wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Intro economie

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

2.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

3.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

4.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

5.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

6.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

7.

Welk middel staat op de afbeelding

a)

Tijd

b)

Geld

c)

Schaarste

8.

Welk middel staat op de afbeelding

a)

Tijd

b)

Geld

c)

Schaarste

9.

Vaak heb je niet genoeg middelen om in al je behoeften te voorzien. Dit is de definitie van welk begrip?

a)

Tijd

b)

Geld

c)

Schaarste

10.

Wat is een andere bewoording voor overige behoeften?

a)

Schaarste

b)

Luxegoederen

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

e)

Directe ruil

11.

Welke begrip hoort bij deze omschrijving: "Het voorzien in de eigen behoeften"

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

12.

Als je eerst eten en drinken koopt en later kijkt hoeveel geld je over hebt om op vakantie te gaan. Wat doe je dan?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

13.

Als je eieren ruilt tegen een koe. Wat doe je dan?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

14.

Als je eieren ruilt voor geld en van dat geld koop je een koe. Wat doe je dan?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

15.

De afbeelding is een voorbeeld van?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

16.

De afbeelding is een voorbeeld van?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening