wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Belle Époque en ismen

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Waardoor groeide het nationalisme in Europa sterk?

a)

Omdat de periode 1900-1914 een optimistische tijd was.

b)

Door de Franse overheersing van Napoleon gingen veel mensen beseffen dat ze tot één bepaald volk behoorden.

c)

Omdat het streven naar vrijheid en gelijkheid een bedreiging leek voor de burgers.

d)

Omdat rijke burgers na 1815 meer macht en vrijheden wilden.

2.

'De economie kan alleen opbloeien door vrijhandel'. Deze uitspraak hoort bij het:

a)

socialisme

b)

conservatisme

c)

nationalisme

d)

liberalisme

3.

In de negentiende eeuw kregen het liberalisme en het socialisme steeds meer aanhang. Als gevolg daarvan ontstond het:

a)

conservatisme

b)

feminisme

c)

nationalisme

d)

confessionalisme

4.

De macht grijpen door een revolutie waardoor een ideale samenleving ontstaat waarin iedereen gelijk is - dat hoort bij:

a)

sociaal-democratie

b)

nationaal-socialisme

c)

communisme

d)

conservatisme

e)

confessionalisme

5.

'Conservatieven willen alles houden zoals het is en nooit iets veranderen.' Deze stelling is:

a)

juist

b)

onjuist

6.

Deze groep wil dat de macht van de overheid klein blijft:

a)

conservatieven

b)

socialisten

c)

nationalisten

d)

liberalen

e)

confessionelen

7.

Deze groep vond dat de grote verschillen in de klassensamenleving moesten verdwijnen:

a)

liberalen

b)

confessionelen

c)

socialisten

d)

feministen

e)

conservatieven

8.

Deze groepen wilden dat álle volwassen Nederlanders stemrecht kregen:

a)

socialisten en liberalen

b)

feministen en nationalisten

c)

conservatieven en confessionelen

d)

feministen en socialisten

9.

Toen Napoleon in 1815 was verslagen, werd de macht van de koningen in Europa hersteld. Deze groep was daarover ontevreden:

a)

socialisten

b)

confessionelen

c)

conservatieven

d)

liberalen

e)

nationalisten

10.

Toen Napoleon in 1815 was verslagen, werd de macht van de koningen in Europa hersteld. Deze groep was daar blij mee:

a)

liberalen

b)

socialisten

c)

conservatieven

d)

confessionelen

11.

Imperialisme ken je uit de tekst La Belle Époque. Wat betekent dat?

a)

Dat Europese landen proberen op het Romeinse Rijk (Imperium Romanum) te lijken.

b)

Dat Europese landen proberen elkaars grondgebied te veroveren.

c)

Dat Europese landen proberen koloniën te veroveren in andere werelddelen.

d)

Dat Europese landen hun legers belangrijk vinden.

12.

De manieren en gewoontes uit het leger drongen in Duitsland door in de zakenwereld en in het onderwijs. Dat is een voorbeeld van:

a)

imperialisme

b)

militarisme

c)

nationalisme

d)

patriottisme

13.

In welk Europees land werden tijdens de Belle Époque de volkeren die er woonden steeds nationalistischer?

a)

Duitsland

b)

Groot-Brittannië

c)

Rusland

d)

Oostenrijk-Hongarije

e)

Frankrijk

14.

Voor welke groep mensen waren de jaren 1900-1914 zorgeloze en opwindende jaren?

a)

voor de arbeiders

b)

voor de burgers

c)

voor de adel

d)

voor de geestelijkheid