wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat H2 KBL 2 en 3

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld?

De vakantie staat voor de deur.

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

c)

geen idee juf

2.

Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld?

De vader van Kim staat voor de deur.

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

c)

geen idee juf

3.

Geef aan welke zin een figuurlijke betekenis heeft:

a)

Er zit een slang achter die steen.

b)

Een kind kan de was doen.

c)

Als je liegt, krijg je straf.

4.

Vul het goede woord in:

Misschien lukt het haar wel. Je weet nooit hoe een........een haas vangt.

a)

Kat

b)

Koe

5.

Wat betekent:

'het is doorgestoken kaart'?

a)

betrapt worden

b)

het is niet eerlijk

c)

er wordt vals gespeeld

6.
Geef aan wat er is gebeurd als je door de mand bent gevallen.
a)
Dan ben je zelf betrapt op een leugen
b)
Dan ben je erachter gekomen dat iemand tegen je heeft gelogen.
c)
Dan heeft iemand je vergeven.
7.

Geef aan wat 'iemand aan de tand voelen' figuurlijk betekent.

a)

aan de tand van iemand zitten

b)

een gesprek met iemand voeren om dingen te weten te komen

c)

een gesprek met iemand voeren om dingen te weten te komen

8.
Kies het juiste woord om de uitdrukking compleet te maken:
'Daar zitten veel.........en ogen aan'.
a)
oren
b)
haken
9.

Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld: onder de boom lag een dode mus?

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

10.

Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld: Ik tikte Susan op haar vingers?

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

11.

Is deze zin letterlijk of figuurlijk: Je maakt me blij met een dode mus.

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

12.

Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld: je neus bloedt; wil je een papier zakdoekje?

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

13.

Een jongen die erg op zijn vader lijkt, krijgt van de buren te horen 'dat de appel niet ver van de boom valt'. Bedoelen de buren dit letterlijk of figuurlijk?

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

c)

Geen van beide

d)

De opmerking van de buren klopt niet.

14.
Welk spreekwoord werd hier getekend? 
a)
De wind in de zeilen hebben.
b)
Het gaat hem/haar voor de wind.
c)
Hoge bomen vangen veel wind.
d)
Hij draait met de wind.