wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Europa & Nederland in het Interbellum

Total questions: 131

Worksheet time: 2hrs 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving:

Verdrag dat de oorlog tussen Duitsland en de Entente afsloot

a)

Conferentie van München

b)

Vredesbesprekingen van Parijs

c)

Verdrag van Versailles

d)

Verdrag van Saint-Germain

2.

Welke beschrijving hoort bij het begrip dolkstootlegende?

a)

Politiek die streeft naar het naleven van de Vrede van Versailles. Op deze manier er weer politiek en economisch bovenop komen.

b)

Linkse opstanden, stakingen en de nieuwe democratische regering hebben de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog veroorzaakt.

c)

Haat gericht tegen de Joden en hun invloed op de maatschappij.

d)

Ideologie van Hitler en zijn NSDAP. Antisemitisme, sterk nationalisme en totalitaire dictatuur met persoonverheerlijking

3.

De eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog ging het economisch zeer slecht in Amerika.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

In welk jaar ontstond er een economische wereldcrisis?

a)

1918

b)

1919

c)

1929

d)

1933

5.

Na de Eerste Wereldoorlog probeerde Amerika met geldleningen de Europese economie te stimuleren. Waarom probeerde Amerika dat?

a)

De Amerikanen wilden hun producten ook graag in Europa verkopen.

b)

De Amerikanen wilden voorkomen dat Europa zelf producten ging ontwikkelen.

6.

Wat is geen direct gevolg van de economische wereldcrisis?

a)

Het vertrouwen in de economie nam af.

b)

De werkloosheid steeg.

c)

Er was onvrede over de politiek.

d)

De rassenwetten werden ingevoerd.

7.

Hoe heette de partij die door Adolf Hitler in Duitsland werd opgericht?

a)

NSDAP

b)

NSB

c)

PNF

d)

BDM

8.

Omdat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal was geweest, had Nederland geen last van de economische wereldcrisis.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Hitler kwam in 1933 aan de macht. Hij vormde Duitsland om tot een totalitaire staat. Met welke twee maatregelen vormde Hitler Duitsland om tot een totalitaire staat.

a)

De grondwet werd afgeschaft.

b)

Tegenstanders werden opgesloten.

c)

Er werden nieuwe wegen aangelegd.

d)

Er werd veel geïnvesteerd in de wapenindustrie.

10.

Hitler kwam in 1933 aan de macht. Hij vormde de Duitse economie om tot een oorlogseconomie. Met welke twee maatregelen vormde Hitler Duitsland om tot oorlogseconomie?

a)

De grondwet werd afgeschat

b)

Tegenstanders werden opgesloten

c)

De invoering van de dienstplicht

d)

Er werd veel geïnvesteerd in de wapenindustrie

11.

De nazi's moesten niets hebben van de Joden. De nazi's hoopten door een aantal wetten aan te nemen dat de Joden 'vrijwillig' Duitsland zouden verlaten. Hoe heette deze wetten?

a)

Jodenwetten

b)

propagandawetten

c)

rassenwetten

d)

crisiswetten

12.

Wat was de Vrede van Versailles?

a)

Vredesverdrag na de Frans-Duitse oorlog.

b)

Vredesverdrag na de Eerste Wereldoorlog.

c)

Vredesverdrag na de Tweede Wereldoorlog.

d)

Vredesverdrag na de Koude Oorlog.

13.

Hoe heette de partij van de nazi's?

a)

DP

b)

NSDAP

c)

Communisten

d)

Fascisten

14.

Veel Duitsers vonden dat hun land WO I niet verloren had op het slagveld, maar verraden was door de regering. Hoe noemen we dit idee?

a)

Het Grote Verraad

b)

Het Duitse Verraad

c)

De dolkstootlegende

d)

De Nacht van de Lange Messen

15.

Je ziet hier een spotprent uit het interbellum. Op de rol staat 'Vrede van Versailles'. Op de helm van de man staat 'Hitler's partij'. Welk verband legt de spotprent tussen WO I en WO II?

a)

WO II ontstaat omdat Duitsland WO I verloren heeft

b)

WO II ontstaat door WO I

c)

WO II ontstaat door het optreden van Hitler

d)

WO II is een gevolg van het Verdrag van Versailles

16.

Wat betekent het woord interbellum?

a)

Tijd van de Crisis

b)

Tijd tussen oorlogen

c)

Tijd van staatsgrepen

d)

Geen idee

17.
Zet in de juiste volgorde
a)
Lenin-Stalin-Tsaar
b)
Stalin-Tsaar-Lenin
c)
Tsaar-Stalin-Lenin
d)
Tsaar-Lenin-Stalin
18.

Welk woord past het beste bij het begrip communisme?

a)

Vrijheid

b)

Nationalisme

c)

Geweldsverheerlijking

d)

Gelijkheid

19.
Het communisme had een planeconomie. Dat houdt in dat de overheid bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd
a)
Juist
b)
Onjuist
20.

Wat is geen kenmerk van het fascisme?

a)

Racisme

b)

1 Sterke leider

c)

Geweld is goed

d)

Nationalisme

21.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

Terreur

b)

Indoctrinatie

c)

Dictator

d)

Nationalisme

22.

In welk jaartal was de Beurskrach in de VS?

a)

1914

b)

1919

c)

1929

d)

1933

23.

Wat is geen kenmerk van een parlementaire democratie?

a)

Vrijheid van meningsuiting

b)

Kiesrecht

c)

Volksvertegenwoordigers

d)

Censuur

24.

Sterke leider, terreur, antisemitisme, nationalisme en militarisme zijn ideeën die horen bij:

a)

het nationaal-socialisme

b)

een parlementaire democratie

c)

de rassenleer

d)

propaganda

25.

De ideeën van Hitler schreef hij op in het boek....

a)

Hello Hitty

b)

Mein Kampf

c)

Mein Reich

d)

Hitler schreef geen boek

26.

Iemand die in zijn eentje (en vaak op een gewelddadige manier) de baas is van een land is. Noemen we....

a)

een dictator

b)

een tiran

c)

een slimme man

d)

een politicoloog

27.

Het idee dat joden een minderwaardig ras zijn, noemen we ook...

a)

antisemitisme

b)

liberalisme

c)

nationalisme

d)

communisme

28.

Welk begrip hoort bij: De overheid die jou wil overtuigen dat hun idee het beste en waarheid is.

a)

propaganda

b)

nationaalsocialisme

c)

kapitalisme

d)

communisme

29.

Wat schafte Hitler af toen hij aan de macht was, waardoor hij als enige de macht had?

a)

democratie

b)

sociologie

c)

pandemie

d)

filosofie

30.

Hoe noemen we het begrip, wat er naar streeft dat in een land iedereen gelijk is, het bezit is eerlijk verdeeld - desnoods met geweld.

a)

Communisme

b)

Socialisme

c)

Kapitalisme

d)

Liberalisme

31.
Hoe noemen we een samenleving waarin de overheid alle macht heeft?
a)
Een totalitaire samenleving
b)
Een ideale samenleving
c)
Een kapitalistische samenleving
d)
Een socialistische samenleving
32.
Het communisme had een planeconomie. Dat houdt in dat de overheid bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd
a)
Juist
b)
Onjuist
33.

Wat is propaganda?

a)

Een poster

b)

Politieke reclame

c)

Reclame voor een product

d)

Reclame voor wasmiddelen

34.

De drie mannen in deze tekeningen zijn: Engeland, Frankrijk en Amerika. Duitsland is de blote man met de handen op de rug, die voor de guillotine staat. Welke gebeurtenis beeld bovenstaande bron uit?

a)

Het uitbreken van WO II door toedoen van de Hitler's partij.

b)

De voorspelling dat Adolf Hitler aan de macht gaat komen in Duitsland.

c)

Het gedwongen tekenen van het Verdrag van Versailles na WO I door Duitsland.

d)

Het begin van de vredesonderhandelingen na WO II.

35.

In welk jaar kwam Hitler in Duitsland aan de macht?

a)

1919

b)

1929

c)

1933

d)

1939

36.

Welke Amerikaanse president is dit?

a)

Wilson

b)

Hoover

c)

Roosevelt

d)

Kennedy

37.

Wat is collectivisatie?

a)

Stalin stuurde boeren collectief naar werkkampen.

b)

Boeren moesten hun land afstaan aan grote landbouwbedrijven (kolchozen). Daar moesten ze gezamenlijk het land bewerken.

c)

Boeren bewerkten land voortaan met twee andere boeren, zodat de opbrengst hoger werd.

d)

Boeren die collectief inkopen deden op de markt.

38.
De voornaamste oorzaak van de spectaculaire groei van de NSDAP in de jaren 1929-1932 was:
a)
het wantrouwen van de socialisten en de katholieken ten opzichte van elkaar.
b)
de economische crisis met als gevolg de groei van het aantal werklozen.
c)
de wil van de conservatieven om met Hitler samen te werken. 
d)
de belofte van Hitler om van Duitsland weer een machtig land te maken. 
39.
Ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog veranderde de kaart van Europa grondig. Welke verandering vond niet plaats?
a)
Oostenrijk-Hongarije werd gesplitst in twee aparte staten.
b)
Estland, Letland en Litouwen werden bij Rusland gevoegd.
c)
Er ontstonden nieuwe staten, waaronder Polen, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië.
d)
Duitsland moest Eupen-Malmédy afstaan aan België. 
40.
Welke zin over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog is onjuist?
a)
Duitsland moest alle oorlogsschade vergoeden.
b)
Miljoenen soldaten hadden het leven verloren.
c)
De Geallieerden besloten tot een vermindering van het aantal wapens.
d)
Duitsers kregen geen zelfbeschikkingsrecht, andere volken wel.
41.
Aan welk land stond Duitsland geen gebied af bij de Vrede van Versailles?
a)
Nederland.
b)
Polen.
c)
België.
d)
Frankrijk. 
42.

Van wanneer tot wanneer duurde de Eerste wereldoorlog?

a)

2 november 1915 tot 11 november 1918

b)

28 juni 1914 tot 11 november 1918

c)

2 november 1914 tot 9 november 1918

d)

28 februari 1914 tot 11 maart 1918

43.

Hoe heet het bondgenootschap dat is roodgekleurd op de afbeelding?

a)

Triple Entente

b)

Trias Alliantie

c)

Trias Entente

d)

Triple Alliantie

44.

Welke landen zaten in de Triple Entente? Kruis drie antwoorden aan.

a)

Rusland

b)

Italië

c)

Engeland

d)

België

e)

Frankrijk

45.

Kruis drie oorzaken aan van het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog

a)

Frankrijk wilde zijn grondgebied uitbreiden

b)

Het ontstaan van nationale bewegingen

c)

Rusland wilde niet grondgebied inleveren

d)

De Frans-Duitse oorlog

e)

Stichten van bondgenootschappen

46.

Wat wordt op deze afbeelding afgebeeld?

a)

Triple Entente

b)

Ingeleverd grondgebied van Frankrijk

c)

Triple Alliantie

d)

Von Schlieffenplan

47.

Kruis twee redenen aan waarom het Von Schliefenplan mislukte

a)

De Belgen boden fel tegenstand en zetten ze sluizen open. Hierdoor konden de Duitse legers niet verder.

b)

De Duitsers dachten dat ze Frankrijk gemakkelijk konden verslaan en dat Rusland veel tijd nodig zou hebben om te mobiliseren. Beide was niet waar

c)

De mobilisatie van Rusland duurde erg lang, daarom liep het plan gevaar

d)

De bedenker, Alfred von Schlieffen, overleed voordat hij het plan goed op papier kon zetten. De Duitsers konden het hierdoor niet goed uitvoeren

48.

Wat was de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog?

a)

Duitsland viel België binnen

b)

Rusland verklaarde Servië altijd te helpen

c)

Opstand van Servische nationalisten in Sarajevo

d)

Moord op kroonprins van Oostenrijk-Hongarije Frans Ferdinand

49.

Waarom wilde Gavrillo Princip Frans Ferdinand vermoorden?

a)

Hij wilde een Groot-Servië, dat zou bestaan uit Servië en andere gebieden waar Slavisch werd gesproken.

b)

Hij wilde een andere kroonprins

c)

Hij wilde dat Bosnië een zelfstandig land zou worden

d)

Hij had geen reden, hij was een verwarde man

50.

Welke nieuwe wapens werden er tijdens WO I voor het eerst gebruikt? Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

Tank

b)

Geweer

c)

Mitrailleur

d)

Mosterdgas

e)

Bajonet

51.

Wat werd afgesproken in het vredesverdrag van WO I? Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

Duitsland moest economisch zwak blijven

b)

Frankrijk kreeg Elzas-Lotharingen terug

c)

Duitsland moest herstelbetalingen betalen

d)

Duitsland verloor grondgebied aan het oostfront

e)

President Wilson werd voorzitten van de Volkenbond

52.

Welke gevolg van WO I zie je op de afbeelding?

a)

Opsplitsing van de veelvolkerenstaten

b)

Eenwording van Duitland

c)

Uitbreiding van Rusland

d)

Duitsland moest herstelbetalingen betalen

53.
Wanneer ben je neutraal?
a)
Als je geen mening hebt
b)
Als je wel een mening hebt, maar die niet zegt
c)
Als je niet meevecht en geen partij kiest in een oorlog
d)
Als je jouw mening alleen opschrijft
54.
Wanneer was WOI?
a)
van 1914-1918
b)
van 1940-1945
c)
van 1900-1950
d)
lang geleden
55.
Trots zijn op je land en andere volkeren minder vinden dan je eigen volk noemen we?
a)
Nationalisme
b)
bondgenootschap
c)
neutraal
d)
Racisme
56.
Een afspraak tussen landen waarin staat dat ze elkaar zullen helpen en steunen als er één wordt aangevallen heet:
a)
Neutraal
b)
Bondgenootschap
c)
Vriendjespolitiek
d)
oorlog
57.
Wie kreeg de schuld van de Eerste Wereldoorlog?
a)
Frankrijk
b)
Servie en Rusland
c)
Engeland
d)
Duitsland
58.

Met welk van de volgende landen had Frankrijk een bondgenootschap mee?

a)

Engeland

b)

Oostenrijk

c)

Duitsland

d)

Marokko

59.
liefde voor het eigen volk noemen we
a)
nationalisme
b)
militarisme
c)
modern-imperialisme
d)
wapen wedloop
60.
Soort wedstrijd wie de meeste en krachtigste wapens heeft noemen we;
a)
militarisme
b)
nationalisme
c)
modern-imperialisme
d)
Wapenwedloop
61.
Grote waarde toekennen aan het leger noemen we:
a)
nationalisme
b)
Militarisme
c)
Modern-imperialisme
d)
wapenwedloop
62.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht? 
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
63.
Welke cultuur-mentale verandering laat de afbeelding (tijdens WOI) zien?
a)
Vrouwenemancipatie
b)
Wapenindustrie
c)
Nationaal-socialisme
d)
Totale oorlog
64.

Waar stond de Eerste Wereldoorlog bekend om?

a)

Loopgraven

b)

Uitvinding van de AK-47

c)

Uitvinding van de Kalashnikov

d)

Holocaust

e)

Verdrag van Parijs

65.

Voor WOI was Duitsland een bondgenoot geworden van Rusland. Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

66.
Nederland was neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog
a)
ja 
b)
neen 
67.

Het parlement in Rusland heet de

a)

Doemaar

b)

Doema

c)

Tsaar

d)

Communisme

68.

De Sovjet Unie werd gevormd in

a)

1922

b)

1929

c)

1919

d)

197

69.

We zien hier het parlementsgebouw in Rusland. Dit heet het

a)

Kremlin

b)

Staten Generaal

c)

Doema

d)

Rode plein

70.

Deze kaart is gemaakt

a)

Voor de Eerste Wereldoorlog

b)

Na de Eerste Wereldoorlog

71.

Deze kaart is gemaakt

a)

Voor de Eerste Wereldoorlog

b)

Na de Eerste Wereldoorlog

72.

De donkergroene landen staan bekend als

a)

De Centralen

b)

De Geallieerden

c)

De Neutralen

73.

Welke oorzaak van de Eerste Wereldoorlog wordt hier afgebeeld?

a)

Nationalisme

b)

Militarisme

c)

Bondgenootschappen

d)

Wapenwedloop

74.

Over welk nieuw wapen gaat deze prent?

a)

Het kanon

b)

Granaten

c)

Gifgas

d)

De Tank

75.

Welk land zou hier als Neutraal worden afgebeeld?

a)

Spanje

b)

Nederland

c)

Denemarken

d)

Duitsland

76.

In Nederland werd voedsel schaars. Een direct gevolg hiervan is

a)

Er komt minder voedsel Nederland binnen

b)

Arme mensen leiden honger

c)

Voedsel ging op de bon

d)

Er ontstaat een zwarte markt

77.
In welk land is de crisis ontstaan?
a)
Amerika
b)
Europa
c)
Duitsland
d)
Rusland
78.
Juist of Onjuist: Volgens Hitler was de crisis veroorzaakt door de democratische politici en joden
a)
Juist
b)
Onjuist
79.
Juist of Onjuist: Mussolini nam de ideeën van Hitler over. 
a)
Juist
b)
Onjuist
80.
Hitler werd een dictator. Wat is een dictator?
a)
Iemand die discrimineert
b)
een alleenheerser
c)
Een nationalist
81.
Hoe heet de partij in Nederland die beloofde een einde te maken aan de werkloosheid?
a)
NSDAP
b)
NSB
c)
NSBAP
d)
NSA
82.
Werd Nederland een totalitaire staat of bleef het een democratie?
a)
Werd een totalitaire staat
b)
Bleef een democratie
83.
In welk jaartal kwamen de communisten aan de macht?
a)
1917
b)
1918
c)
1919
d)
1920
84.
Hoe noemen we de Russische Keizer?
a)
Koning
b)
Sultan
c)
Tsaar
d)
Sjeik
85.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht? 
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
86.
Van welk land is deze vlag?
a)
Rusland
b)
Duitsland
c)
Sovjet-Unie
d)
Oekraïne 
87.
Was de Sovjet-Unie een veelvolkerenstaat of een natiestaat?
a)
Veelvolkerenstaat
b)
Natiestaat
88.
Wie is dit?
a)
Lenin
b)
Trotski
c)
Stalin
d)
Nicolaas
89.
Waar staan de hamer en sikkel symbool voor?
a)
Arbeiders en Handelaren
b)
Arbeiders en Boeren
c)
Boeren en Handelaren
d)
Handelaren en Timmermannen
90.
Wie is dit?
a)
Lenin
b)
Trotski
c)
Stalin
d)
Nicolaas
91.

Welke minister-president heeft de Gouden Standaard ingevoerd?

a)

Mark Rutte

b)

Hendrik Colijn

c)

Henrik Colijn

d)

Pieter Konijn

92.
Hoe heette de oprichter van de communistische partij?
a)
Marx
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas II
93.
Hoe noemen we het begrip wat eindigt op  "Isme", wat er naar streeft dat al het bezit eerlijk over iedereen verdeeld is?
Dit isme wil dit in een land voor elkaar krijgen via eerlijke verkiezingen
a)
Nationalisme
b)
Socialisme
c)
Kapitalisme
d)
Communisme
94.
Hoe noemen we het begrip wat eindigt op "Isme" wat er naar streeft dat in een land iedereen gelijk is, het bezit is eerlijk verdeeld.
Maar dit Isme wil dit bereiken, desnoods met geweld. Keihard. 
a)
Communisme
b)
Socialisme
c)
Kapitalisme
d)
Liberalisme
95.
Wie is de uitvinder van het begrip Socialisme?
a)
Karl Marx
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas II
96.
Het interbellum was:
a)
voor 1914
b)
vanaf 1940
c)
van 1918-1939
d)
van 1914-1918
97.
Bij welk begrip hoort de volgende omschrijving:
Economie waarin al het bezit in handen is van enkele rijke individuen
a)
Kapitalisme
b)
Socialisme
c)
Communisme
d)
Kolonialisme
98.
Een ander woord voor bezit is:
a)
Kapitaal
b)
Communie
c)
Goelach
d)
Marxisme
99.
Socialisten die socialisme willen bereiken via revolutie noemen we:
a)
Socialisten
b)
Communisten
c)
Terroristen
d)
Kapitalisten
100.

Troelstra was de eerste leider van de ...............

a)

PVDA

b)

NSDAP

c)

DAP

d)

SDAP

101.

Waarover gaat de sociale kwestie?

a)

Kiesrecht

b)

De slechte levensomstandigheden van de arbeiders

c)

De verzuiling

d)

Feminisme

102.

Wanneer was de eerste feministische golf?

a)

1900 - 1940

b)

1880 - 1920

c)

1860 - 1890

d)

1940 - 1960

103.

Wanneer was de Pacificatie?

a)

1914

b)

1917

c)

1922

d)

1940

104.

Wat wilden de vrouwen uit de 1e feministische golf bereiken?

a)

Caoutchouc artikel, verruiming van het kiesrecht

b)

Einde aan de Luxemburgse kwestie

c)

Passief en actief vrouwen kiesrecht

d)

betaling van bijzonder onderwijs

105.

Troelstra wilde

a)

een nieuwe grondwet

b)

een revolutie om snel socialisme door te voeren

c)

sociale grondrechten in de grondwet

d)

afschaffen van het algemeen kiesrecht

106.
De schoolstrijd ging om subsidie van openbare scholen
a)
juist
b)
onjuist
107.
Wat is de juiste volgorde?
a)
evenredige vertegenwoordiging->districtenstelsel
b)
districtenstelsel->evenredige vertegenwoordiging
108.
organisatie die na de eerste wereldoorlog werd opgericht, doel was voorkomen van nieuwe oorlogen
a)
Warschaupact
b)
volkenbond
c)
eu
109.
Welk land nam pas deel aan WOI in 1917?
a)
Turkse rijk
b)
VS
c)
Nederland
d)
België
110.
Deze afbeelding past bij het begrip inflatie.
a)
Juist
b)
Onjuist
111.
Dit is een voorbeeld van...
a)
Propaganda
b)
Massamedia
c)
Animatie
d)
Uganda
112.

Wat is het beste begrip dat past bij het 'interbellum'

a)

tijd tussen wereldoorlogen

b)

de jaren 1920 en 1930

c)

periode na wereldoorlog 1

d)

de mooie tussentijd

113.

Wat moet er op de plaats van de vraagtekens staan?

a)

De Nederlandse samenleving

b)

Politieke stromingen in Nederland

c)

De verzuiling in Nederland

d)

De verdeelde samenleving

114.

Dit affiche is een protest van de nazi's tegen ...

a)

Amerikaanse steun

b)

de hoge herstelbetalingen

c)

Verdrag van Versailles

d)

de invloed van de communisten

115.

Welke uitdrukking past niet bij het beleid van de regering Colijn

a)

aanpassingspolitiek

b)

Het schip van staat veilig door de storm geloodst

c)

Mussert of Moskou

d)

gouden standaard

116.

Welke Nederlandse groepering wilde eigenlijk niet 'verzuilen'?

a)

Katholieken

b)

Liberalen

c)

Protestanten

d)

Socialisten

117.

Welk begrip past het best bij deze foto?

a)

werkloosheid

b)

dijkwerkzaamheden

c)

bezuinigingen

d)

werkverschaffingsprojecten

118.

Wie is deze man?

a)

Troelstra

b)

Colijn

c)

Kuyper

d)

Domela Nieuwenhuis

119.

Van welke partij was Colijn de leider?

a)

De SDAP

b)

De liberale partij

c)

Het ARP

d)

De NSB

120.

De aanpassingspolitiek van Colijn was gericht op extra overheidsinvesteringen in de economie

a)

Juist

b)

Onjuist

121.

Anton Mussert was leider van

a)

Het ARP

b)

De NSB

c)

De NSDAP

d)

De SDAP

122.

Hoe was de situatie rond 1920 in Nederland?

a)

Slecht, er was veel werkloosheid en armoede

b)

Goed, Nederland was neutraal geweest in de oorlog

c)

Goed, Nederland had flink verdiend aan de oorlog

d)

Slecht, Nederland moest veel geld aan België terug betalen

123.

Wat is de betekenis van aanpassingspolitiek

a)

Niet meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt

b)

Bezuinigen

c)

Aanpassen aan de economie: stimuleringsmaatregelen nemen

d)

Koopkracht stimuleren: Uitkeringen en salarissen verhogen

124.

De aanpassingspolitiek leidde tot grote werkloosheid. Wat deed de regering daaraan?

a)

De regering liet geld bijdrukken

b)

De uitkeringen van de steuntrekkers werd een beetje verhoogd

c)

Werklozen moesten het leger in

d)

Er kwamen werkverschaffingsprojecten

125.

Wat was het beleid van de Nederlandse regering na de opkomst van Hitler in 1933?

a)

Neutraliteitspolitiek

b)

Aanpassingspolitiek

c)

Van het Broedervolk hadden wij niets te vrezen

d)

Samenwerkingen

126.
Zet in de juiste volgorde
a)
Lenin-Stalin-Tsaar
b)
Stalin-Tsaar-Lenin
c)
Tsaar-Stalin-Lenin
d)
Tsaar-Lenin-Stalin
127.
Deze afbeelding past bij het begrip inflatie
a)
Juist
b)
Onjuist
128.
Is dit een indirecte of directe bron?
a)
Directe bron
b)
Indirecte bron
129.
Welke van onderstaande zinnen hoort speciaal bij het Duitse fascisme? Het Duitse fascisme:
a)
gaat meer uit van het gevoel dan van het verstand.
b)
vindt etnische groepen in de wereld ongelijk (‘rassenleer’).
c)
is totalitair, de staat regelt het hele leven van de mensen.
d)
plaatst het belang van het eigen volk en de eigen staat boven dat van anderen.
130.
De voornaamste oorzaak van de spectaculaire groei van de NSDAP in de jaren 1929-1932 was:
a)
het wantrouwen van de socialisten en de katholieken ten opzichte van elkaar.
b)
de economische crisis met als gevolg de groei van het aantal werklozen.
c)
de wil van de conservatieven om met Hitler samen te werken. 
d)
de belofte van Hitler om van Duitsland weer een machtig land te maken. 
131.
In een totale oorlog:
a)
vecht het totale leger mee.
b)
heeft de totale bevolking last van de gevolgen van de oorlog.
c)
wordt het gebied waarin gevochten word,t totaal vernietigd