wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TOP P3.1

Total questions: 20

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Vanwege hun grote afmetingen moeten macromoleculen eerst worden gehydrolyseerd door intracellulaire enzymen, voor ze kunnen worden opgenomen door de cel. Is deze bewering juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

De productie van amylasen door bacteriën op een zetmeelagarplaat kan worden aangetoond met

a)

fenolrood

b)

jodium

c)

kristalviolet

d)

broomthymolblauw

3.

Twee cultuurbuizen uit de koolhydraatfermentatie-test. Wat is een juiste verklaring voor de kleurverandering die is opgetreden?

a)

Koolhydraten die worden gefermenteerd tijdens de incubatie produceren zure eindproducten en veroorzaken een kleuromslag van geel naar rood.

b)

Koolhydraten die worden gefermenteerd tijdens de incubatie produceren basische eindproducten en veroorzaken een kleuromslag van geel naar rood.

c)

Koolhydraten die worden gefermenteerd tijdens de incubatie produceren basische eindproducten en veroorzaken een kleuromslag van rood naar geel.

d)

Koolhydraten die worden gefermenteerd tijdens de incubatie produceren zure eindproducten en veroorzaken een kleuromslag van rood naar geel.

4.

Waarom is deze citraatagarbuis verkleurt van groen naar blauw?

a)

De pH-indicator broomthymolblauw verandert van groen bij een lage pH, naar donkerblauw bij een hoge pH.

b)

De pH-indicator broomthymolblauw verandert van groen bij een hoge pH, naar donkerblauw bij een lage pH.

5.

In afwezigheid van glucose of lactose kunnen sommige micro-organismen citraat (citroenzuur) als koolstofbron gebruiken voor hun energie. Dit hangt af van de aanwezigheid van citraatpermease, een enzym dat citroenzuur door het celmembraan transporteert.

Is deze bewering juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist

6.

Organismen die het enzym katalase produceren breken waterstofperoxide af tot

a)

water en koolstofdioxide

b)

koolstofdioxide en zuurstof

c)

water en zuurstof

7.

Micro-organismen die in staat zijn tot een aerobe ademhaling bezitten het enzym katalase en het enzym oxidase.

Is dit juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist

8.

Hoe wordt een bacterie genoemd die niet wordt geremd door een antibioticum?

a)

gevoelig

b)

resistent

9.

De volgende groeiremmingszones worden gemeten voor E.coli:

penicilline 35 mm, ampicilline 3 mm, tetracycline 25 mm, oxacilline 0 mm.

Voor welke antibiotica is deze bacterie gevoelig?

a)

penicilline en tetracycline

b)

ampicilline en oxacilline

c)

alleen voor penicilline

d)

alleen voor oxacilline

10.

Lactosevergisters produceren op MacConkeyagar gekleurde kolonies.

Welke kleur is dit?

a)

oranje

b)

roze

c)

groen

d)

geel

11.

Wat is de juiste afkorting van PCR?

a)

Polymerase Copied Repeats

b)

Polymerase Chain Reaction

c)

Polymerase Chain Restoration

d)

Polymerase Copying Reaction

12.

Welke componenten zitten in de PCR 2x mix?

a)

Nucleotiden (ATCG), buffer, Taq-polymerase, primers

b)

Nucleotiden (AUCG), buffer, Taq-polymerase, MgCl2

c)

Nucleotiden (ATCG), MgCl2, Restrictie-enzym, buffer

d)

Nucleotiden (ATCG), MgCl2, buffer, Taq-polymerase

13.

Een PCR cyclus wordt geautomatiseerd in een PCR apparaat. Hoe wordt zo’n machine genoemd?

a)

DNA-analyser

b)

Thermocycler

c)

DNA-sequencing

d)

Nanodrop

14.

Je wil 50 ml Chelex 10% maken. Hoeveel gram Chelex moet je daarvoor afwegen?

a)

10 gram

b)

1 gram

c)

5 gram

d)

0,5 gram

15.

Je wil 500 ml 5x TBE maken. De concentratie Tris hierin is 450 mM. Hoeveel Tris (121,14 g/mol) weeg je af?

a)

54,5 gram

b)

27,3 gram

c)

2,73 gram

d)

3,71 gram

16.

Je hebt een fles met 5 X TBE. Je wil nu 1 X TBE oplossing maken in een maatcilinder van 50 ml. Hoeveel ml pipetteer je in de maatcilinder voordat je hem aanvult tot 50 ml?

a)

1 ml

b)

0,5 ml

c)

10 ml

d)

5 ml

17.

Ik heb 5,114 gram EDTA-Na2 (292,248 g/mol) opgelost in 35 ml demiwater. Wat is de molariteit van deze oplossing?

a)

0,005 M

b)

0,5 M

c)

0,05 M

d)

5 M

18.

De vorming van ureum vindt plaats in de ......1.......


Ureum wordt gevormd uit ........2........

a)

1 = lever / 2 = aminozuren

b)

1 = nieren / 2 = aminozuren

c)

1 = lever / 2 = glycogeen

d)

1 = nieren / 2 = glycogeen

19.

Bij de uricult kan er sprake zijn van een confluente groei. Confluente groei betekent

a)

Losliggende kolonies op de agar

b)

Geheel bedekkende groei op de agar

c)

Vorming van roze kolonies op de agar

d)

Geen reinkweek aanwezig

20.

De kreatinineconcentratie in urine is 11 mmol/l. 24-uurs volume is 1090 ml. Wat is de concnetratie kreatinine per 24 uur?

a)

10,1 mmol/ 24 uur

b)

9,9 mmol/ 24 uur

c)

11 mmol./24 uur

d)

12 mmol/ 24 uur