wayground logo

Lembar Kerja Gratis yang Dapat Dicetak

Ukuran huruf

S
M
L
XL
Lembar kerja

Nederlands Quizzzz

Total soal: 15

Worksheet time: 8mins

Nama
Kelas
Tanggal
1.

wat is een kenmerk van een betrouwbare bron?

a)

een nieuws website

b)

broodje aap

c)

goede informatie

d)

het lettertype

2.

Wat is een feit?

a)

Ik vind dat die man daar loopt

b)

Ik houdt van suikerspin

c)

Die man loopt daar

d)

Dat is een mooie trui

3.

Wat doe je na het lezen?

a)

Samenvatten en terugkijken

b)

Vragen stellen

c)

Ophelderen

d)

Voorspellen

4.

Wat is het doel van grondig lezen?

a)

Moeilijke woorden vinden

b)

Dat je de tekst niet opslaat

c)

Informatie zoeken

d)

Begrijpen wat je leest

5.

Wat valt onder het tekstgeraamte?

a)

De inhoud

b)

Het lettertype

c)

Titel, alinea, plaatjes

d)

Tekstopbouw

6.

Waarnaar verwijzen verwijswoorden?

a)

Dieren

b)

Personen, dingen, plaatsen, tijdstippen

c)

Namen

d)

Universumpjes

7.

Welke van deze vragen kom je niet vaak tegen?

a)

Vragen over het tekst doel

b)

Vragen over signaalwoorden

c)

Vragen over het hoofdonderwerp

d)

Vragen over de bron

8.

Wat je de niet vóór het lezen?

a)

Samenvatten

b)

Terugblikken

c)

Voorspel of het tekstniveau goed isksksksksksksksksks

d)

Bepaal of je de tekst wil lezen

9.

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

a)

De bron

b)

De afbeelding

c)

Het onderwerp

d)

De schrijver

10.

Wat is een bijzaak?

a)

Een voorbeeld

b)

Belangrijke Informatie

c)

Een lijdend voorwerp

11.

Wat is een voorbeeld van leesmanieren?

a)

Leuk lezen

b)

Digitaal lezen

c)

Lezen voor de lol

d)

Ontspannend lezen

12.

Hoe start je de leesmotor bij jezelf?

a)

door te voorspellen waar de tekst over gaat

b)

door de toolbox door te zoeken

c)

Door teksten te lezen

13.

Welke vaardigheden zijn er belangrijk bij online lezen?

a)

moeilijke woorden opzoeken

b)

online informatie zoeken

c)

ophelderen

d)

vragen stellen

14.

Welk soort verband hoort er bij het signaalwoord?

a)

tegenstelling

b)

toelichting of verklaring

c)

reden of verklaring

d)

doel middel

15.

welke tekstdoel hoort er bij een amuserende en emotieve tekst?

a)

Ontroeren

b)

Activeren

c)

Informeren

d)

Overtuigen