NEW
Font size
WorksheetsWerkwoordspelling 3
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
De leerlingen (breien) voor de eerste keer. (vt)
breide
breidde
breiden
breidden
De leerkracht (verbazen) zich over de hoge cijfers. (vt)
verbaast
verbaasde
verbaazt
verbaazde
De tandarts (flossen) elke dag zijn tanden. (tt)
flosst
flossd
flosd
flost
De fotografen (vergroten) de mooie foto. (vt)
vergrotten
vergroten
vergrootten
vergrote
(vermoeden) jij dat die rapper de mol was? (vt)
vermoed
vermoedt
vermoede
vermoedde
Mijn oom en tante (adopteren) een kindje. (tt)
adopteren
adopteert
adopteerden
adopteeren
(raden) jij altijd het juiste antwoord? (tt)
raadde
raadt
raad
rad
Mijn zus (reizen) volgend jaar naar Amerika.
reizt
reizd
reist
reisd
Oma (verwennen) mij altijd toen ik klein was.
verwende
verwent
verwen
verwendde
Mijn vrienden (fotograferen) de hele zomervakantie! (vt)
fotograferden
fotograferen
fotografeerden
fotografeerdden
