wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands : spelling

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het meervoud (le pluriel) van

het kasteel ?

a)

de kastellen

b)

de kastelen

c)

het kasteelen

d)

de kasteelen

2.

Wat is het meervoud van

de kat?

a)

de katten

b)

de katen

c)

de kaaten

d)

de kaatten

3.

Wat is het meervoud van

het schaap ?

a)

het schaapen

b)

de schapen

c)

het schapen

d)

de schappen

4.

Wat is het meervoud van

het mes ?

a)

het messen

b)

de mesen

c)

de meesen

d)

de messen

5.

Geef het meervoud van

het oor

a)

het ooren

b)

de oors

c)

de ooren

d)

de oren

6.

Wat is het meervoud van ....?

de duif

a)

de duifen

b)

de duifs

c)

de duiven

7.

Geef het meervoud van :

de neus

a)

de neuzen

b)

de neusen

c)

de neussen

8.

Geef het meervoud van :

de klas

a)

de klasen

b)

de klaassen

c)

de klassen

9.

Geef het meervoud van :

de doos

a)

de doosen

b)

de doozen

c)

de dozen

d)

de dosen

10.

Geef het enkelvoud van :

koffiepotten

a)

de koffiepot

b)

de koffiepott

c)

de koffiepoot

11.

Wat is het enkelvoud van

eikenbomen ?

a)

de eikenboom

b)

de eikenbom

12.

Geef het enkelvoud van

huizen

a)

het huis

b)

de huiz

c)

het huiz

d)

de huis

13.

wat is de juiste vervoeging (=conjugaison) van het werkwoord

nemen (=prendre)

a)

Ik nem

b)

Ik neem

c)

Ik neemt

d)

Ik Nemen

14.

Wat is de juiste vervoeging van het werkwoord

kiezen (= choisir)

a)

Ik kiez

b)

Jij kiezt

c)

Hij kiest

15.

Wat is de correcte vervoeging van het werkwoord

graven (=creuser)

a)

Wij graaven

b)

Jij gravt

c)

Ik graav

d)

hij graaft

16.

Wat kan vliegen?

a)
b)
c)
d)
e)