Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

taalactief thema 1 woordenschat

Total questions: 26

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de taak van de voorzitter.

a)

Hij/zij schrijft alles op, stuurt brieven enz.

b)

Hij/zij leidt de vergaderingen en is aanspreekpunt.

c)

Hij/zij houdt de financiën bij.

2.

Aangezien hij jarig is, mag hij langer opblijven. Wat betekent het rode woord?

a)

Voordat

b)

Nadat

c)

Omdat

3.

Wie zorgt er in het bestuur van een vereniging voor alle geldzaken?

a)

De penningmeester

b)

De voorzitter

c)

De secretaris

d)

De kascommissie

4.

Welke zin hoort bij voor actie zorgen.

a)

Juf Kirsten bijt op een houtje.

b)

Juf Kirsten kiest eieren voor haar geld.

c)

Juf Kirsten brengt leven in de brouwerij.

5.

Welk woord mist in deze zin.

De secretaris deed zijn werk niet goed en daarom .............. men hem uit zijn functie.

a)

benoemt

b)

ontheft

c)

schrijft

6.

Wat betekent het rode woord? Mijn vader wordt benoemd tot voorzitter van de badmintonvereniging.

a)

krijgt de functie van

b)

wordt ook wel baas genoemd

c)

krijgt een hamer

7.

Ik waardeer jouw hulp aan mijn zusje zeer. Wat betekent het blauwe woord? (2 antwoorden)

a)

vind het vervelend

b)

stel het op prijs

c)

vind het fijn

d)

vind het niet eerlijk

8.

Als je mensen iets vertelt via whatsapp, snapchat, facebook of pinterest. Doe je dit via .....

a)

de sociale media

b)

de tamtam

c)

de pubiciteit

9.

De manier waarop je over iets denkt of oordeelt, noem je ....

a)

de gedachte

b)

de aandacht

c)

de veroordeling

d)

de visie

10.

De mensen die samen de leiding hebben bij een vereniging noem je .................

a)

Het bestuur.

b)

De directie

c)

De bevelhebbers

11.

Welk woord hoort bij het aanwijzen van een winnaar bij een ruzie of wedstrijd?

a)

beslechten

b)

benoemen

c)

beraden

d)

beredeneren

12.

Deze scheidsrechter is vastbesloten. Hij geeft een penalty!

a)

Hij is besluiteloos.

b)

Hij is gedecideerd.

c)

Hij is verlegen.

d)

Hij is boos.

13.

Ondanks dat Feijenoord niet goed presteert, blijft hij loyaal aan zijn club.

a)

boos

b)

supporter

c)

trouw

14.

Oprecht betekent

a)

eerlijk

b)

rechtopstaand

c)

sprekend

d)

fake

15.

Ik ga alleen mee als jij belooft ook met mij mee te gaan.

Welk woord kan je ook gebruiken voor als

a)

indien

b)

voordat

c)

omdat

d)

waardoor

16.

Als ik in de speelgoedwinkel sta, is de ............................ heel groot om mijn spaargeld uit te geven. Het is te aantrekkelijk, ook al weet ik dat het eigenlijk niet verstandig is. Wat kan je invullen op de stippellijn.

a)

kans

b)

verleiding

c)

risico

d)

aanleiding

17.

De dokter vertelt de patiënt dat hij beslist gezonder moet gaan eten.

a)

De dokter drukt hem op het hart gezonder te gaan eten.

b)

De dokter betuigt hem dat hij gezonder moet gaan eten.

c)

De dokter vermaant hem dat hij gezonder moet gaan eten.

d)

De dokter verbiedt hem dat hij gezonder moet gaan eten.

18.

Of hij werkelijk op vakantie gaat naar Amerika weet hij niet. De tijd zal het leren.

a)

Daar komt hij over een tijd pas achter.

b)

Daarvoor moet hij eerst klok leren kijken.

c)

Dat werd hem gisteren pas verteld.

19.

Iemand die bestudeert hoe volkeren in andere landen leven heet ..................................

a)

een geoloog

b)

een volkerenloog

c)

een antropoloog

d)

een psycholoog

20.

Hij lachte zo innemend, mijn moeder was op slag overtuigd van zijn onschuld.

a)

aardig

b)

gemeen

c)

spontaan

21.

Dit boek bevat vooral informatie over de winnaars van de Tour de France.

a)

onder andere

b)

al voor de tour

c)

hoofdzakelijk

d)

meestal

22.

Wat is een goed voorbeeld van door de knieën gaan?

a)

Doordat ik door bleef zeuren gaf mijn vader toe en mocht ik toch naar de disco.

b)

Doordat ik bukte, moest ik wel mijn knieën buigen.

c)

Doordat hij zo door bleef zeuren, mochten we de hele week niet meer op de computer.

d)

Doordat hij zijn vader liet struikelen, moest hij voor straf naar zijn kamer.

23.

Zij gaat vanmiddag met Debora spelen, terwijl ze nota bene gisteren nog zei dat ze een hekel aan haar heeft. Wat betekent het onderstreepte gedeelte?

a)

als het ware

b)

let op, dat is opmerkelijk

c)

haar benen gisteren nog in het gips had

d)

volgens mij

24.

Welk onderdeel van het onderbeen zie je hier?

a)

de kuit

b)

het scheenbeen

c)

de hiel

d)

de wreef

25.

Welk woord past bij innemend?

a)

oprecht

b)

de charme

c)

indien

d)

nota bene

26.

Iemand die de minister helpt met de taken. Een soort onderminister is een ..............................

a)

president

b)

burgemeester

c)

staatssecretaris

d)

voorzitter