Font size
WorksheetsTest je kennis over Erfelijkheid
Total questions: 22
Worksheet time: 11mins
De onderstaande biologische begrippen zijn allemaal onderdeel van levende organismen: cel, chromosoom, gen, DNA, organisme, celkern. Kruis aan welke begrippen je kent
cel
chromosoom
gen
DNA
Celkern
Onderdelen in een organisme zijn: celkern, DNA, chromosoom, gen en cel. Zet deze organismen in de goede volgorde, het kleinste eerst, het grootste als laatste.
DNA - Gen - Cel - Chromosoom - Celkern
Gen - DNA - Chromosoom - Celkern - Cel
Gen - Chromosoom - DNA - Celkern - Cel
Chromosoom - DNA - Celkern - Gen - Cel
Uit hoeveel cellen bestaat een boom?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Uit hoeveel cellen bestaat een zoogdier?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Uit hoeveel cellen bestaat een varen?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Uit hoeveel cellen bestaat een virus?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Uit hoeveel cellen bestaat een schimmel?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Uit hoeveel cellen bestaat een bacterie?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Uit hoeveel cellen bestaat een insect?
geen cel
een cel
meerdere cellen
geen idee
Er zijn bomen, zoogdieren, varens, virussen, schimmels bacterien en insecten. Welke van deze organismen bevatten chromosomen?
Geen enkele
Alleen bomen, zoogdieren, insecten en varens
Alleen virussen, schimmels en bacterien
Allemaal, behalve virussen
Allemaal
Er zijn bomen, zoogdieren, varens, virussen, schimmels, bacterien en insecten. Welke van deze organismen bevatten erfelijk materiaal?
Geen enkele
Alleen virussen, schimmels en bacterien
Alleen bomen, zoogdieren, insecten en varens
Allemaal, behalve virussen
Allemaal
Waar in je lichaam komen genen voor?
Niet in geslchtscellen en niet in lichaamscellen
Alleen in geslachtscellen
Alleen in lichaamscellen
In alle lichaamscellen en geslachtcellen
Waar zijn genen van gemaakt?
Ze zijn gemaakt van chromatiden
Ze zijn gemaakt van chromosomen
Ze zijn gemaakt van DNA
Waarom zijn genen belangrijk?
Genen bevatten informatie over je erfelijke eigenschappen.
Genen zorgen ervoor dat alle processen in de cel goed verlopen.
Genen bepalen hoe je eruit ziet.
Waar in je lichaam komt DNA voor
Alleen in je voortplantingsstelsel
In alle cellen met een celkern
Alleen in geslachtscellen
Overal in het lichaam
Waarom is DNA belangrijk?
DNA bevat informatie over al je erfelijke eigenschappen.
DNA bepaalt je geslacht.
DNA bepaalt je karakter.
Wat is de functie van de celkern?
Regelt de verbranding in de cel.
Hier vindt fotosynthese plaats.
Regelt alle processen in de cel.
Wat zit er in de celkern?
cytoplasma
water
Chromosomen
bladgroenkorrels
Waar in het lichaam komen chromosomen voor?
Alleen in je bloed
In de celkern
Alleen in delende cellen
In de celkern
Waar zijn chromosomen van gemaakt?
van DNA
van koolhydraten
van verschillende organische stoffen
van anorganische stoffen
Wat wordt bedoeld met het begrip genetische informatie?
Welke erfelijke ziekten je kan krijgen.
Welke erfelijke eigenschappen je hebt.
Erfelijke informatie die vastligt in je DNA.
Informatie over je afstamming.
Wat bedoelen we met de genetische code?
De volgorde van de opbouw van genen.
Welke chromosomen je hebt.
Hoeveel chromosomen je hebt.
