wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Creatieve wereld (1)

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de schakels in de volgende productieketen? Een aardappelteler verkoopt zijn aardappels aan een opkoper. De opkoper verkoopt de aardappels aan een groothandel. De groothandel verpakt de aardappels en verkoopt ze aan een supermarkt, waar de consument de aardappels koopt.

a)

aardappelteler – consument

b)

aardappelteler – opkoper – groothandel – supermarkt – consument

c)

aardappelteler – groothandel – supermarkt - consument

d)

aardappelteler – consument

2.

Er zijn altijd minimaal 5 schakels voordat de producten bij de klant zijn.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Wat is een logistieke handeling bij een groothandel in groenten?

a)

komkommers telen

b)

dozen komkommers klaarzetten voor transport

c)

ziektes in komkommers bestrijden

4.

Wat is een inkoopcombinatie?

a)

een bedrijf dat producten inkoopt, tijdelijk opslaat en doorverkoopt

b)

een groep producenten die gezamenlijk produceert

c)

een groep winkels die gezamenlijk producten inkoopt

5.

Welke schakel in de keten verkoopt een deel van zijn eigen producten rechtstreeks aan de consument?

a)

boerderijwinkel

b)

fabriek

c)

groothandel

d)

veiling

6.

Wat is exporteren?

a)

producten verkopen aan het buitenland

b)

producten kopen in het buitenland

c)

producten telen in het buitenland

d)

producten telen in Nederland

7.

Aan wie levert een groenteteler zijn geoogste producten niet?

a)

groothandel

b)

winkelketen

c)

producent

d)

consument

8.

Wat is een eigenschap van de meeste agrarische producten?

a)

De meeste agrarische producten zijn niet houdbaar.

b)

De meeste agrarische producten zijn beperkt houdbaar.

c)

De meeste agrarische producten zijn gemiddeld houdbaar.

d)

De meeste agrarische producten zijn lang houdbaar.

9.

Wat is een voorbeeld van een product met toegevoegde waarde ?

a)

vis in een verpakking

b)

bloemkolen op het land

c)

rozen in de kas

10.

Wanneer moet je een product bestellen?

a)

Als de maximumvoorraad bereikt is.

b)

Als de minimumvoorraad bereikt is.

c)

Als de omzetsnelheid laag is.

11.

Je hebt voor de winkel producten besteld bij een leverancier. Welk formulier ontvang je eerst van de leverancier?

a)

factuur

b)

offerte

c)

orderbevestiging

d)

pakbon

12.

Waar worden bestelde producten afgeleverd bij een winkel?

a)

hoofdingang

b)

kantine

c)

magazijn

d)

verkoopruimte

13.

Wat doe je met geleverde producten voordat ze naar de verkoopruimte gaan?

a)

verpakken

b)

inpakken

c)

prijzen

14.

Wanneer stuur je producten retour?

a)

als de aantallen goed zijn

b)

als de producten van goede kwaliteit zijn

c)

als de producten beschadigd zijn

d)

als de producten op tijd geleverd zijn

15.

Welk product laat je in de verpakking voor de verkoop?

a)

blauwe bessen

b)

mandarijnen

c)

paprika's

d)

winterwortels