wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V5-Herhaling V4 stof klimaat

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn andere woorden voor het lagedrukgebied bij de evenaar (2 antwoorden aanvinken)?

a)

ICT

b)

ITCZ

c)

subtropisch maximum

d)

tropisch minimum

2.

De juiste volgorde van het ontstaan van neerslag:

a)

koude lucht stijgt, warmt op, waterdamp condenseert

b)

warme lucht stijgt, koelt af, lucht verdampt

c)

warme lucht stijgt, koelt af, waterdamp condenseert

3.

Met elke 100 meter die je stijgt daalt de temperatuur met:

a)

1 graad

b)

0,5 graad

c)

0,6 graad

d)

0,8 graad

4.

als er veel wolken zijn neemt dit af:

a)

reflectie van zonnestralen

b)

absorptie van zonnestralen

c)

albedo

5.

Tussen de 40 graden noorder- en 40 graden zuiderbreedte is er een:

a)

overschot op de stralingsbalans

b)

tekort op de stralingsbalans

6.

de evenaar ontvangt veel zonne-energie door (2 antwoorden aanvinken):

a)

de lange daglengte

b)

de loodrechte zonnestand

c)

de korte afstand van een zonnestraal door de atmosfeer

d)

de korte afstand tot de zon

e)

de grote omtrek van de aarde bij de evenaar

7.

dit oppervlak heeft het grootste albedo:

a)

zee-water

b)

asfalt

c)

ijs

8.

de winden tussen de 30 graden noorder/zuiderbreedte en de evenaar heten de:

a)

moessons

b)

westenwinden

c)

polaire winden

d)

passaten

9.

Bij de noord- en zuidpool heerst een:

a)

polair maximum

b)

polair minimum

10.

De warme golfstroom stroomt van:

a)

Golf van Mexico naar Middellandse Zee

b)

Zuidelijke Atlantische Oceaan naar noordelijke IJszee

c)

Golf van Mexico naar IJsland

11.

Bij de 'schoorstenen' of 'chimneys' bij IJsland zakt het zeewater de diepzee in doordat:

a)

het relatief zoet, warm en zwaar is

b)

het relatief zoet, warm en licht is

c)

het relatief zout, koud en licht is

d)

het relatief zout, koud en zwaar is

12.

Door de toevoer van veel smeltwater van Groenland:

a)

wordt het zeewater lichter en zoeter

b)

wordt het zeewater kouder en zwaarder

c)

wordt het zeewater lichter en zouter

13.

Een voorbeeld van een negatief feedbackmechanisme:

a)

atmosfeer warmt op, permafrost smelt, methaan komt vrij in atmosfeer

b)

atmosfeer warmt op, ijskappen Antarctica smelten, albedo neemt af

c)

atmosfeer warmt op, meer zeewater verdampt, meer wolken in de atmosfeer

14.

Op dezelfde breedtegraad geldt: verder landinwaarts ...

a)

zijn de winters kouder en de zomers warmer

b)

zijn de winters warmer en de zomers kouder

c)

zijn zowel de winters als de zomers warmer

d)

zijn zowel de winters als de zomers kouder

15.

Bij het Andesgebergte is de de oostkant van het gebergte de:

a)

loefzijde

b)

lijzijde

c)

regenschaduw

16.

Je ziet hier de zone met het ......-klimaat

a)

Cf

b)

Aw

c)

Af

d)

BS

17.

Je ziet hier een grafiek van het ...-klimaat

a)

Cw

b)

Cs

c)

Cf

d)

CS

18.

Je ziet hier een grafiek van het ...-klimaat

a)

ET

b)

EH

c)

DW

d)

Dw

19.

In juni heerst in India de

a)

droge zuidoostmoesson

b)

natte zuidwestmoesson

c)

droge noordoostmoesson

d)

natte noordwestmoesson

20.

El Niño ontstaat doordat:

a)

de moessonwinden op de Stille Oceaan stilvallen

b)

de passaatwinden op de Stille Oceaan van richting veranderen

21.

Bij el Niño:

a)

daalt de thermocline bij Zuid-Amerika

b)

stijgt de thermocline bij Zuid-Amerika

22.

Bij el Niño:

a)

zijn in Indonesië overstromingen en in Zuid Amerika bosbranden

b)

zijn in Indonesië en in Zuid-Amerika bosbranden

c)

zijn in Indonesië bosbranden en in Zuid-Amerika overstromingen

d)

zijn in Indonesië en in Zuid Amerika overstromingen