wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

logistiek N3

Total questions: 28

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

informatie stroom gaat van klant naar leverancier en andersom

a)

nee

b)

ja

2.

SCM zorgt voor de optimalisatie van

a)

goederenstroom

b)

geldstroom

c)

informatie stroom

d)

alle 3 goed

3.

wat is Traceability ?

a)

spoor volgen

b)

goederenstroom optimaliseren

c)

herkomst herleiden

d)

alle 3 goed

4.

voedselveiligheid bij logistiek kan in het geding komen door ?

a)

Afwijken van de routing

b)

niet handen wassen

c)

product hygiëne die slecht is

d)

niet goed bestellen

5.

De economische voorraad is ?

a)

goederen die onderweg zijn naar jou

b)

besteld maar nog niet geleverd

c)

voorraad om aan de normale vraag te voldoen

d)

technische voorraad + bestelde artikelen - verkochte nog niet geleverde voorraad

6.

Kosten die verbonden zijn bestellingen kunnen zijn ?

a)

rente

b)

ontvangst kosten

c)

inkoop administratie

d)

inkoopkosten

7.

welke kosten zijn NIET verbonden aan het houden van de voorraad kunnen zijn ?

a)

ruimte kosten

b)

rente kosten

c)

risicokosten ( prijsdaling, kwaliteit vermindering)

d)

BTW kosten

8.

Just In time principe is.......

a)

het product komt binnen als het op is

b)

wanneer de reguliere voorraad al op is

c)

producten komt binnen als het bijna op is

d)

als het voor de houdbaarheidsdatum is verkocht.

9.

voorbereiden voor goederen ontvangst doe je door.....

a)

tijdig te bestellen

b)

just principe te hanteren

c)

personeel staat klaar met instructie en letten op diefstal

d)

goederen bon cotroleren

10.

Procestechnologie is .....

a)

is een onderdeel van hygiëne

b)

geordende bundeling van opeenvolgende taken

c)

primair proces

d)

deel van de techniek dat zich bezighoudt met de bedrijfsvoering en de bediening van machines en apparaten

11.

Primaire processen zijn ?

a)

rooster maken

b)

beoordelingsgesprekken voeren

c)

geld van de kassa afromen

d)

gehakt draaien

12.

Ondersteunende (of secundaire) processen

a)

financiële administratie

b)

schoonmaken

c)

bestellen

d)

ontvangst en opslag van producten

13.

Onder besturingsprocessen vallen:

a)

strategievorming

b)

productieplanning

c)

personeelsplanning

d)

alle drie goed

14.

Bij de keuze voor een nieuwe machine hou ik GEEN rekening met ......

a)

leveringstijden

b)

hygiënische uitvoering

c)

veiligheids- en arbonormen

d)

product specifieke eigenschappen van het te verwerken materiaal

15.

preventief onderhoud is ......

a)

monteur laten komen bij schade aan machine

b)

onderhoud verricht om te voorkomen dat een installatie of machine vastloopt

16.

Wel organisatie heeft als hoofdtaak: Toezicht, onderzoek en communicatie?

(a)  

17.

correctief onderhoud doe in geval van .....

a)

als de machine niet hygiënisch meer is.

b)

wanneer deze gesmeerd moet worden.

c)

wanneer hij kapot is.

d)

wanneer de monteur langskomt om hem te onderhouden.

18.

Een regelkring is ......

a)

zorgen dat het proces overeenkomt met de doelstelling of de norm.

b)

ARBO dienst

c)

NVWA

d)

aansluiten bij een vak organisatie

19.

De regelkring bestaat uit vier handelingen. VRAAG: wat is de 4e handeling

a)

activiteit

b)

meten

c)

vergelijken

d)

selecteren van de ingreep

20.

technische functie van verpakkingen zijn ?

a)

bedrukking met logo

b)

houdbaarheid verbeteren

c)

kosten van het materiaal

d)

milieu vriendelijk

21.

het Convenant Verpakkingen is .....

a)

gebruiker moet voorlichting geven aan klant

b)

dat je zuinig omgaat met verpakkingen

c)

afspraak tussen producent en overheid

d)

milieu verbetering

22.

Warenwetbesluit Verpakkingen en Gebruiksartikelen staan regels voor verpakkingen. VRAAG: wat valt hier niet onder?

a)

moet voldoen aan verpakking convenant

b)

geen stoffen bevatten

c)

niet schadelijk zijn voor de gezondheid.

d)

geen geur afgeven

23.

De Warenwet valt onder ?

a)

NVWA

b)

Ministerie van landbouw

c)

HACCP

d)

Ministerie van Volksgezondheid, sport en welzijn

24.

Wat moet er NIET te staan op het toonbankkaartje ?

a)

allergenen

b)

prijs

c)

gewicht

d)

herkomst

25.

wat wilt de WIL ?

a)

verpakkingen milieu vriendelijk

b)

duidelijke voorlichting

c)

wat er op het etiket moet staan

d)

logistieke processen geborgd met een PCDA cyclus

26.

Als er in de naam van een product de naam van een allergeen (sesamburger) staat moet ik dan dit nog vermelden op het etiket ?

a)

ja

b)

ja moet altijd

c)

nee

d)

Nee, maar mag wel

27.

Voor filet American gebruik ik de ............ houdbaarheid aanduiding.

a)

T.H.T.

b)

T.G.T.

28.

Informatie op een product is wettelijk opgelegd door de ......................?

a)

NVWA

b)

Ministerie

c)

W.I.L.

d)

Verpakking convenant