wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basisprincipes tractus digestivus

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Het duodenum is je...

a)

Galblaas

b)

Alvleesklier

c)

Twaalfvingerige darm

2.

Regulering en coördinatie van de darmwerking vinden op de volgende manier(en) plaats:

a)

door middel van hormonen (endocrien)

b)

door middel van stoffen die direct op de omgeving inwerken (paracrien)

c)

door stoffen die uit zenuwbanen afkomstig zijn (neurocrien)

d)

alle bovenstaande opties zijn juist

3.

In de maag, in het bijzonder in de pylorus, vindt afscheiding plaats van gastrine, wat is dit voor hormoon?

a)

een hormoon dat de productie van maagzuur remt

b)

een hormoon dat de maag aanzet tot de productie van maagzuur

c)

een hormoon dat zorgt voor een krachtiger voortbeweging van de spijsbrij door de dunne darm door prikkeling van het gladde spierweefsel

4.

Bij welke van onderstaande opties speelt de mond geen rol?

a)

opname van het voedsel;

b)

fijnmaken van het voedsel;

c)

vermenging met speeksel;

d)

toevoeging van het spijsverteringsenzym amylase;

e)

de mond speelt bij alle bovenstaande opties wel een rol

5.

In het midden van het zachte gehemelte bevindt zich een klein verlengstuk, wat is de latijnse benaming hiervoor?

a)

Uvula

b)

tubae auditivae

c)

lingua

6.

Uit welke drie delen bestaat de dunne darm?

a)

duodenum, jejunum en gaster

b)

duodenum, jejunum en appendix

c)

duodenum, jejunum en ileum

7.

Wat zijn wel functies van de dunne darm?

a)

mechanisch: voortbewegen en kneden van het voedsel;

b)

secretorisch: de darmklieren scheiden darmsap af waarin zich water, slijm en enzymen bevinden die de laatste etappes van de spijsvertering mogelijk maken;

c)

resorberend: het opnemen van de verteringsproducten in het bloed en in de lymfe.

d)

Alle bovenstaande opties zijn juist

8.

Gastro-enteritis is een bacteriële infectie van de dunne darm.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Appendicitis is:

a)

Een maagzweer

b)

Ontstoken blinde darm

c)

Ontstoken maagslijmvlies

10.

Bij een echoscopie brengt de arts een bestuurbare slang via mond of anus in het lichaam. Hierdoor kan hij de binnenkant van slokdarm, maag of darmen inspecteren.

a)

Waar

b)

Niet waar