wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat: Buiten de zone

Total questions: 23

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

de toekomst voorspellen

a)

de toekomst annuleren

b)

de waarheid zeggen

c)

de waarheid proberen zeggen

2.

ik vraag me iets af

a)

ik wil iets weten

b)

ik weet iets

c)

ik begrijp het niet

3.

iets zeggen met andere woorden zodat de boodschap zacht overkomt

a)

iets vermijden

b)

iets blokken

c)

iets verpakken

4.

hard studeren

a)

verpakken

b)

buizen

c)

blokken

d)

zich opwarmen

5.

zich opwarmen (3 juiste!)

a)

zich verwarmen

b)

iemand opwachten

c)

zich voorbereiden

d)

telefoneren

e)

stretchen

6.

Ik keur dit voorstel af

a)

ik eis dit voorstel

b)

ik probeer dit uit

c)

ik denk na over dit voorstel

d)

ik ben niet akkoord met dit voorstel

7.

de man (2 juiste!)

a)

de vent

b)

de pummel

c)

de kerel

d)

de klooier

8.

buizen

a)

niet slagen voor een examen

b)

wel slagen voor een examen

c)

ontstoppen

9.

Hij geeft een rondje!

a)

Hij is gek!

b)

Hij is jarig vandaag!

c)

Hij trakteert iedereen op drank!

d)

Hij geeft een auto cadeau!

10.

Wat is 'bijgeloof'?

a)

een religie met weinig mensen

b)

geloven in ongeluk (zwarte kat, onder ladder lopen...)

c)

geloven in een wereld van insecten

d)

geloven dat je ergens niet bijhoort

11.

Anderlecht moest een nederlaag slikken.

a)

Ze hebben gewonnen.

b)

Ze hebben gelijk gespeeld (1-1, 2-2...)

c)

Ze hebben verloren.

d)

Ze konden niet spelen.

12.

Tijd voor een onderbreking.

a)

Tijd om te griezelen!

b)

Tijd voor een pauze.

c)

Tijd om te eten!

13.

Dat is griezelig!

a)

Dat is heel mooi.

b)

Dat is goedkoop!

c)

Dat is om bang van te worden.

d)

Dat is om moe van te worden.

14.

De film is voorspelbaar.

a)

Hij is saai.

b)

Hij is emotioneel.

c)

Hij is verschrikkelijk slecht.

d)

Hij is niet origineel.

15.

Zij heeft me door.

a)

Zij is opeens verliefd op mij.

b)

Zij heeft mij opeens begrepen.

c)

Zij is opeens boos op mij.

16.

Wat betekent: ''t is te zeggen...'?

a)

Je moet iets zeggen

b)

Je kan geen antwoord geven

c)

Je twijfelt

17.

Wij hebben een auto gezien... en wat voor één!

a)

Dit is positief.

b)

Dit is negatief.

c)

Dit is neutraal, er is maar één auto.

18.

Wat zeg je als iemand te veel praat?

a)

... en wat voor één!

b)

't is te zeggen...

c)

ik heb het door.

d)

't is al goed.

19.

Hoe zeg je dat je niet meer wil praten?

a)

't is te zeggen...

b)

Zeg, zeveraar!

c)

Dat doet de deur dicht!

d)

Wat krijgen we nu weer?

20.

Wat betekent de zin: 'Wat krijgen we nu weer?'

a)

Een leuke verrassing is op komst

b)

Iemand geeft je te veel aandacht

c)

Het regent weeral

d)

Er is een weeral lastige situatie

21.

Een pastoor 'van mijn voeten', is...

a)

een hele goede pastoor

b)

een hele mooie pastoor

c)

een slechte pastoor

d)

een werkloze pastoor

22.

Als iemand zegt: 'Duimen he!', wat bedoelt hij dan?

a)

Dat je moet weggaan

b)

Dat je hem succes moet wensen

c)

Dat je moet opletten

23.

Wat betekent: 'Ik zit erdoor'

a)

Ik ben geslaagd

b)

Ik ben heel moe

c)

Ik ben ziek

d)

Ik ben heel blij