wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3HAVO H1 exponentiële groei

Total questions: 30

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Bij een toename van 23% hoort de factor ...

a)

1,23

b)

0,23

c)

1,77

d)

0,77

2.

Bij een afname van 37% hoort de factor ...

a)

1,63

b)

0,63

c)

1,37

d)

0,37

3.

Bij een toename van 4,5% hoort de factor ...

a)

1,955

b)

9,55

c)

1,045

d)

0,45

4.

Tijdens de uitverkoop krijgt Carolien 20% korting op de jas die ze graag wilt kopen. Bij de kassa komt ze erachter dat ze ook nog 25% kassakorting krijgt.

Hoeveel procent korting krijgt Carolien in totaal

a)

60%

b)

45%

c)

40%

d)

5%

5.

Het aantal konijnen, 15 600, in de provincie Utrecht neemt jaarlijks af met 11%.

Hoeveel konijnen zijn er nog in de provincie Utrecht na 7 jaar?

(afronden op gehele konijnen)

a)

12 012

b)

6 900

c)

32 388

d)

1 716

6.

Bereken de groeifactor bij de volgende tabel

a)

1,20

b)

0,20

c)

0,83

d)

0,12

7.

Bij welke grafiek hoort de groeifactor 0,3

a)

Grafiek A

b)

Grafiek B

8.

 B = 520 ×1,09tB\ =\ 520\ \times1,09^t  

 t = aantal jaart\ =\ aantal\ jaar  
Wat is de groeifactor na 7 jaar?

a)

7,63

b)

1,828

c)

1,63

d)

1,16

9.

De vorm van de formule bij een exponentiële formule zit er als volgt uit:

a)

h = b ⋅ gt

b)

y = ax2 + bx + c

c)

y = b + gt

d)

y = ax + b

10.

Je ziet twee formules A : h = 2 ⋅ 3t

en B: h = 2 ⋅ 0,3t

Welke van deze formules is de grafiek dalend?

a)

A

b)

B

11.

Je ziet de formule bij een groeiproces per jaar.

h = 2 ⋅ 0,3t

Met hoeveel % neemt de groei per jaar af?

a)

3%

b)

7%

c)

30%

d)

70%

12.

Bij welke tabel hoort een exponentiële groei?

a)

tabel I

b)

tabel II

c)

tabel III

d)

tabel IV

13.

Er zitten 400 muggen in een afgesloten ruimte. Het aantal muggen kun je berekenen volgens de formule:

aantal = 400 x 1,25t

t = tijd in maanden.

Hoeveel muggen zijn er na één jaar?

a)

5821 muggen

b)

500 muggen

c)

1526 muggen

d)

745 muggen

14.

De druk in een autoband is 2,2 bar. Er ontsnapt steeds een klein beetje lucht.

Daarom zit er iedere dag 0,2% minder druk in de band.


Bereken de druk in de band na 3 weken

a)

2,19 bar

b)

2,05 bar

c)

2,33 bar

d)

2,11 bar

15.

Wat is de groeifactor bij een toename van 0,7 % ?

a)

0,7

b)

1,07

c)

1,007

d)

7

16.

B = 300 x 1,023t 

Hoeveel % is de afname of toename bij deze formule?

a)

23% toename

b)

23% afname

c)

102,3 % toename

d)

2,3%toename

17.

Een tv kost € 950,- inclusief 21% BTW.

Wat kost de tv exclusief BTW?

a)

€ 1149,50

b)

€ 785,12

c)

€ 971,-

d)

€ 929,-

18.

 A = 210 ×0,86tA\ =\ 210\ \times0,86^t  
t = aantal uur
Wat is de groeifactor per kwartier?

a)

 0,8640,86^4  

b)

 4 ×0,864\ \times0,86  

c)

 0,86140,86^{\frac{1}{4}}  

d)

 14×0,86\frac{1}{4}\times0,86  

19.

Het aantal grijze zeehonden in de Waddenzee stijgt de laatste jaren. Op 1 januari 2009 zijn er 2108 dieren. Bij de groei van het aantal zeehonden hoort de formule

aantal = 2108 x 1,26t

t= tijd in jaren met t = 0 in 2009

Bereken hoeveel zeehonden er zijn op 1 januari 2020.

a)

26788

b)

33753

c)

21261

d)

29 217

20.

Wat is de formule bij deze tabel?

a)

aantal = 20 + 40t

b)

aantal = 20 x 3t

c)

t = 20 x aantal3

d)

aantal = 20 x 3t

21.
Wat is de wetenschappelijke notatie van 3500?
a)
3,5 x 105
b)
3,5 x 103
c)
3,5 x 1011
d)
Geen van allen
22.

Wat is de wetenschappelijke notatie van 0,000 0042

a)

4,2 x 10-6

b)

4,2 x 10-5

c)

42 x 10-7

d)

4,2 x -106

23.

Wat is de wetenschappelijke notatie van 24 568?

a)

2,5 x -104

b)

2,5 x 105

c)

2,5 x 104

d)

2,4 x 104

24.

Wat is de wetenschappelijke notatie van 345 000 000

a)

3,5 x 108

b)

3,5 x 107

c)

3,5 x 106

d)

geen van allen

25.

Schrijf volledig uit: 2,6 x 10-5.

a)

0,000 026

b)

0,000 002 6

c)

0,000 260

d)

0,000 003

26.

Schrijf volledig uit: 9,5 x 108

a)

9 500 000 000

b)

950 000 000

c)

0,000 000 095

d)

95 000 000

27.

 7 × 1072,5 × 104  =\frac{7\ \times\ 10^7}{2,5\ \times\ 10^4\ }\ =  

Schrijf je antwoord in wetenschappelijke notatie

a)

 2,8 ×10112,8\ \times10^{11}  

b)

 28002800  

c)

 2,8 ×1022,8\ \times10^2  

d)

 2,8 ×1032,8\ \times10^3  

28.

Bereken en schrijf je antwoord in wetenschappelijke notatie.

a)

8,1 ×1098,1\ \times10^9

b)

8,2 ×1048,2\ \times10^4

c)

8,2 ×1098,2\ \times10^9

d)

81818 ×10581818\ \times10^5

29.

Een populatie vissen groeit elke maand met 12%.
Op 1 mei 2017 waren er 1389 vissen. Hoeveel waren er op 1 januari 2017?

a)

2448

b)

788

c)

1383

d)

1222

30.

Een groeiproces neemt toe met 7% per 10 minuten.
Wat is de groeifactor per uur?

a)

 1,0761,07^6  

b)

  42%

c)

 1,07161,07^{\frac{1}{6}}  

d)

 767^6