wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toets H2 1TH oefening

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we de afstand van Den - Haag tot de evenaar?

a)

Meridiaanbreedte

b)

De geografische breedte

c)

De lage breedte

d)

De geografische lengte

2.

Welke breedte ligging is deze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

3.

Op welke breedte ligging is deze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

4.

Op welke breedte ligging is deze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

5.

Op welke breedte ligging is de ze foto gemaakt?

a)

Lage breedte

b)

Hoge breedte

6.

Op welke breedte ligging is de ze foto gemaakt?

a)

lage breedte

b)

hoge breedte

7.

Wat betekent het begrip klimaat.

a)

De neerslag en temperatuur

b)

Het gemiddelde weer gemeten over een periode van 30 jaar.

c)

De neerslag , temperatuur en wind

d)

Het gemiddelde weer gemeten in een jaar.

8.

Welke soort regen zie je in de afbeelding?

a)

Stijgingsregen

b)

Stuwingsregen

c)

Ik zie geen regen

9.

Hieronder staan vier uitspraken. Noteer per uitspraak of ze juist of onjuist zijn.

a)

Op hoge breedte komt meer zonne-energie terecht dan op lage breedte.

b)

Op hoge breedte is de invalshoek van de zon kleiner dan op lage breedte

c)

Op hoge breedte geeft de zon een kleinere schaduw dan op lage breedte

d)

Op hoge breedte komt een lagere zonnestand voor dan op lage breedte.

10.

Als je luistert naar het weerbericht krijg je bericht over de neerslag, ........ en .......

a)

Temperatuur en wind

b)

Neerslag en temperatuur

c)

Onweer en wind

11.

Hoe wordt de temperatuur gemeten?

a)

Barometer

b)

meteoroloog

c)

seismograaf

d)

Thermometer

12.

Wat gebeurt er met de temperatuur als je van het dal de berg op gaat klimmen?

a)

De temperatuur daalt

b)

De temperatuur stijgt

c)

De temperatuur blijft gelijk

13.

Als je 1000 meter stijgt op een berg daalt de temperatuur met ?

a)

20 graden

b)

6 graden

c)

12 graden

d)

45 graden

14.

Bij welk klimaat regent het veel en is het altijd boven de 18 graden?

a)

Pool klimaat

b)

Woestijnklimaat

c)

Tropische regenwoud klimaat

d)

Zeeklimaat

15.

Door welke twee factoren word de temperatuur bepaald?

a)

Breedteligging en hoogteligging

b)

Breedteligging en lengteligging

c)

Lengteligging en breedteligging

d)

lengteligging en hoogteligging

16.

Wat ontstaat er door de draaiing van de zon?

a)

Regen

b)

Seizoenen

c)

Breedteligging

d)

Storm

17.

Uit welke onderdelen bestaat het weer?

a)

Temperatuur - neerslag - wind

b)

Temperatuur en seizoenen

c)

Temperatuur en de zon

18.

Waar moet de wind vandaan komen in de winter als het heel koud wordt en er geen tot weinig sneeuw valt?

a)

Noord

b)

Oost

c)

Zuid

d)

West

19.

Waar komt de wint over het algemeen vandaan in Nederland?

a)

Noord

b)

Oost

c)

Zuid

d)

West