wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Start Elektriciteit 4T H9 v2 MLA-BJU

Total questions: 19

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de 4 antwoorden is GEEEN spanningsbron

a)

Dynamo

b)

Stopcontact

c)

Batterij

d)

Fietslamp

2.

Elke batterij heeft een spanning van 1,5V. Hoeveel spanning leveren ze samen?

a)

4,5 V

b)

6 V

c)

3 V

d)

1,5 V

3.

Wat gebeurt er in deze schakeling als lampje 2 stuk gaat?

a)

Lampje 1 gaat feller branden

b)

Lampje 1 gaat uit

c)

De batterij moet minder stroom leveren

d)

De batterij moet meer stroom leveren

4.

Wat gebeurt er als lamp 1 doorbrandt?

a)

Lampje 1 krijgt de volle batterijspanning

b)

Niet te voorspellen

c)

Lampje 2 blijft branden

d)

Ook Lampje 2 gaat uit

5.

Deze schakelaars staan in de 'gesloten' stand, wat betekent dat?

a)

De elektrische stroom kan er doorheen

b)

De schakelaars zijn defect

c)

De schakelaars staan op slot

d)

De schakelaars vormen een geleider

6.

Wat weet je van de spanning van deze spanningsbron?

a)

Het gaat om een gevaarlijke spanning

b)

Het gaat om een gelijkspanning

c)

Het gaat om een wisselspanning

d)

Het gaat om een regelbare spanning

7.

Welke Lamp brandt als de wissel-schakelaar in de stand A staat?

a)

Lamp 1 (L1)

b)

Beide lampen ( L1 & L2 )

c)

Lamp 2 (L2)

d)

Kun je niet voorspellen

8.

Ik wil de stroomsterkte uitrekenen. Wat wordt de formule?

a)

I = U x R

b)

I = U / R

c)

I = U + R

d)

I = R / U

9.

Welke waarde hoort in de onderste rij?

a)

0, 85 A

b)

1,0 A

c)

1,25 A

d)

2,0 A

10.

Op elk lampje staat: 6 V / 0,6 A. Hoe groot is de weerstand van 1 lampje?

a)

0,1 Ω

b)

9 Ω

c)

10 Ω

d)

6,6 Ω

11.

3300 Ω, kun je ook schrijven als..

a)

33 MΩ

b)

3,3 kΩ

c)

33 kΩ

d)

330 mΩ

12.

De schakelaar is dicht, waar stroomt het meeste Ampère?

a)

In Lampje L1

b)

Nergens, overal is de stroomsterkte even groot

c)

In Lampje L2

d)

In de Batterij

13.

Van welke grondstof worden elektriciteitsdraden gemaakt?

a)

koper

b)

zilver

c)

ijzer

d)

aluminium

14.

Hoeveel Joule zit er in 1,5 kiloJoule?

a)

15 J

b)

15000 J

c)

150 J

d)

1500 J

15.

Hoeveel stroomdraden heeft deze stroomkring?

a)

drie

b)

twee

c)

één

d)

geen

16.

Wat regelt deze regelbare spanningsbron?

a)

Het energieverbruik

b)

De spanning

c)

De stroomsterkte

d)

De lichtsterkte

17.

Hoe wordt een reedcontact ingeschakeld?

a)

Met een magneet

b)

Met warmte

c)

Met beweging

d)

Met licht

18.

Hoe bereken je een weerstand?

a)

R = R / I

b)

R = P / U

c)

R = I / U

d)

R = U / I

19.

Wat geldt er in deze serieschakeling?

a)

U = U1 + U2

b)

I = I1 = I2

c)

R totaal = R1 + R2

d)

U = U1 + U2