Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

§1 Vancouver in beeld

Total questions: 18

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke beschrijving past het best bij het begrip 'kaart'?

a)

Een stuk van het aardoppervlak

b)

Verkleinde tekening van een gebied

c)

een stuk van een gebied

d)

een verkleinde tekening van het aardoppervlak

2.

Als je bij aardrijkskunde naar een gebied kijkt, stel je twee vragen; namelijk..

a)

wanneer en waarom daar

b)

waar en wanneer daar

c)

waar en waarom daar

d)

Wat en hoezo daar

3.

Welke beschrijving past het best bij het begrip 'gebied'?

a)

Een stuk van het aardoppervlak

b)

Een stuk van een land

c)

Een stuk van een stad

d)

Een werelddeel

4.

Bij het kaartlezen let je op vier dingen, namelijk..

a)

De schaal, de titel, de legenda en het kompas

b)

De grootte, de titel, de legenda en het kompas

c)

De schaal, de titel, de tekens en de noordpijl

d)

De schaal, de titel, de legenda en de noordpijl

5.

Het onderwerp en gebied van een kaart kun je terugvinden in de..

a)

Legenda

b)

Titel

c)

Schaal

d)

Beschrijving

6.

Als de noordpijl niet op de kaart staat, welke kant van de kaart is dan het noorden?

a)

Links

b)

Rechts

c)

Boven

d)

Onder

7.

Als je de betekenis van een symbool of een kleur op de kaart zoekt dan kijk je naar..

a)

de legenda

b)

de titel

c)

het register

d)

de beschrijving

8.

Een meter heeft .... centimeter

a)

10

b)

100

c)

1000

d)

50

9.

Een kilometer heeft .... meter

a)

10

b)

100

c)

1000

d)

0.1

10.

Een kilometer heeft .... centimeter

a)

100

b)

1000

c)

10.000

d)

100.000

11.

Hoeveel is meter is 1 centimeter bij de schaal 1 : 500.000?

a)

500

b)

5000

c)

50.000

d)

500.000

12.

Hoeveel kilometer is 1 centimeter bij de schaal 1 : 500.000?

a)

5

b)

50

c)

500

d)

5000

13.

Hoeveel kilometer is 3 centimeter bij de schaal 1 : 500.000

a)

15

b)

150

c)

150

d)

30

14.

Hoeveel kilometer is 1 centimeter bij de schaal 1 : 300.000?

a)

3

b)

30

c)

300

d)

3000

15.

Hoeveel meter is 1 centimeter bij 1 : 30.000

a)

3

b)

30

c)

300

d)

3000

16.

Hoeveel meter is 5 centimeter bij schaal 1 : 60.000

a)

3000

b)

300

c)

600

d)

60

17.

Hoeveel meter is 1 centimeter bij 1 : 30.000

a)

3

b)

30

c)

300

d)

3000

18.

Hoeveel kilometer is 1 cm bij schaal 1 : 2.000.000

a)

2

b)

20

c)

200

d)

2000