wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

REKENEN IN Z

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

 3+(8)=-3+\left(-8\right)=  

a)

-5

b)

5

c)

-11

d)

11

2.

 5+(25)=...5+\left(-25\right)=...   

a)

30

b)

-30

c)

20

d)

-20

3.

 16+(24)=...16+\left(-24\right)=...  

a)

40

b)

-40

c)

-8

d)

8

4.

 20(8)=...20\cdot\left(-8\right)=...  

a)

160

b)

-160

c)

12

d)

-12

5.

 55+(55)=...55+\left(-55\right)=...  

a)

0

b)

110

c)

-110

d)

oplossing is niet gegeven

6.

 360:(18)=...-360:\left(-18\right)=...  

a)

2

b)

-2

c)

20

d)

-20

7.

 200500=...-200-500=...  

a)

-300

b)

-700

c)

300

d)

700

8.

Om gehele getallen op te tellen ...

a)

... kijk je eerst na of beide getallen al dan niet hetzelfde teken hebben.

b)

... trek je de absolute waarden van elkaar af.

c)

... tel je de absolute waarden bij elkaar op.

d)

... gebruik ik altijd mijn rekenmachine.

9.

 160:(20)=...-160:\left(-20\right)=...  

a)

80

b)

-80

c)

8

d)

-8

10.

 4080=...40-80=...  

a)

-40

b)

40

c)

120

d)

-120

11.

 1400:(2)=...-1400:\left(-2\right)=...  

a)

700

b)

-700

12.

Bij welke bewerking(en) zal je steeds het aantal mintekens in de opgave tellen?

a)

Bij de optelling van gehele getallen.

b)

Bij de aftrekking van gehele getallen.

c)

Bij de vermenigvuldiging van gehele getallen.

d)

Bij de deling van gehele getallen.

13.

 10002000=...-1000-2000=...  

a)

3000

b)

-3000

c)

1000

d)

-1000

14.

 1258=...-125\cdot8=...  

a)

1000

b)

-1000

c)

133

d)

-133

15.

 16(20)=...16-\left(-20\right)=...  

a)

36

b)

-36

c)

4

d)

-4

16.

  16+a=20 16+a=-20\   

a)

dan is a = 4

b)

dan is a = -4

c)

dan is a = -36

d)

dan is a = 36

17.

 13(3)=...-13\cdot\left(-3\right)=...  

a)

39

b)

-39

18.

 6(60)=...6-\left(-60\right)=...  

a)

-66

b)

66

c)

54

d)

-54

19.

Wat is (allemaal) correct?

a)

Als je twee gehele getallen optelt, bekom je steeds een geheel getal.

b)

Als je twee gehele getallen aftrekt, bekom je steeds een geheel getal.

c)

Als je twee gehele getallen vermenigvuldigt, bekom je steeds een geheel getal.

d)

Als je twee gehele getallen door elkaar deelt, bekom je steeds een geheel getal.

20.

 3a=36-3\cdot a=36  

a)

dan is a = -12

b)

dan is a = 12

c)

dan is a = 108

d)

dan is a = -108