wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoorden, hoofdletters, leestekens 1KBL

Total questions: 27

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
In Januari kun je de poolster heel helder aan de hemel zien.
b)
In Januari kun je de Poolster heel helder aan de hemel zien.
c)
In januari kun je de poolster heel helder aan de hemel zien.
d)
In januari kun je de Poolster heel helder aan de hemel zien.
2.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
in de vakantie gaan lien en ik skiën in de franse alpen.
b)
In de Vakantie gaan Lien en ik skiën in de Franse Alpen.
c)
In de vakantie gaan Lien en ik skiën in de Franse Alpen.
d)
In de vakantie gaan Lien en ik skiën in de franse alpen.
3.
Ik ... mijn familie elke week.
a)
bezoek
b)
bezoekt
4.
Rachida ... de fiets.
a)
repareert
b)
repareer
5.
Jij... lekkere koekjes.
a)
bakt
b)
bak
6.
Wij ... naar de film.
a)
gaan
b)
ga
7.
Kaat en Lien ... in het boek.
a)
schrijven
b)
schrijft
8.

Welke (afleidingen van) namen krijgen een hoofdletter?

a)

Eigennamen

b)

Geloofsaanduiding en/of ras

c)

Feestdagen

d)

Afleidingen van feestdagen

e)

Namen van heilige personen en/of zaken

9.

Welke namen zijn juist geschreven?

a)

Mevrouw van der Berg

b)

Mevrouw Van der Berg

c)

Mevrouw J. van der Berg

d)

Mevrouw J. Van der Berg

10.

Welke (afleidingen van) feestdagen zijn juist geschreven?

a)

Het is Kerstmis

b)

Het is Moederdag

c)

Mijn Paasvakantie

d)

Mijn Halloweenoutfit

11.

Welke optie is juist geschreven?

a)

Het russisch

b)

De brabanders

c)

De middeleeuwen

d)

De spaanse burgeroorlog

12.

Welke opties zijn juist geschreven?

a)

De Renaissance

b)

Het Suikerfeest

c)

De Wintermaanden

d)

De Tachtigjarige Oorlog

13.
De trouwstoet (begeven t.t.) zich naar het stadhuis.
a)
begaf
b)
begeeft
c)
begeven
d)
begeef
14.
Nu (ervaren t.t.) hij wie zijn vrienden zijn.
a)
Ervaart
b)
Ervoer
c)
Ervaarde
d)
Ervaard
15.
De burgermeester (onthullen t.t.) het standbeeld.
a)
onthulde
b)
onthuld
c)
onthult
d)
onthuldt
16.

Hoeveel hoofdletters moeten er in deze naam staan:

herman van der wiel

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

17.

Twee woorden in de onderstaande zin zijn niet juist gespeld. Welke woorden zijn dat?


Tijdens het kerstfeest van de Brugklassers viel Elise over een glas Coca-cola

a)

kerstfeest en brugklassers

b)

kerstfeest en Coca-cola

c)

Elise en brugklassers

d)

Brugklassers en Coca-cola

18.

Hoeveel hoofdletters staan er in de volgende zin?


de jongens die samen de film oorlogswinter keken zijn daarna samen naar de kerstvoorstelling gaan kijken

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

19.

Vul in: die of dat

Hij heeft ...................... spel zelf ontwikkeld

a)
die
b)
dat
20.
Vul in: die of dat:
Weet jij waar .................. boek ligt?
a)
die
b)
dat
21.

Vul in: deze of dit.

Hij heeft .................... film al twee keer gezien.

a)
dit
b)
deze
22.

Vul in: deze of dit


.................. is de laatste keer dat ik mee vraag.

a)
Dit
b)
Deze
23.
Een fakkel ... lang brandt, is vaak erg duur.
a)
dat
b)
die
24.
De stamppot van mijn moeder is lekker, maar ... van mijn oma lust ik niet.
a)
die
b)
dat
25.
... tentoonstelling is niet erg goed.
a)
Dit
b)
Deze
26.
Volgens mij is het nieuwe schema ... we hebben gekregen heel verwarrend.
a)
die
b)
dat
27.
Kun je ... hulpmiddel ook op andere vragen toepassen?
a)
deze
b)
dit