wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brazilië H1 t/m 5 havo 5

Total questions: 60

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip past het best bij deze zin?: ‘Er wordt vermoed dat de Pantanal het dichtste flora- en fauna-ecosysteem ter wereld heeft.’

a)

Zwerflandbouw

b)

Biodiversiteit

c)

Duurzaam

d)

Kringloop

2.

Wat zijn TWEE verschillen tussen een geografisch beeld en een mentaal beeld?

a)

Geografisch beeld is subjectief en mentaal beeld is objectief

b)

Geografisch beeld is objectief en mentaal beeld is subjectief

c)

Mentaal beeld is oncontroleerbaar en geografisch beeld is controleerbaar

d)

Mentaal beeld is controleerbaar en geografisch beeld is oncontroleerbaar

3.

Bauxiet en ijzererts zijn beiden ertsen.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Waar vind je veel ijzererts in Brazilië?

a)

Hooglanden

b)

Laaglanden

c)

Atlantische Oceaan

d)

Cerrado

5.

Waar vind je veel bauxiet in Brazilië?

a)

Hooglanden

b)

Laaglanden

c)

Atlantische Oceaan

d)

Cerrado

6.

Wat betekent de hoofdletter A?

a)

Droog klimaat

b)

Tropisch klimaat

c)

Savanneklimaat

d)

Zeeklimaat

7.

Wat betekent Af?

a)

Tropisch klimaat met hele jaar door neerslag

b)

Tropisch klimaat met droge zomer

c)

Tropisch klimaat met droge winter

8.

De kleine letters s, w en f staan voor wanneer er neerslag valt door het jaar heen. Wat betekent de kleine letter s?

a)

Droge zomer

b)

Natte zomer

9.
Dit klimaat wordt gekenmerkt door een temperatuur die altijd hoger is dan 18 graden en een droge en natte tijd.
a)
Savanneklimaat
b)
Steppeklimaat
c)
 Middellands zeeklimaat
d)
Woestijnklimaat
10.
Klimaat met een groot verschil tussen zomer en wintertemperatuur.
a)
Woestijnklimaat
b)
Landklimaat
c)
Poolklimaat
d)
Toendraklimaat
11.

Geeft de juiste afkorting van deze klimaatgrafiek.

a)

Cf

b)

ET

c)

BS

d)

Ds

12.

Welke letters van Köppen horen bij deze grafiek?

a)

Cs

b)

Cw

c)

As

d)

Aw

13.

In een landklimaat is het in de winter kouder/warmer dan in een zeeklimaat.

a)

Kouder

b)

Warmer

14.

Wat is de juiste volgorde van luchtdrukgebieden? H=hoog, L=laag

a)

H

L

H

L (evenaar)

H

L

H

b)

L

H

L

H (evenaar)

L

H

L

15.

Welke uitspraak is juist:

I: Door de verschuiving van de ITCZ ontstaat de moesson.

II: Bij het passeren van de evenaar verandert de wind van richting.

a)

Beiden uitspraken zijn juist.

b)

Beiden uitspraken zijn onjuist.

c)

Uitspraak I is juist. Uitspraak II is onjuist

d)

Uitspraak I is onjuist. Uitspraak II is juist.

16.

Als de zon loodrecht staat op de steenbokskeerkring, is het zomer op het zuidelijk halfrond en winter op het noordelijk halfrond.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Stijgingsregens ontstaan

a)

doordat lucht opstijgt door opwarming van de zon

b)

doordat lucht daalt door opwarming van de zon

18.

Waarom is het droog in woestijnen?

a)

De lucht stijgt daar. Stijgende lucht koelt af en daarom is het droog

b)

De lucht daalt daar. Dalende lucht wordt warmer en wolken lossen op.

19.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

20.

In een hoge drukgebied:

a)

daalt de lucht, waardoor er wolken ontstaan en neerslag

b)

daalt de lucht, waardoor wolken oplossen en er geen neerslag kan vallen

c)

stijgt de lucht, waardoor er wolken ontstaan en neerslag

d)

stijgt de lucht, waardoor wolken oplossen en er geen neerslag kan vallen

21.

Hoe dichterbij de evenaar, hoe warmer. Welke temperatuurfactor hoort hierbij?

a)

Hoogteligging

b)

Breedteligging

c)

Land-zeeverdeling

22.

Er kan alleen maar neerslag vallen in een lagedrukgebied. Dat komt omdat er dan sprake is van stijgende lucht en alleen dan kunnen er wolken gevormd worden, want de stijgende lucht condenseert.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Als de zon loodrecht staat op de steenbokskeerkring, schuift de ITCZ met de zon mee naar het noorden, want waar de zon loodrecht op staat is de sterkste opstijging van lucht

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Savanne in Brazilië met een mix van bomen, struiken en grassen

a)

Ilanos

b)

Mangrove

c)

Selva

d)

Cerrado

25.

Hoe hoger het ontwikkelingspeil van een land, hoe minder mensen in de primaire sector werken

a)

Juist

b)

Onjuist

26.

Hoe lager het ontwikkelingspeil van een land, hoe meer mensen in de commerciële dienstverlening (=tertiaire sector) werken

a)

Juist

b)

Onjuist

27.

Hoe hoger het urbanisatietempo in het land, hoe rijker het land

a)

Juist

b)

Onjuist

28.

In rijke landen wonen vaak de meeste mensen al in de stad, dus de urbanisatiegraad is er hoog

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

Mensen die moeilijk aan een baan kunnen komen, gaan vaak niet-geregistreerd werk doen. Dit is werk in de:

a)

Formele sector

b)

Informele sector

30.

Mensen die in de informele/vluchtsector werken, zijn werkzaam in de

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

31.
Het geboortecijfer gaat over het aantal levend geboren per ....
a)
10 inwoners
b)
100 inwoners
c)
1000 inwoners
d)
10000 inwoners
32.
In fase 3 van het demografische transitiemodel neemt de natuurlijke bevolkingsgroei af
a)
Juist
b)
Onjuist
33.

Wat gebeurt er met de bevolkingsgroei in een land met dit bevolkingsmodel?

a)

Grote bevolkingsgroei

b)

Afnemende/matige bevolkingsgroei

c)

Geringe/negatieve bevolkingsgroei

34.

De oudste steden van Brazilië liggen in het noordoosten

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Het noordoosten van Brazilië is armer dan het zuidoosten van Brazilië

a)

Juist

b)

Onjuist

36.

Van oudsher wonen er meer zwarten in het noordoosten dan in het zuidoosten van Brazilië

a)

Juist

b)

Onjuist

37.

Favela's vind je alleen aan de rand van grote steden

a)

Juist

b)

Onjuist

38.

Wat is tegenwoordig de grootste migratiestroom binnen Brazilië?

a)

Ruraal-ruraal

b)

Ruraal-urbaan

c)

Urbaan-ruraal

d)

Urbaan-urbaan

39.

Landgrabbing of landroof gebeurt vooral door buitenlandse bedrijven

a)

Juist

b)

Onjuist

40.

Stuwdammen worden aangelegd om hydro-elektriciteit op te wekken. Welk direct gevolg heeft dit voor de Amazone?

a)

Bossen verdwijnen onder water

b)

Bossen kunnen meer water opnemen

c)

Het gaat meer regenen

d)

Het gaat minder regenen

41.

Het demografische transitiemodel gaat enkel over de

a)

natuurlijke bevolkingsgroei

b)

sociale bevolkingsgroei

c)

natuurlijke- en sociale bevolkingsgroei

42.

Wat is de demografische druk?

a)

De druk van de niet-productieven/werkenden (jongeren en ouderen) op de productieven/werkenden

b)

De druk van de productieven/werkenden op de niet-productieven/werkenden (jongeren en ouderen)

43.

Goed bestuur met als voornaamste uitgangspunten openheid, verantwoording, rechtvaardigheid, bevolkingsparticipatie en overeenstemming

a)

Informele sector

b)

Lorenzcurve

c)

Mestizering

d)

Good governance

44.

De Gini-index is grafisch weer te geven in de

a)

Bolsa Familia

b)

Lorenzcurve

c)

Demografisch transitiemodel

d)

BBP

45.

Welke etniciteit is de Amarelos?

a)

Blanken

b)

Zwarten

c)

Indianen/inheemse bevolking

d)

Aziaten

46.

Wat is een tekortkoming van de HDI?

a)

Het is een regionaal cijfer

b)

Het is een internationaal cijfer

c)

Het is een nationaal cijfer

47.

Het HDI bestaat uit:

a)

BNP, analfabetisme, levensverwachting

b)

BBP, analfabetisme, levensverwachting

c)

BRP, analfabetisme, levensverwachting

48.

Hoe lager de HDI van een land, hoe hoger de geboorte- en sterftecijfers van het land

a)

Juist

b)

Onjuist

49.

Om de Human Development Index te bepalen, wordt bijvoorbeeld de levenstandaard gemeten met het BNP

a)

Juist

b)

Onjuist

50.

Mercosul bestond eerder dan UNASUR

a)

Juist

b)

Onjuist

51.

De UNASUR is een unie van alle Zuid-Amerikaanse landen, bevormd om Zuid-Amerikaanse economieën te beschermen tegen de VS

a)

Juist

b)

Onjuist

52.

Een gevolg van grootschalige ontbossing in het tropisch regenwoud van Brazilië is

a)

Minder neerslag

b)

Meer neerslag

53.

Een gevolg van grootschalige ontbossing in het tropisch regenwoud van Brazilië is

a)

Minder CO2 in de lucht

b)

Meer CO2 in de lucht

54.

Extensieve veeteelt betekent veel vee per hectare

a)

Juist

b)

Onjuist

55.

De indianen/inheemse bevolking van Brazilië leeft vooral van

a)

Zwerflandbouw

b)

Intensieve landbouw

c)

Landgrabbing

56.

Wat is vaak een fysisch kenmerk van de ligging van favela's?

a)

Ligging op steile hellingen

b)

Ligging aan zee

c)

Ligging aan de rand van de stad

d)

Ligging tussen gated communities in

57.

Rijke mensen wonen in gated communities en arme mensen wonen in favela's of corticos. Welke soort segregatie heeft hierop betrekking?

a)

Ruimtelijke segregatie

b)

Maatschappelijke segregatie

58.

Maandelijkse toelage die de armste gezinnen in Brazilië van de overheid krijgen op voorwaarde dat de kinderen naar school gaan en gevaccineerd zijn

a)

Grondbezitverhouding

b)

Gini-index

c)

Lorenzcurve

d)

Bolsa Familia

59.

Welk begrip hoort hierbij: dalende geboortecijfers zorgen voor een lager aandeel jongeren

a)

vergrijzing

b)

levensverwachting

c)

ontgroening

60.

In Brazilië groeit/daalt de bevolking

a)

Groeit

b)

Daalt