wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Staal Familie les 5 groep 7

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

de bloedverwant

a)

Iemand die familie van je is, niet aangetrouwd.

b)

Gemiddeld, heel gewoon.

c)

Iets meekrijgen van ouders of voorouders, zoals een talent.

d)

Alle personen uit een familie, vanaf de eerste voorouders.

2.

doorsnee

a)

Iemand die familie van je is, niet aangetrouwd.

b)

Gemiddeld, heel gewoon.

c)

Iets meekrijgen van ouders of voorouders, zoals een talent.

d)

Alle personen uit een familie, vanaf de eerste voorouders.

3.

erven

a)

Iemand die familie van je is, niet aangetrouwd.

b)

Gemiddeld, heel gewoon.

c)

Iets meekrijgen van ouders of voorouders, zoals een talent.

d)

Alle personen uit een familie, vanaf de eerste voorouders.

4.

het geslacht

a)

Iemand die familie van je is, niet aangetrouwd

b)

Gemiddeld, heel gewoon.

c)

Iets meekrijgen van ouders of voorouders, zoals een talent.

d)

Alle personen uit een familie, vanaf de eerste voorouders.

5.

de gezinscoach

a)

Iemand die voor zijn werk gezinnen met problemen helpt.

b)

Het gezin wordt groter, doordat er een kind bij komt.

c)

Goed bij elkaar passend.

d)

De geschiedenis.

6.

de gezinsuitbreiding

a)

Iemand die voor zijn werk gezinnen met problemen helpt.

b)

Het gezin wordt groter, doordat er een kind bij komt.

c)

Goed bij elkaar passend.

d)

De geschiedenis.

7.

harmonieus

a)

Iemand die voor zijn werk gezinnen met problemen helpt.

b)

Het gezin wordt groter, doordat er een kind bij komt.

c)

Goed bij elkaar passend.

d)

De geschiedenis.

8.

de historie

a)

Iemand die voor zijn werk gezinnen met problemen helpt.

b)

Het gezin wordt groter, doordat er een kind bij komt.

c)

Goed bij elkaar passend.

d)

De geschiedenis.

9.

junior

a)

Jongste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

b)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nazaat.

c)

Iemands taak overnemen, nadat die ermee gestopt is.

d)

De man of vrouw met wie je samenleeft of getrouwd bent.

10.

de nakomeling

a)

Jongste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

b)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nazaat.

c)

Iemands taak overnemen, nadat die ermee gestopt is.

d)

De man of vrouw met wie je samenleeft of getrouwd bent.

11.

opvolgen

a)

Jongste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

b)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nazaat.

c)

Iemands taak overnemen, nadat die ermee gestopt is.

d)

De man of vrouw met wie je samenleeft of getrouwd bent.

12.

de partner

a)

Jongste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

b)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nazaat.

c)

Iemands taak overnemen, nadat die ermee gestopt is.

d)

De man of vrouw met wie je samenleeft of getrouwd bent.

13.

De nazaat

a)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nakomeling.

b)

Een gezin met veel problemen.

c)

Beroemd en berucht tegelijk

d)

De oudste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

14.

Het probleemgezin

a)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nakomeling.

b)

Een gezin met veel problemen.

c)

Beroemd en berucht tegelijk.

d)

De oudste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

15.

roemrucht

a)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nakomeling.

b)

Een gezin met veel problemen.

c)

Beroemd en berucht tegelijk.

d)

De oudste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

16.

senior

a)

Het kind, kleinkind, achterkleinkind, ... De nakomeling.

b)

Een gezin met veel problemen.

c)

Beroemd en berucht tegelijk.

d)

De oudste van 2 personen uit 1 gezin met dezelfde roepnaam.

17.

de stamvader

a)

De man waar een familie van afstamt.

b)

De nakomeling, de afstammeling.

c)

Een langdurige vijandschap.

d)

Met veel zorg en aandacht voor anderen.

18.

de telg

a)

De man waar een familie van afstamt.

b)

De nakomeling, de afstammeling.

c)

Een langdurige vijandschap.

d)

Met veel zorg en aandacht voor anderen.

19.

de vete

a)

De man waar een familie van afstamt.

b)

De nakomeling, de afstammeling.

c)

Een langdurige vijandschap.

d)

Met veel zorg en aandacht voor anderen.

20.

zorgzaam

a)

De man waar een familie van afstamt.

b)

De nakomeling, de afstammeling.

c)

Een langdurige vijandschap.

d)

Met veel zorg en aandacht voor anderen.