Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rekenen

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Zet de getallen van hoog naar laag op volgorde:

-150, 80, 0.5, 12

a)

-150, 80, 12, 0.5

b)

80, 12, 0.5, -150

c)

80, 12, -150, 0.5

d)

-150, 0.5, 12, 80

2.

Reken uit. 4,2 - 1,7 - 0,3 =

a)

2,2

b)

2,0

c)

2,1

d)

2,3

3.

Pim heeft een plank van 3,4 meter lang. Hij zaagt hier een stuk van 0,3 meter af en een stuk van 0,7 meter. Hoe lang is de plank die Pim overhoudt na het zagen?

a)

2,4

b)

2,3

c)

4,4

d)

4,2

4.

Wat zijn veelvouden van het cijfer 4? Meerdere antwoorden zijn correct!

a)

400

b)

40

c)

38

d)

60

5.

Een priemgetal is een getal dat precies twee delers heeft, namelijk het getal 1 en het getal zelf. Is het getal 15 een priemgetal?

a)

ja

b)

nee

6.

Wanneer je vraagt om 2 getallen bij elkaar op te tellen, vraag je naar de som. Wat is de som van 717 en 94?

a)

711

b)

812

c)

811

d)

710

7.

Wanneer je 2 getallen met elkaar vermenigvuldigt, vraag je naar het product van die 2 getallen. Wat is het product van 10 en 11?

a)

120

b)

111

c)

100

d)

110

8.

Wanneer je 2 getallen van elkaar aftrekt, noem je het antwoord het verschil tussen de 2 getallen. Wat is het verschil tussen 1043 en 82?

a)

860

b)

961

c)

861

d)

960

9.

Wanneer je 2 getallen door elkaar deelt, noem je de uitkomst het quotiënt van die 2 getallen. Wat is het quotiënt van 42 en 7?

a)

6

b)

7

c)

8

d)

9

10.

Chantal koopt 4 dozen chips. In iedere doos zitten 10 zakjes chips van 25 gram. Hoeveel gram chips koopt Chantal totaal?

a)

1000

b)

40

c)

250

d)

1

11.

Als je de volgorde van berekenen goed toepast wat is dan het antwoord op:

6 x 4 + 2 x 4?

a)

144

b)

60

c)

32

d)

84

12.

Wat is het antwoord op 4 x (30 - 25) x 2?

a)

-80

b)

40

c)

50

d)

70

13.

Kies het goed antwoord:

Wat bereken je met de volgende som 100 : 4?

a)

Som

b)

Verschil

c)

Product

d)

Quotiënt

14.

Younes betaalt € 250,= huur in de maand. Hoeveel huur betaalt hij in het hele jaar?

a)

€ 2.500,=

b)

€ 250,=

c)

€ 3.000,=

d)

€ 3.250,=