wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

de Rijn

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

In welk land ontspringt de Rijn?

a)

Duitsland

b)

Nederland

c)

Zwitserland

d)

Oostenrijk

2.

In welk land mondt de Rijn in zee uit?

a)

Nederland

b)

Duitsland

c)

Frankrijk

d)

Zwitserland

3.

In welke zee mondt de Rijn uit?

a)

Waddenzee

b)

Oostzee

c)

Middellandse Zee

d)

Noordzee

4.

Welke kracht zorgt niet voor het uitschuren van gesteente?

a)

ijs

b)

zwaartekracht

c)

wind

d)

water

5.

Een plooiingsgebergte ontstaat als..?

a)

platen uitelkaar drijven

b)

platen met elkaar botsen

c)

platen langs elkaar schuiven

d)

platen inde grond zakken

6.

Welke gebergte is een plooiingsgebergte?

a)

Alpen

b)

Pyreneeën

c)

Himalaya

d)

alledrie

7.

Welke 2 platen botsen bij de alpen?

a)

Euraziatische en Afrikaanse

b)

Afrikaanse en Amerikaanse

c)

Indische en Euraziatische

d)

Pacifische en Indische

8.

De schurende en transporterende werking van water, ijs en wind. Welk begrip hoort hierbij?

a)

plooiing

b)

erosie

c)

stroming

d)

sedimentatie

9.

Bij het schuren van gletsjers ontstaat een dal met de vorm van de letter?

a)

V

b)

U

c)

W

d)

C

10.

Bij het schuren van rivieren ontstaan dalen in de vorm van een...?

a)

W

b)

M

c)

O

d)

V

11.

In welk deel van de berg ontstaan gletsjers?

a)

in het dal

b)

in de eeuwige sneeuw

c)

in het loofbos

d)

in de bergweiden

12.

Wat is een gletsjerrivier?

a)

bestaat alleen uit smeltwater van gletsjer

b)

smeltwater en regenwater

c)

alleen regenwater

d)

regen, smeltwater en grondwater

13.

Zowel in de zomer als in de winter komen er veel toeristen naar Zwitserland. Hoe heet zo'n seizoen?

a)

skiseizoen

b)

hoogseizoen

c)

dubbelseizoen

d)

zomervakantie

14.

De Rijn met al zijn zijrivieren. Welk begrip?

a)

rivier

b)

stroomgebied

c)

waterkringloop

d)

waterregio

15.

Wat is condensatie?

a)

van gasvorm naar vloeibare vorm

b)

van vloeibaar naar vaste vorm

c)

van vloeibaar naar gasvorm

d)

van vast naar gasvorm

16.

Wat is verdamping?

a)

van vast naar gas

b)

van vloeibaar naar gas

c)

van vloeibaar naar vast

d)

van vast naar vloeibaar

17.

Wat is bevriezen?

a)

van vast naar vloeibaar

b)

van gas naar vloeibaar

c)

van vloeibaar naar gas

d)

van vloeibaar naar vast

18.

In welk deel van de rivier ontspringt de Rijn?

a)

benedenloop

b)

middenloop

c)

bovenloop

d)

tussenloop

19.

In welk deel van de rivier vindt erosie plaats?

a)

bovenloop

b)

benedenloop

c)

middenloop

d)

geen flauw, maar dan ook geen flauw idee meneer!

20.

De Rijn is in het begin een gletsjerrivier. Later komt er ook regen bij. Hoe noem je de Rijn dan?

a)

regenrivier

b)

gemengde rivier

c)

nog steeds gletsjerrivier

d)

Rhein

21.

In de middenloop stroomt de Rijn trager en begint zand en grind neer te leggen. Hoe heet dit proces?

a)

erosie

b)

transport

c)

kringloop

d)

sedimentatie

22.

Welke materiaal is het lichtst?

a)

grind

b)

zand

c)

keien

d)

klei

23.

De Rijn stroomt in Nederland ontzettend traag. Welk materiaal wordt dan neergelegd?

a)

klei

b)

zand

c)

grind

d)

beton

24.

Wat is het duitse woord voor Rijn

a)

Rhijn

b)

Rhein

c)

Rein

d)

amazone

25.

Bij welke stad stroomt de Rijn in de Noordzee?

a)

Berlijn

b)

Rotterdam

c)

Stiens

d)

Munchen