Wat is het voordeel van een softdesign MF glas?

a)

De overgang van verte naar lees zie je beter.

b)

Mensen kunnen makkelijker wennen aan de glazen.

c)

Je hebt meer vertekening in je glas waardoor je makkelijker kan wennen aan het glas.

6.

Tot welke dioptrie kunnen wij MF glazen maken?

a)

dioptrie 8 cylinder -4

b)

dioptrie 10 cylinder -4

c)

dioptri 10 cylinder -6

d)

dioptrie 8 cylinder -2

7.

Wat is het verschil tussen multifocaal en varifocaal?

a)

Geen verschil

b)

vertekening is bij multifocaal kleiner

c)

meer leescomfort bij varifocaal

d)

varifocaal is duurder dan multifocaal

8.

Wat is het nadeel bij een -8 MF glazen?

a)

glazen worden snel te dik

b)

De overloop van - naar + gaat heel erg snel waardoor de bril oncomfortabel kan kijken

c)

De vertekening word te groot door de hoge sterkte

9.

Waar zit het middelpunt waar op je MF glazen aftekent?

a)

Hartpupil

b)

bovenrand pupil

c)

Onderrand pupil

d)

onderrand Iris

10.

Hoeveel cm is de gemiddelde leesafstand?

a)

30 cm

b)

70 cm, hangt af van het leesobject af

c)

55 cm

d)

40 cm, hangt af van het leesobject af

11.

Welke twee soorten multifocaal glas bestaan er?

a)

Soft of hard design

b)

soft of kort design

c)

Hard of dun design

d)

helder of troebel design

12.

Wat is het juiste antwoord? Hoe dichterbij een object ...

a)

Hoe minder je moet accommoderen

b)

Er vind geen accommodatie plaats

c)

Hoe meer je moet accommoderen

d)

accommodatie is alleen op afstand

13.

Hoeveel dioptrie heb je gemiddeld ong. nodig bij van ca. 44 jaar (additie om mee te kunnen lezen)

a)

+2

b)

+1

c)

+3

d)

-1.5

14.

Wat is het grootse verschil tussen trifocaal en bifocaal glas?

a)

Trifocaal heeft een extra midden gedeelte

b)

Dikte van het glas

c)

Verschillende lagen in het glas

d)

De helderheid van het glas

15.

Wat is typerend voor een softdesign Mf glas?

a)

Vertekening lang en zacht

b)

Vertekening kort en hard

c)

Vertekening lang en hard

d)

Vertekening kort en zacht

16.

Wat is goedkoper?

a)

medium design

b)

soft design

c)

Hard design

d)

WHUT?????

e)

Er is geen verschil.