wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling hoofdstuk 1 budgetbeheer: afgestudeerd

Total questions: 27

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn voorbeelden van signaalwoorden?

a)

de, het, een

b)

ten eerste, daarom, maar, zoals, kortom

c)

mooie, leuke, energieke

d)

jij, hij, ik, Anke en Sofie, zij

2.

Welke twee statuten bestaan er? (meerdere antwoorden juist)

a)

Werkgever

b)

Arbeider

c)

Bediende

d)

Werknemer

3.

Een bediende is een werknemer die in hoofdzaak … verricht.

a)

hoofdarbeid

b)

handenarbeid

4.

Wat is een contract voor uitzendarbeid?

a)

Dat bestaat niet

b)

Een contract waarbij je naar allerlei plaatsen uitgezonden kan worden om tewerkgesteld te worden

c)

Een contract die afgesloten wordt met een uitzendbureau

5.

Wat zijn voorbeelden van extralegale voordelen? Meerdere antwoorden zijn juist

a)

Maaltijdcheques

b)

Proefbeding

c)

Woon -en werkvergoeding

d)

Een maandloon

e)

Een verlofdag

6.

Wat wordt er afgetrokken van je brutoloon?

a)

Je nettoloon

b)

Je bruto belastbaar loon

c)

Bijdrage voor de Sociale Zekerheid (RSZ)

d)

Niets

7.

Een persoon die bij een bedrijf of organisatie werkt noemen we een

a)

werkgever

b)

werknemer

c)

arbeider

d)

bediende

8.

Een ander woord voor proefbeding is

a)

Extralegale voordelen

b)

Een proefperiode

c)

Het contract

d)

Het arbeidsreglement

9.

Dit geld wordt gebruikt voor ziekte-uitkeringen, pensioenen, vakantiegeld, werkloosheidsuitkeringen en kinderbijslag.

a)

Je brutoloon

b)

Je bruto belastbaar loon

c)

RSZ

d)

Bedrijfsvoorheffing

10.

Welk document moet je als arbeider versturen naar een adviserende arts van je ziekenfonds?

a)

Getuigenschrift arbeidsovereenkomst

b)

Getuigenschrift arbeidsongeschiktheid

11.

Na hoeveel weken moet je een getuigenschrift van arbeidsongeschiktheid versturen naar de adviserende arts van je ziekenfonds?

a)

Na 1 week

b)

Na 2 weken

c)

Na 3 weken

d)

Na 4 weken

12.

Wie moet er na twee weken ziekte een getuigenschrift van arbeidsovereenkomst versturen?

a)

Een arbeider

b)

Een bediende

c)

Een werkzoekende

13.

Wie moet er belastingen betalen? Kies het meest volledige antwoord

a)

Iedereen ouder dan 18 jaar

b)

Iedereen die werkt

c)

Iedereen die onderhoudsgeld ontvangt

d)

Iedereen die in België woont

14.

Hoeveel belastingen je moet betalen

a)

is voor iedereen gelijk

b)

is afhankelijk van het werk dat je doet

c)

is afhankelijk van je inkomen

d)

is afhankelijk van je woonplaats

15.

Een ander woord voor belastingvoorschot is

a)

Eindafrekening

b)

Bruto belastbaar loon

c)

Bedrijfsvoorheffing

d)

Bruto loon

16.

Wat gebeurt er als je je belastingaangifte te laat indien?

a)

De fiscus komt bij jouw thuis

b)

De fiscus komt bij jouw thuis en je krijgt een boete

c)

De fiscus komt bij jouw thuis en bepaalt wat je belastbaar inkomen is

d)

De fiscus bepaalt wat je belastbaar inkomen is en je krijgt een boete

17.

Hoe noemen we het loon die op je rekening wordt gestort?

a)

Brutoloon

b)

Bruto belastbaar loon

c)

Nettoloon

d)

Bedrijfsvoorheffing

18.

Wie betaalt geen bedrijfsvoorheffing als hij/zij gaat werken?

a)

Studenten

b)

Dokters

c)

Ingenieurs

d)

Mensen die vrijwilligerswerk doen

19.

Een arbeidsovereenkomst waarvan de einddatum niet vaststaat noemen we

a)

Een contract van bepaalde duur

b)

Een contract van onbepaalde duur

20.

Een contract van onbepaalde duur is een contract waarbij

a)

het aantal werkuren niet vastliggen

b)

de einddatum niet vastligt

21.

Waar of niet waar? Een contract waarbij je aangeworven wordt om iemand te vervangen noemen we een interim contract.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Een voorbeeld van een uitzendbureau is (meerdere antwoorden zijn juist)

a)

Adecco

b)

De CM

c)

Randstad

d)

Het Neutraal Ziekenfonds

23.

Wanneer je deeltijds werkt, werk je

a)

wanneer je wilt

b)

maar halve dagen

c)

38 uur per week

d)

dit is bij ieder deeltijds contract anders

24.

Voorbeelden van een job als arbeider zijn (meerdere antwoorden zijn juist)

a)

Kunstenaars

b)

Receptioniste

c)

Zorgkundige

d)

Dokters

25.

Een magazijnier werkt onder het statuut van een

a)

Bediende

b)

Arbeider

26.

BTW is

a)

Een bedrag die je elke maand afgeeft aan de belastingen

b)

Een bedrag die je betaalt bij aankoop van elk product/elke dienst

27.

één keer per jaar moet je je belastingbrief indienen, dit jaar noemen we

a)

het inkomstenjaar

b)

het aanslagjaar

c)

de eindafrekeing