wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zuid-Afrika (twee gezichten)

Total questions: 64

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.
wat voor landschap is dit?
a)
Savanne
b)
Steppe
c)
mediteraan
2.
Wat zijn thuislanden?
a)
traditionele gebieden
b)
gebieden waar zwarten moesten wonen
c)
ander woord voor townships
3.
Zuid-Afrika was lange tijd een ...
a)
exploitatiekolonie
b)
vestigingskolonie
4.
Aan welke kant van Kaap de Goede Hoop is het water warmer?
a)
oost
b)
west
5.
Op welk halfrond ligt dit klimaat?
a)
Noordelijk
b)
Zuidelijk
c)
Oostelijk
d)
Westelijk
6.
Welke klimaat is hier te zien?
a)
Steppe
b)
Gematigd zeeklimaat
c)
Middellandse zeeklimaat
d)
Savanne klimaat
7.
Welke letters horen er volgens het klimaatsysteem van Koppen bij het Middellandse zeeklimaat?
a)
Cs
b)
Cw
c)
Cf
8.
Kan je op deze kaart ruimtelijke segregatie zien?
a)
ja
b)
nee
9.
Mochten zwarten stemmen tijdens de apartheid?
a)
nee
b)
ja
10.
Welk begrip past het beste bij deze foto?
a)
Townships
b)
Krottenwijken
c)
Segregatie
d)
Black diamonds
11.
In een multiculturele samenleving kan er geen segregatie zijn. Dit is...
a)
juist
b)
onjuist
12.
Met het HDI kan je het ontwikkelingspeil van een land meten. Is dit...
a)
juist
b)
onjuist
13.
Welke kenmerk hoort NIET bij een ontwikkelingsland?
a)
Laag geboortecijfer
b)
lage urbanisatiegraad
c)
laag analfabetisme
d)
lage artsendichtheid
14.
Tot welke sector hoort de vluchtsector?
a)
Landbouwsector
b)
Industriesector
c)
Dienstensector
d)
Geen het is een eigen sector
15.
Wat hoort er niet bij de commerciële landbouw?
a)
Veel machines
b)
Weinig mensen
c)
vluchtsector
16.
Het percentage analfabetisme is een indicator van onderwijs
a)
juist
b)
onjuist
17.
Met het BNP kan je het ontwikkelingspeil van een land meten. Dit is....
a)
Juist
b)
Onjuist
18.
Met het percentage mensen dat in de stad woont kan je het ontwikkelingspeil van een land meten. Dit is ....
a)
Juist
b)
Onjuist
19.
Met de basisbehoeften kan je het ontwikkelingspeil van een land meten. Dit is...
a)
Juist
b)
Onjuist
20.

Een soort rapport dat aangeeft hoe een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme

a)

Human Development Index

b)

Vestigingskolonie

c)

Basisbehoeften

21.

Een groep mensen met een andere cultuur dan die van andere bevolkingsgroepen in een land

a)

Etnische groep

b)

Etnische wijk

c)

Etnische school

22.

Als zich in een jaar meer mensen in een gebied vestigen dan dat er vertrekken

a)

Vestigingsoverschot

b)

Vestigingskolonie

c)

Zuigelingensterfte

23.

Segregatie

a)

Scheiding

b)

Alles wat je hebt aangeleerd

c)

Productie voor eigen gebruik

24.

Township

a)

Een niet blanke woonwijk in Zuid Afrika

b)

Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte

c)

De lijzijde van een berg

25.

Ontwikkeld land

a)

Rijk land met een hoog ontwikkelingspeil

b)

Arm land met een laag ontwikkelingspeil

26.

Township Khaeylitsha ligt op 35km van welke grote stad in Zuid Afrika?

a)

Johannesburg

b)

Pretoria

c)

Kaapstad

d)

Bloemfontein

27.

Wat is geen basisbehoefte?

a)

Voedsel

b)

Kleding

c)

Onderwijs

d)

Huisvesting

e)

Gezondheidszorg

28.

Iemand die niet kan lezen en schrijven voor zijn 15e noemen we,,

a)

Dom

b)

Werkloos

c)

Xhosa

d)

analfabeet

29.

Wanneer je te eenzijdig voedsel binnen krijgt noemen we dat

a)

Kwantitatieve honger

b)

Kwalitatieve honger

30.
Van welk virus kun je Aids krijgen?
a)
griep
b)
HIV
c)
malaria
d)
TBC
31.

Welk kenmerken passen het best bij Tropisch Regenwoudklimaat

a)

Hele jaar droog

b)

Regen in alle seizoenen

c)

Veel planten en dieren soorten

d)

Veel wortel en knolgewassen

32.

Wat is het verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve ondervoeding?

a)

Kwantitatief is de hoeveelheid, kwalitatief is de kwaliteit van voedsel

b)

Kwantitatief is de hoe goed het eten is, kwalitatief is de hoeveelheid van voedsel

c)

Kwantiteit en kwaliteit gaan beiden over kilocalorieën

d)

Ondervoeding is ondervoeding

33.

Obesitas of overvoeding is een vorm van...

a)

Kwantitatieve overvoeding

b)

Kwalitatieve overvoeding

34.

Wat betekent zuigelingensterfte?

a)

Het aantal kinderen dat sterft voordat ze 2 jaar zijn, per 1000 levendgeborene

b)

Het aantal kinderen dat sterft voordat ze 1 jaar zijn, per 1000 levendgeborene

c)

Het aantal kinderen dat sterft voordat ze 1 jaar zijn, per 100.000 levendgeborene

d)

Het aantal kinderen dat sterft voordat ze 1 jaar zijn

35.

Wat is geen basisbehoefte?

a)

Voeding

b)

Gezondheidszorg

c)

Huisvesting

d)

Onderwijs

e)

Werk

36.

Een kenmerk van een ontwikkelingsland is

a)

Een grote landbouwsector

b)

Een grote industrie sector

c)

Een grote dienstensector

37.

Welk begrippen past het beste bij de afbeelding?

a)

Segregatie

b)

Integratie

c)

Apartheid

d)

Kolonisatie

38.

In welk deel van een Zuid-Afrikaanse stad zal de bevolkingsdichtheid hoger zijn?

a)

Krottenwijken

b)

Townships

c)

Centrum

d)

Blanke wijken

39.

Wat is een voorbeeld van een beroep in de vluchtsector?

a)

Taxichauffeur

b)

Kapper

c)

Vuilnisman

d)

Schoenenpoetser

40.

voornamelijk zwarte boeren trekken naar de stad voor werk. In welke sector belanden zijn vaak?

a)

Primair (agrarisch)

b)

Secundair (industrie)

c)

Tertiaire (diensten)

d)

Vluchtsector

41.

Hoe heet het als er steeds meer mensen naar de stad trekken om daar te wonen?

a)

Urbanisatie

b)

Verstedelijking

c)

Vestigingssteden

d)

Urbanisatietempo

42.

Welke twee begrippen geven aan hoeverre een land ontwikkeld is?

a)

Basisbehoeften

b)

Sociale ongelijkheid

c)

BNP

d)

BNP per hoofd

e)

HDI

43.

Welke indicator zie je op de afbeelding?

a)

Onderwijs

b)

Gezondheidszorg

c)

Aantal internetaansluitingen

d)

Levensverwachting

44.

Wat kun je met het BNP? Welk omschrijving klopt het beste?

a)

Je kunt dan het gemiddelde inkomen per continent met elkaar vergelijken

b)

Je kunt dan het gemiddelde inkomen per persoon met elkaar vergelijken

c)

Je kunt dan het maximale inkomen per persoon met elkaar vergelijken

d)

Je kunt dan het minimale inkomen per persoon met elkaar vergelijken

45.

Het BNP zegt vooral iets over het welzijn van mensen.

a)

Juist

b)

Onjuist

46.

Nederland wordt gezien als een welvarend land.

a)

Juist

b)

Onjuist

47.

Het HDI bestaat uit:

a)

BNP, analfabetisme, levensverwachting

b)

BBP, analfabetisme, levensverwachting

c)

BRP, analfabetisme, levensverwachting

48.

Om de HDI te bepalen, wordt analfabetisme gebruikt om de gezondheid van een land te meten

a)

Juist

b)

Onjuist

49.

Om de Human Development Index te bepalen, wordt bijvoorbeeld de levenstandaard gemeten met het BNP

a)

Juist

b)

Onjuist

50.

Welk klimaat zie je hier?

a)

Savanne

b)

Middellandse zee

c)

Woestijn

d)

Steppe

51.

Welk Zuid-Afrikaans klimaat zie je hier?

a)

Savanne

b)

Woestijn

c)

Zeeklimaat met droge winters

d)

Steppe

e)

Middellandse zee

52.

Welk klimaat heeft Kaapstad?

a)

Middellandse zee

b)

Zeeklimaat

c)

Tropisch

d)

Savanne

53.

Drakensbergen ligt aan ...

a)

De loefzijde

b)

De lijzijde

54.

In een land op het zuidelijk halfrond is het in december

a)

Lente

b)

Zomer

c)

Herfst

d)

Winter

55.

Wat is het verschil tussen een savanne en steppe klimaat?

a)

Savanne valt meer regen

b)

Steppe valt meer regen

c)

Savanne is het warmer

d)

Steppe is het warmer

56.
De kant van het gebergte waar het weinig regent.
a)
De droge kant
b)
De stuwingszijde
c)
Woestijnzijde
d)
Regenschaduw
57.

Maak de volgende zin af: Hoe hoger de breedteligging, hoe... (leerdoel 3)

a)

warmer het wordt

b)

kouder het wordt

58.

Aan de oostkust van Zuid-Afrika is het natter, omdat.........en.........2 antwoorden geven(leerdoel 2)

a)

de wind aanlandig is

b)

de wind aflandig is

c)

er stijgingsregens zijn

d)

er stuwingsregens zijn

59.

Het Bruto Nationaal Product is een geldbedrag dat alle inwoners van een land samen verdienen.

a)

juist

b)

onjuist

60.

Welke soort regen zie je in de afbeelding?

a)

Stijgingsregen

b)

Stuwingsregen

c)

Ik zie geen regen

61.
Klimaat met meestal hoge temperaturen en vrijwel geen neerslag.
a)
A. Tropisch regenwoud klimaat
b)
B. Woestijnklimaat
c)
C. Savanneklimaat
d)
D. Steppeklimaat
63.
Welk klimaat lees je af uit de volgende klimaatgrafiek?
a)
Steppeklimaat
b)
Savanne klimaat
c)
Woestijnklimaat
d)
Tropisch regenwoudklimaat
63.
Welk klimaat lees je af uit de volgende klimaatgrafiek?
a)
Steppeklimaat
b)
Savanne klimaat
c)
Woestijnklimaat
d)
Tropisch regenwoudklimaat
64.
Welk klimaat lees je af in deze klimaatgrafiek
a)
Tropisch klimaat
b)
Savanneklimaat
c)
Gematigd zeeklimaat 
d)
Steppeklimaat